Eenpersoonsmuziek

`Gaat er bij jou een vliegtuig over?' vraagt Iris aan de andere kant van de praatdraad die begint in Amsterdam en eindigt in de Achterhoek.

`Nee melieve, de atelierdeur staat open. Je hoort het geluid van een tractor die bezig is de akker om te woelen.' In werkelijkheid hoort ze op de achtergrond een maffe gitaarsolo van Todd Rundgren. Vermoedelijk kent ze het verschil niet, dat is nu eenmaal de makke van een stadsnufje.

Even overwoog ik haar uit te leggen waar mijn muziekvoorkeur vandaan komt. Zag er toch maar van af. Te ingewikkeld. Die wortelt namelijk in een verbluffende ervaring, begin jaren zeventig, in de donkere kamer van de kunstacademie te Enschede. Een studente uit een hoger jaar was foto's aan het afdrukken; ik was bezig een filmrolletje te ontwikkelen.

Terwijl mijn film werd gespoeld en haar foto's in de fixeer lagen, kusten we elkaar. Geen idee waarom. We kenden elkaar amper. Bovendien was ik verloofd – dat betekende iets toentertijd – en was zover ik me herinner tamelijk gelukkig, al trof ik mijn verloofde zo nu en dan aan in bed met een goede vriend.

Die avond kookte ik voor donkerekamervlam in haar naargeestige studentenhuis. Besloot te blijven slapen en belde mijn ouders: `Vannacht kom ik niet thuis hoor, maak je geen zorgen, 'k blijf slapen bij X.' 's Nachts, in het duchtig omgewoelde ledikant, kwamen de verhalen en de tranen. Over een abortus, een minnaar die haar had verlaten, geldproblemen, enzovoort. Om de spanning te breken zette ik een door haar zojuist gekochte elpee op: Paul McCartneys eerste soloplaat na het ontploffen van The Beatles. De eerste twee nummers moest ik overslaan, zei ze, ik diende de naald zo in de groef te mikken dat we `Valentine Day' hoorden.

Sindsdien ben ik verslaafd aan eenpersoonsmuziek, dat wil zeggen: alle instrumenten worden bespeeld door dezelfde persoon die tevens de componist, de producer en de tekstdichter is. Todd Rundgrens dubbelelpee Something/Anything? (1972) is mij het aller-, allerliefst; al mag Ram van Paul McCartney er ook zijn, net als de eerste soloplaten van John Lennon (Walls and Bridges). En natuurlijk de legendarische Leadbelly die eigenlijk Huddie Ledbetter heette en twee keer, in 1917 en in 1930, wegens moord werd veroordeeld. Beide keren kreeg hij na een paar jaar gevangenis gratie omdat hij zo mooi kon zingen.

Todd Rundgren spant wat mij betreft de kroon omdat hij tegelijk vilein en romantisch is, hard en zacht, luidruchtig en ingetogen, geestig en ernstig. Nee, jeugdsentiment heeft er niets mee te maken. Het gaat om een mengeling van bewondering en verwondering plus herkenning. Om het aanstekelijke van zijn muziek, de hoorbare lol in het maken van iets uit niets. Klooien en klieren, schilderen met geluid. Om het vastberaden peuren in jezelf, nieuwsgierig wat er nog meer in je zit.

Zingen kan Rundgren niet, maar zijn deuntjes nestelen zich wel in je hoofd, hoe gecompliceerd de melodie soms ook is. Zijn enige, bescheiden, hit in ons land was `I saw the light', dat zoals bij Rundgren gebruikelijk gaat over de kunst van het verleiden. Het plezierige is dat niet duidelijk wordt wie nou precies wie verleidt. Niet voor niets luidt de titel van een van zijn olijkste liedjes: `It takes two to tango (this is for the girls)'.