Stagnatie in strijd tegen de armoede

Na een decennium van afnemende armoede, een langere levensverwachting en een betere gezondheid voor miljoenen van de armsten, dreigt het gevaar dat verdere verbeteringen op de drempel van het nieuwe millennium stagneren.

Die conclusie trekken de opstellers van het gisteren gepubliceerde rapport World Development Indicators 1999 van de Wereldbank. Afbrekende economische groei in Azië en Latijns Amerika, onzekere vooruitzichten voor de landen van de voormalige Sovjet-Unie en de voortdurende verspreiding van aids in Afrika, maken het steeds moeilijker voor de internationale gemeenschap de afgesproken ontwikkelingsdoelstellingen in het begin van de 21ste eeuw te realiseren. Het 400 pagina`s tellende rapport omvat een schat aan gegevens over de ontwikkeling op uiteenlopende gebieden in alle landen van de wereld.

,,Nergens zijn de problemen duidelijker dan in de staten van de voormalige Sovjet-Unie, waar het aantal mensen dat in armoede leeft is gegroeid van 14 miljoen in 1989 tot ongeveer ruim 66 miljoen in het midden van dit decennium'', zegt chef-econoom Joseph Stiglitz in een toelichting op het rapport. Als armoedegrens geldt voor de ex-Sovjetstaten 4 dollar per dag. Stiglitz wees er ook op dat in tien landen in Subsahara-Afrika de levensverwachting de afgelopen twintig jaar is afgenomen als gevolg van de aidsepidemie. Een probleem dat steeds desastreuzere vormen dreigt aan te nemen in dit werelddeel.

Volgens de chef-econoom van de Wereldbank maken de gegevens uit het rapport duidelijk dat ook ,,behoedzamer'' moet worden omgegaan met economische programma's die de groei moeten ,,redden'', maar de armoede vergroten of het onderwijs aantasten.

Tot de in het kader van de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) afgesproken doelstellingen behoren de halvering van het aantal armen in 2015 en lager onderwijs voor iedereen in alle landen. In de periode van 1991-1997 groeiden alleen de ontwikkelingslanden in de Aziatische regio's snel genoeg om hun armoede in 2015 te halveren. Volgens de huidige groeivoorspellingen voor 1998-2001 zouden alleen Zuid-Azië en China snel genoeg groeien om de armoede in 2015 te halveren.

De ongelijkheid is het snelst gestegen in Oost-Europa en de landen van de voormalige Sovjet-Unie sinds de val van het communisme. In Rusland is het aantal armen gegroeid van 2 miljoen in 1987 tot 66 miljoen in 1995. De sterfte van volwassenen is in Oost-Europa en de ex-Sovjetlanden toegenomen door factoren als roken, een vet dieet, excessief alcoholgebruik en stress door de psychologische omstandigheden van de overgang naar de markteconomie.

Het Wereldbank-rapport ziet ook positieve ontwikkelingen, zoals de groeiende deelname van meisjes aan onderwijs. ,,De laatste vijfentwintig jaar hebben we gezien hoe levensstandaarden dramatisch zijn gestegen.

Sinds 1970 heeft de voedselproductie de bevolkingsgroei ingehaald en 70 procent van de volwassenen in de ontwikkelingslanden kan tegenwoordig lezen'', aldus Wereldbank-econoom Stiglitz. ,,De World Development Indicators geven ons een maatstaf om de resultaten van onze inspanningen te meten en dagen ons uit het beter te doen om onze doelen te halen.''