Basketbal is oorlog, religie en meer in sprookje Spike Lee

Basketbal biedt jonge Amerikaanse zwarten een van de weinige kansen om aan een leven in het getto te ontsnappen. Over die waarheid die maar waarheid blijft, werd al eens een documentaire gemaakt, het veelgeprezen Hoop Dreams, waarin twee jongens uit Chicago hard werken voor hun schamele kans om de nieuwe Michael Jordan te worden. Spike Lee, een groot fan van de New York Knicks, heeft over deze waarheid nu een sprookje gemaakt, dat in Amerika vrij goed werd ontvangen maar hier, net als Lee's vorige film, Get on the Bus, rechtstreeks op video wordt uitgebracht. Tien jaar geleden werden Lee's films, waaronder She's Gotta Have It en Do the Right Thing, hier nog hits.

Basketbal is in He Got Game onder meer oorlog, poëzie en religie – sport zou sport niet zijn als het niet met iets anders vergeleken werd. In He Got Game is het vaak vooral iets anders. Grote wedstrijden krijgen we niet te zien, de climax is een potje tienen tussen vader en zoon op het buurtveldje. De film begint met zacht gekleurde beelden van basketballende tieners, jongens en meisjes, blank en zwart, eenlingen die op het veldje in de buurt of achter het huis de bal beminnen. Daarna zoomt Lee in op Coney Island in Brooklyn, waar tussen de roestende reuzenraden hoge flats staan en Jesus Shuttlesworth de sterren van de hemel speelt. Als regisseur is Lee in He Got Game het meest uit op magie. In zijn ode aan de sport die meer dan een sport is, kan een bal die over de muur van de binnenplaats van een gevangenis wordt gegooid, landen op het glimmende parket van een stadion. Een vader gooit en een zoon vangt en tussentijds glijdt een oranje bal door de lucht alsof het de zon zelf is. Lee slaagt erin dit soort quatsch net niet potsierlijk te laten worden.

Het verhaal van He Got Game vraagt meteen om uitstel van ongeloof. Denzel Washington speelt Jake, een moordenaar die een week de gevangenis uit mag om zijn zoon Jesus, die voor zijn eindexamen zit, ervan te overtuigen dat hij naar de universiteit moet gaan waar de gouverneur van zijn staat op heeft gezeten. Lukt hem dat, dan krijgt hij strafvermindering. Maar Jesus laat zich niet zo makkelijk overtuigen. Hij heeft geen vader want zijn vader heeft zijn moeder vermoord.

Veel tijd gaat in He Got Game heen met het tonen van de verleidingen die Jesus moeten beïnvloeden bij zijn keuze van een collegeteam, van snelle auto's tot blanke vrouwen met dikke tieten. Behalve de universiteiten, die met een groot speler veel geld kunnen verdienen, zitten ook de professionele clubs achter hem aan. Jake's zoon, die niet voor niets Jesus heet, weerstaat dit karikaturale sportkapitalisme met de braafheid die veel Spike Lee-karakters eigen is. Hij wordt keurig vlak gespeeld door Ray Allen, geen acteur maar een basketballer van de Milwaukee Bucks, zoals veel personages door grootheden uit de sportwereld worden gespeeld. Ook Michael Jordan doet een cameo. Denzel Washington is de enige die zijn personage in He Got Game flair weet te geven, al kan hij niet uit de voeten met de romance die Lee hem met een door Milla Jovovich gespeeld hoertje laat ondergaan. He Got Game laat soms zien dat Spike Lee een filmer met flair is, maar vaak ook niet.

He Got Game. Regie: Spike Lee. Met: Denzel Washington, Ray Allen, Milla Jovovich. Uitgebracht op video door Buenavista.