Echte vrouwen

Op de sofa denk ik vaak: Dat kan niet. Dat gebeurt bij nieuwsitems. Bijvoorbeeld als `volgens onderzoek' 95 procent van het Nederlandse volk wel eens zwaar is gemaltraiteerd en daar te weinig opvang voor heeft gekregen. Maar ook fictie kan ongeloofwaardig zijn.

Nu hoeft een verzonnen verhaal niet te kloppen. Maar het moet wel gebeurd kunnen zijn. Veel gesubsidieerd Nederlands drama is onwaarschijnlijk. Een sprookje moet wel heel goed zijn, wil het overtuigen. In de bioscoop kan ik surrealisme beter aan. De omroepen stellen werkelijkheidszin op prijs, want hun drama-aankopen uit het buitenland zijn bijna alle realistisch.

De laatste aflevering van De Zeven Deugden gisteren was zo'n verhaal dat je niet gelooft. De hoofdfiguur was een sloof. Haar man en diens drie zussen waren in een auto-ongeluk overleden. Elke dag bracht zij na het uitwuiven van drie kinderen haar drie zwager-weduwnaars pannen met eten. Zwaarbeladen en te voet sjouwde ze van het ene appartement naar het andere en haalde ze de lege pannen weer op. Hoe zit het met de Albert Heyn kant-en-klaar-maaltijden, denk je dan. Tegenwoordig kunnen die mannen toch zelf wel koken. Wel toevallig dat alle zwagers op loopafstand wonen en niet hoeven te werken. Zo'n verhaal wordt topzwaar. Te veel vreemde gegevens.

Dan krijgt de vrouw iets met een man die niet kan loskomen van de identieke tweelingbroer met wie hij samenwoont. Dat zou genoeg zijn voor een verhaal. Ze eindigt in de armen van een taxichauffeur. Uit wraak fingeren de tweelingbroers een uitnodiging voor een televisieshow en halen ze haar huis leeg als ze met haar aanhang voor niets naar de studio onderweg is.

Toch boeide ook deze aflevering en dat kwam door de wat magische, Warmerdam-achtige manier van filmen van Paula van Oest. En door de hoofdpersoon, de mollige sloof Juul Vrijdag. Bijna alle vrouwen in De Zeven Deugden zijn onopgesmukt. In elke scène zien ze er net iets anders uit. Vrijdags gezicht verandert, en in de werkelijkheid gebeurt dat ook. De ene keer zie ik een onderkin, dan is die weg en valt de geprononceerde neus op. De vrouwen in de serie zijn het tegendeel van inwisselbare Veronicablondjes. Vaak werd ik in het begin overvallen door irritatie, maar al gauw nam het verhaal dan zo'n wending dat ik bleef kijken.

Er waren betere afleveringen dan die van gisteren en dat kan niet anders met zo veel verschillende schrijvers en regisseurs. De ervaren Theu Boermans (van theatergroep De Trust) had de eindredactie. Sterk was het verhaal over de volwassen boerenzoon die na een ongeluk geheel verlamd raakt en dood wil. De film begint met de aanrijding van een hond. Het zwaar gewonde beest leeft nog. Dan rijdt de boerenzoon er op verzoek van zijn vader nog eens overheen om het dier aan een humaan einde te helpen. Maar als de zoon na een ongeluk zelf verlamd raakt, mag hij niet dood. Het verhaal wordt gezien door de ogen van een kind dat daar logeert.

Of de Limburgse aardappelhandelaar die een vrouw uit Polen over laat komen om met haar te trouwen. In het begin dacht ik aan de filmische Ruysdael van Karim Traida, De Poolse bruid. Wie kan dat nog evenaren? Maar het wordt tv-achtiger, realistischer. De familie van de man ziet haar niet zitten. Zij krijgt heimwee en begint een affaire met een illegale, Poolse aspergeplukker die bij de goeiige aardappelhandelaar intrekt.

Interessant was de Vlaamse driehoeksverhouding kind, ouders en inwonende grootmoeder. De ouders hebben voortdurend ruzie en zijn vaak weg. Ze willen hun kind per se niet religieus opvoeden. De grootmoeder is wel religieus. Als het kind een Mariabeeld vindt, krijgt het fantasieën over verschijningen van een snipverkouden Maria. Even denk je aan de vrome schrijver Gerard Walschap. Maar de nostalgie die zo kenmerkend is geworden voor de KRO zit er gelukkig niet in. Het deugdzame platteland is onheilspellend verfilmd. Die deugden vind ik ver gezocht. Geloof, hoop of liefde zijn niet meer dan inspiratiebronnen. Scenarist Albert Ter Heerdt zou ik graag terug willen zien. Net echt.