Oppositie heeft moeite met overleven

De oppositie in Servië laat een maand na het begin van de bombardementen van de NAVO nauwelijks nog van zich horen. ,,De luchtacties hebben tien jaar werk teniet gedaan.''

,,Ja, we komen hier wel bij elkaar. Maar het heeft geen enkele politieke betekenis. Het is meer een soort van groepstherapie. Sigaretten roken met elkaar. Proberen om niet gek te worden. Er is iedere dag wel iemand in mijn omgeving die totaal in elkaar klapt.''

De studente uit Belgrado, aan de andere kant van de lijn, klinkt gehaast. Ze is de hele dag onderweg. Ook nu heeft ze nauwelijks tijd. ,,Ik ben nooit langer dan een half uur op één plaats.'' Dingen regelen, vrienden zien, redden wat er te redden valt van het grote anti-Miloševic-verzet van een paar jaar geleden. ,,Proberen op één of andere manier te overleven.'' Haar stem is diep en doorrookt.

In het najaar van 1996 liepen ze allemaal te hoop tegen de dictatuur van Slobodan Miloševic. Studenten, docenten en professoren. In een verbluffend vertoon van eenheid `wandelden' ze dag in dag uit voor de democratie in Joegoslavië. Speciale politietroepen grepen herhaaldelijk hard in. Maar het protest was niet te breken. Althans twee maanden lang, toen was het plotseling voorbij. Ieder ging zijn eigen weg. Een deel van de studentenleiders verkoos een politieke carrière of ging gewoon weer aan de studie.

Een jaar later haalde Miloševi c de bezem door de opstandige universitaire wereld. Docenten en hoogleraren werden gedwongen loyaliteitsverklaringen te tekenen. Wie weigerde verloor zijn baan. Er werd een enkele keer geprotesteerd tegen deze verlate wraak van het regime, maar veel had het protest niet om het lijf. De energie was op, was de verklaring.

Een maand na het begin van de bombardementen is de intellectuele oppositie nog verder uit elkaar geslagen. Er verschijnen weliswaar regelmatig verklaringen van ongeruste burgers tegen de NAVO-bombardementen. Maar veel samenhang lijkt er niet te zijn. Een groep van 17 onafhankelijke economen uit Belgrado sprak zich vorige week fel uit tegen de bombardementen. Ze rekenden voor dat Joegoslavië een miljardenschade lijdt en dat het land nu al teruggebombardeerd is tot het economisch niveau van vlak na de Tweede Wereldoorlog. Een opmerkelijk vertoon van eenheid, al meldden bronnen binnen de G-17 dat de Montenegrijnse collega's het eigenlijk helemaal niet eens zijn met de collega's uit Belgrado.

Bovengenoemde studente meldt telefonisch vanuit Belgrado dat ze helemaal niets wil tekenen omdat ze de verklaringen – die allemaal om een einde vragen aan de bombardementen – te eenzijdig vindt. Zij weet helemaal niet zeker of ze wel zo tegen de bombardementen ís en ze vindt in ieder geval dat de misdadige kant van het regime van Miloševic onvoldoende onderstreept wordt.

De jurist en deskundige voor de rechten van de mens Vojin Dimitrijevic protesteerde luid toen zijn collega-professoren vorige zomer op een universitair zijspoor werden gezet. Ook nu kwam hij als één van de eersten in actie. Namens het `Belgrado Centrum voor Mensenrechten' vroeg hij al de eerste dag na de bombardementen om stopzetting. ,,De bombardementen hebben in één nacht tien jaar keihard werken door groepen van moedige mensen in verschillende NGO's en de democratische oppositie te niet gedaan. Mensen die nooit hebben geprobeerd om iemand `omver te werpen' maar een burgermaatschappij probeerden te ontwikkelen.''

Na deze eerste, volgden andere verklaringen. Langere teksten, meer ondertekenaars. Maar de boodschap was steeds hetzelfde. ,,Jullie bombarderen niet het regime van Joegoslavië maar de burgers en de oppositie.'' Een groot deel van de intellectuele oppositie tegen het bewind is tijdelijk naar Boedapest uitgeweken – tijdelijk, omdat een visum maar een maand geldig is.

Dimitrijevic vindt het steeds moeilijker zijn handtekening te zetten. ,,Het probleem van de vluchtelingen uit Kosovo heeft bijbelse proporties aangenomen. De oorlog heeft een eigen dynamiek gekregen. De situatie wordt steeds gecompliceerder.'' Toch blijft hij tekenen ,,ook al is niet iedere zin in die verklaringen van mezelf''. En ook al weet hij dat ,,er geen land op aarde is waar politici luisteren naar academici zoals wij''.