Zochers

Micha Kat betreurt het – en met hem vele Rotterdammers – dat het monumentale Heerenhuis `Zochers' in het Park onder de Euromast als populaire horecagelegenheid alleen nog toegankelijk is voor de Rotterdamse elite (NRC Handelsblad, 21 april). Managers en hoge gemeenteambtenaren plus invités hebben met hun feesten en partijen de plaats ingenomen van de gewone Rotterdammers, aldus Kat. Daarvoor wordt een samenzwering verantwoordelijk gesteld van het horeca-imperium Dudok, de gemeente Rotterdam en een conglomeraat van grote banken en aannemers, dat optreedt onder de naam `Stadsherstel Historisch Rotterdam NV'. Nota bene heeft de gemeente daaraan ook nog een forse financiële bijdrage geleverd – Kat noemt een bedrag van 265.000 gulden in de vorm van een zeer laagrentende lening – om de 1 miljoen gulden kostende restauratie mogelijk te maken.

Over Stadsherstel valt te melden dat het niet het een of andere conglomeraat is van grote banken en aannemers belust op winst. Integendeel, zeventig Rotterdamse bedrijven, instellingen en particulieren hebben samen met de gemeente geld bij elkaar gelegd om monumenten die tussen wal en schip vallen, voor de ondergang te behoeden. Zij namen de afgelopen jaren genoegen met een zeer bescheiden winstpercentage van 3 procent, dat de aandeelhouders ook nog in Stadsherstel hebben herbelegd om weer nieuwe restauraties mogelijk te maken. Deelname van de gemeente garandeert juist controle op het doen en laten. Jaarlijks legt Stadsherstel officieel verantwoording af, het jaarverslag is bovendien openbaar. Kortom een gewone organisatie, hetgeen in belangrijke mate bijdraagt aan het broodnodige cultuurbehoud in Rotterdam.

Stadsherstel heeft niet zoals door Kat genoemd een laagrentende lening van 265.000 gulden van de gemeente gekregen, maar een van 229.437 gulden van het Nationaal Restauratiefonds. De `zeer' lage rente is in werkelijkheid een rente die 2,5 procent onder de huidige marktrente ligt. Een leuk voordeel, maar toch bescheiden. En ten slotte de huur van 120.000 gulden. Dat lijkt veel, maar omgerekend komt dat neer op 200 gulden per vierkante meter per jaar. Kom daar eens om in de horecawereld op zo'n plek. Kortom, er is geen sprake van een samenzwering van de Rotterdamse elite, en de `opwaaiende zomerjurken' zien we graag in Rotterdam en het liefst voor onze deur.