Bloedvergieten

Oorlog is een mannenzaak. De radicale vleugel van het feminisme heeft deze simpele observatie lange tijd gebruikt om de tegenstellingen tussen de seksen aan te scherpen. Mannen kregen het etiket `fout' toebedeeld en vrouwen waren `goed'. Marilyn French wijdde een paar jaar geleden een dik boek aan deze materie, The War on Women, waarin zij met een stortvloed van statistieken het vrouwelijk slachtofferschap door de eeuwen heen beschreef in het licht van de mannelijke agressie en oorlogszuchtigheid. De onderdrukking van vrouwen komt voort uit het wereldwijde patriarchaat, dat op zijn beurt in stand gehouden wordt door de onverbeterlijke mannelijke neiging tot geweld. Als vrouwen de macht hadden, zou de oorlog definitief tot het verleden behoren.

Om twee redenen is deze radicaal-feministische visie nooit gemeengoed geworden. De intuïtieve kritiek luidt dat een indeling van de mensheid in een kamp van goede vrouwen en slechte mannen nooit kan kloppen, omdat de wereld niet zo banaal in elkaar zit. De feitelijke kritiek komt erop neer dat mannen weliswaar gewelddadiger zijn dan vrouwen, maar dat zij het daarbij vooral op elkaar gemunt hebben. In de oorlog doden de mannen de mannen en worden de vrouwen (slechts) verkracht.

De praktijk van het oorlog voeren blijft tot op de dag van vandaag een exclusief mannelijke aangelegenheid, de bijdragen van Jeanne d'Arc, Kenau Simonsdochter Hasselaar, Golda Meir en Margaret Thatcher niet te na gesproken. Misschien is het voor vrouwen nog wel makkelijker het niveau van Napoleon of generaal Patton te aspireren dan door te dringen tot de infanterie. In het Amerikaanse en het Israelische leger bekleden vrouwen allerlei functies, maar dat zijn moderniseringen van en variaties op het aloude beroep van marketentster. Voor zware gevechtshandelingen worden zij niet ingezet. Misschien dat er een enkeling met een bommenwerper vliegt (zelfs dat betwijfel ik), maar in de echte oorlog hebben vrouwen niets te zoeken. Want de echte oorlog gaat man tegen man, met bajonetten of geweren. Die gaat met grondtroepen en in loopgraven, met tanks die gebieden veroveren en bataljons die steden innemen. Met sluipschutters die schieten op alles wat beweegt. Met op hol geslagen guerrilla-eenheden die de zich in dorpen verschuilende vijand afslachten en de vrouwen verkrachten ter perfectionering van de kolonisatie.

De echte oorlog is een orgie van vernietigingsdrift onder invloed van een idee. Het kan een goed idee zijn (het oprollen van Hitler en zijn trawanten) of een minder goed idee (het bevrijden van Noord-Vietnam uit de klauwen van het communisme). Het idee dat de motor van een oorlog vormt heeft altijd met terrein en eigendom te maken. Ook als het over godsdienst of ideologie gaat, wordt er gestreden om de zeggenschap over een bepaald terrein. Waarom zijn mannen meer in voor bloedvergieten omwille van een terrein dan vrouwen? Sociobiologen zouden het wel weten: omdat vrouwen al een terrein hebben - hun eigen kinderen. Zelfs als een vrouw door de vijand verkracht wordt, behoort het kind haar toe. Vrouwen kunnen buigen onder verschillende regimes, terwijl hun terrein behouden blijft. In deze situatie is het niet rationeel tot bloedvergieten over te gaan. Voor een man wel, want zonder terrein dat hij het zijne mag noemen is hij nietswaardig, ook in de ogen van een vrouw.

Dit is het perverse verbond tussen de seksen: de mannen knappen het vuile werk op, terwijl de vrouwen hen aanmoedigen. De oorlog zal nooit uitgebannen worden, ook niet in een steeds verder gefeminiseerde cultuur als de westerse, waarin de gevechtshandelingen bij voorkeur beperkt blijven tot het drukken op knoppen. Geen bloed alstublieft, we zijn Westers.

Maar Tony Blair roept al monter op tot het inzetten van grondtroepen. Ik weet niet of dit een juiste oorlog is. Ik weet alleen dat, als de grondoorlog uitgeroepen wordt, de mannen uit het Westen zonder tegenstribbelen ten strijde zullen trekken. En de vrouwen zullen achter hen staan, zoals altijd.