Una kan verkopers nog half mrd kosten

UTRECHT/HOUSTON, 27 APRIL. De onrendabele contracten en investeringen uit het verleden kunnen de verkopers van de stroomproducent Una ruim een half miljard gulden extra gaan kosten. Dit valt af te leiden uit een vertrouwelijke samenvatting van het verkoopcontract en marktverwachtingen van deskundigen.

Vorige maand werd bekend dat het energiebedrijf Una wordt verkocht aan het Texaanse Reliant Energy voor een bedrag van 4,5 miljard gulden. Daarvan is 1,1 miljard gulden bedoeld als kapitaalinjectie voor Una. De resterende 3,4 miljard gulden gaat naar de verkopende partijen: de gemeenten Amsterdam en Utrecht en de provicies Noord-Holland en Utrecht. De verkopers moeten echter tot een maximum van 1,1 miljard gulden opdraaien voor tegenvallers met de zogeheten `bakstenen' of wel stranded costs.

De `bakstenen' zijn een erfenis van de SEP, het samenwerkingsverband van de vier stroomproducenten dat inmiddels in liquidatie is. Mede onder druk van de nationale overheid hebben de Samenwerkende Elektriciteits Productiebedrijven in het verleden onrendabele investeringen gedaan in onder meer milieuvriendelijke energiecentrales en importcontracten afgesloten. Deze investeringen en contracten worden nu nog doorberekend aan de verbruiker. Als de stroommarkt straks wordt geliberaliseerd, kan dat niet meer.

Bij de verkoop van Una is in het contract al voor een niet bekendgemaakt bedrag rekening gehouden met een toegeschoven `baksteen', de benaming van het verschil tussen de huidige elektriciteitsprijs en de toekomstige (lagere) prijs op de geliberaliseerde stroommarkt. Uit vertrouwelijke stukken blijkt dat het gaat om een ingecalculeerd bedrag van 500 miljoen gulden, gebaseerd op een elektricteitsprijs van 7 cent per kilowattuur, ongeveer 1,5 cent lager dan nu. Directie en commissarissen van Una gaan ervan uit dat dit bedrag ruim voldoende is, tenzij ,,er heel gekke dingen gebeuren''.

Navraag onder betrokken deskundigen leert dat dit een tamelijk optimistische verwachting is. Marktpartijen, zoals president ir. W. Wiechers van de Zuid-Nederlandse energiedistributeur PNEM Mega, gaan uit van een stroomprijs van 5 tot 7 cent op een vrije markt. Volgens mr. J. Schraven, president-directeur van Shell Nederland, is een stroomprijs van 5 cent daarbij een veel realistischer uitgangspunt dan 7 cent. Nederland kampt met aanzienlijke overcapaciteit, die binnenkort nog fors zal toenemen als Shell een nieuwe, efficiëntere energiecentrale heeft gebouwd.

Bij een stroomprijs van 5 cent komt de `baksteen' volgens de rekenmethode van Una zelf uit op in totaal 1,17 miljard gulden. Daarvan is 670 miljoen gulden niet ingecalculeerd. De opbrengst voor de aandeelhouders komt dan niet uit op 3,4 miljard gulden, maar op zo'n 2,7 miljard gulden.

Minister Jorritsma (Economische zaken) en de stroomproducenten kibbelen al geruime tijd wie voor de bakstenen moet opdraaien. Een deel wordt vergoed door de nationale overheid, die dat deels doorberekent aan de stroomverbruikers in de vorm van een heffing. Om helderheid te brengen in deze kwestie is inmiddels een `commissie van Wijze Mannen' aangesteld, die waarschijnlijk dit najaar met een rapport komt.

Jorritsma moet nog toestemming geven voor de verkoop van Una en laat dat onder meer afhangen van een regeling voor de `bakstenen'. De minister heeft ook opheldering gevraagd over de vraag in hoeverre de Texanen, met hun eigendom van 12,5 procent van het landelijk hoogspanningsnet, ook greep krijgen op het stroomtransport. De verkoop van Una moet contractueel voor 30 juni 1999 zijn afgerond, bevestigt topman Steve Letbetter van Reliant in Houston: ,,Na die datum kunnen we opnieuw gaan onderhandelen.'' Hij verwacht overigens niet dat dit nodig is.

De uitkomst van de bakstenen-discussie voor de consumenten heeft geen rol gespeeld bij de verkoop van Una. De commissarissen hebben zich – naar zaterdag in deze krant bleek – vooral laten leiden door de hoogte van de opbrengst. Dit bevreemdt drs. J. Peters, opsteller van een invloedrijk rapport over corporate governance: ,,De commissarissen moeten zich ook richten naar het belang van de klanten van de onderneming, de consumenten. Hoe meer de verkopende aandeelhouders aan bakstenen voor hun rekening nemen – en dan maar een wat minder hoge verkoopprijs – hoe minder de consumenten straks voor hun stroom betalen. Dat moet een overweging zijn voor de commissarissen.''