Wolfensohns kruistocht voor 2 miljard armen

Het optimisme over een geleidelijk weer opverende wereldeconomie groeit. Maar president Wolfensohn van de Wereldbank beklemtoont dat de twee miljard mensen, die moeten rondkomen van minder dan twee dollar per dag, vooral niet uit het oog mogen worden verloren.

In Washington wordt al weer gepraat over over het einde van de financiële crisis en het herstel dat volgend jaar in het vooruitzicht ligt. Gelukkig is president James Wolfensohn van de Wereldbank er nog. De Australische Amerikaan die als investmentbanker in New York fortuin maakte, heeft zichzelf als opdracht gesteld de armoede in de wereld zoveel mogelijk uit te roeien.

,,Ik wil niet dat u denkt, nu we het eens zijn dat de zaken in een jaar ten goede keren, dat de problemen voor de armen voorbij zijn'', zei Wolfensohn in een vooruitblik op de vandaag begonnen tweedaagse voorjaarsvergadering van het Internationaal Monetaire Fonds (IMF) en de Wereldbank. ,,Als je naar Indonesië gaat zie je de toename van de armoede. Als je naar Rusland gaat zul je de enorme stijging van het aantal armen zien van misschien twee miljoen tot zestig miljoen sinds het begin van de overgang naar de markt.''

Ook Wolfensohn vindt dat aan een nieuwe financiële `architectuur' moet worden gewerkt om crisispreventie en crisisbestrijding te verbeteren. ,,Maar we kunnen geen systeem aanvaarden waarin macro-econonomische en financiële zaken los van sociale zaken worden beschouwd of omgekeerd.''

Om zijn visie te onderstrepen presenteert de Wereldbank-president vandaag en morgen het ontwerp van een internationale `code voor sociaal beleid' die onderdeel moet uitmaken van de `architectuur'. Naast codes voor fiscaal en monetair beleid die het IMF al heeft ontwikkeld. Dat zou betekenen dat het sociale beleid een expliciet criterium wordt in de beoordeling van landen door het IMF. Wolfensohn hekelde vorige week opnieuw het feit dat in de miljardenpakketten voor de Aziatische crisislanden Thailand, Zuid-Korea en Indonesië ,,alles op de financiën was gericht''.

De Wereldbank-president wil voorkomen dat de twee miljard mensen die van minder dan 2 dollar per dag moeten leven in de voortgaande proces van globalisering uit het zicht zullen verdwijnen. Enkele jaren geleden was hij de gangmaker van het plan voor schuldkwijtschelding voor de armste landen. Dit als HIPC (Highly Indebted Poorest Countries) bekende initiatief, waarvan nog maar enkele landen hebben geprofiteerd, lijkt in een stroomversnelling te komen door massale druk van non-gouvernementele instellingen en kerken (Jubilee 2000) in de hele wereld.

Het was Wolfensohn zelf die deze beweging stimuleerde, onder meer door persoonlijke contacten met religieuze leiders. Nu kan hij tot zijn genoegen constateren dat inmiddels vijf van de zeven leiders van de G7-landen vergaande voorstellen hebben gedaan voor uitbreiding van het HIPC. Het ziet er naar uit dat op de G7-top in juni in Keulen akkoord zal worden bereikt. Wolfensohn nodigde de grote industrielanden al vast uit met het nodige geld te komen. De grootste financiers van het HIPC zijn nog steeds Nederland en de Scandinavische landen.

Wolfensohn bracht de grote landen vorige week onder ogen dat de officiële netto hulpstroom ondanks alle mooie woorden nog slechts 33 miljard dollar per jaar bedraagt, iets meer dan de helft van tien jaar geleden.

De staf van Wereldbank en IMF werken inmiddels voortvarend aan concrete plannen om meer arme landen sneller en voor grotere bedragen van de schuldkwijtschelding te laten profiteren. Landen die het aan schuldbetalingen uitgespaarde geld voor het allergrootste deel aan onderwijs en gezondheidszorg besteden, zouden extra moeten worden beloond.

Een deel van de schuldverlichting zal worden betaald uit de verkoop van een klein gedeelte van de goudvoorraad van het IMF. Ook de Wereldbank draagt in de kosten bij. Door de daling van de grondstoffenprijzen zijn de kosten van het oorspronkelijke HIPC inmiddels al weer met dertig procent opgelopen tot ongeveer 19 miljard dollar. Dat komt omdat de schuldverlichting is gekoppeld aan de exportopbrengsten van een land.

Wereldbank-president Wolfensohn is al weer met een ander project bezig. In januari van dit jaar lanceerde hij zijn Comprehensive Development Framework in de wandelgangen van de Wereldbank nog beter bekend als het `CDF'. Het is een management-matrix van rijen en kolommen, waarin een model voor duurzame groei en armoedebestrijding is vastgelegd. De matrix moet ervoor zorgen dat alle bij ontwikkeling betrokken partijen (nationale en lokale overheden, multilaterale en bilaterale instellingen, de maatschappelijke organisaties en de particuliere sector) zo goed mogelijk samenwerken op veertien gebieden van ontwikkeling: goed bestuur, justieel systeem, financieel systeem, sociaal veiligheidsnet en sociale programma's, onderwijs en kennisinstellingen, gezondheidszorg, water en riolering, energie, wegen en telecominfrastructuur, milieu en culturele zaken, plattelandsstrategie, stedelijke strategie, strategie voor de particuliere sector, en specifieke aspecten landen. In alle vakken van de matrix moet zijn ingevuld wat de bijdrage van de verschillende partijen is.

Zo denkt Wolfensohn de samenwerkig van de Wereldbank met het `veld' nog verder te bevorderen en de effectiviteit van de hulp te verbeteren. Een twaalftal ontwikkelingslanden heeft zich inmiddels bereid verklaard met de management-matrix te gaan experimenteren. Het bestuur van de Wereldbank staat volgens de Nederlandse directeur Pieter Stek positief tegenover Wolfensohn's,,holistische'' benadering. Toen de Board of Directors onlangs wat aarzelend was over de financiering van Wolfensohn's vernieuwingsplannen leidde dat tot een onvervalste woede-uitbarsting.

Sommigen schrokken van de uitval van de overigens onomstreden Wereldbank-topman, aan wie enige ijdelheid niet geheel vreemd is. Pieter Stek heeft er geen moeite mee. ,,De president van de Wereldbank moet een manager zijn en niet een diplomaat.''