Kosovo 1

Volgens het artikel `Defensie past op zijn tellen' (NRC Handelsblad, 12 april), blijkt de minister van Defensie, De Grave, zich wat zijn beleid t.a.v. de Kosovo-crisis betreft, anders dan zijn voorganger tijdens de Srebrenica-impasse – strikt tot zijn politieke verantwoordelijkheid te beperken en de militaire leiders hun specifieke werk te laten doen. Het geven van militaire orders betreft volgens de minister een ,,andere zaak dan de zijne''.

De bewindsman conformeert zich terzake klaarblijkelijk aan een aloude, uit de krijgskunde stammende, gedragsregel voor politieke leiders, welke reeds in de vijfde eeuw vóór Christus door de Chinese wijsgeer Sun Tzu aan staatshoofden in geval van oorlogsconflicten werd aanbevolen. ,,He whose generals are able and not interfered with by the sovereign will be victorious.''

Minister De Grave bevindt zich wat zijn beleid t.a.v. Kosovo betreft, in het gezelschap van de toenmalige president van de Verenigde Staten Bush, die zich tijdens de Golfoorlog in 1991 eveneens heeft beperkt tot zijn politieke verantwoordelijkheid en de actieve oorlogvoering heeft overgelaten aan de militaire bevelhebbers, hetgeen in niet geringe mate heeft bijgedragen tot een voor het Westen gunstige uitslag van die oorlog. In een hoofdartikel van deze courant is hem daarvoor destijds lof toegezwaaid.

Een notoir voorbeeld van het ostentatief negeren van de bedoelde gedragsregel voor staatslieden in oorlogstijd biedt het gedrag van de politieke leider van het Derde Duitse Rijk, Hitler, die tijdens de Tweede Wereldoorlog veelvuldig en met fatale gevolgen ingreep in de besluitvorming van de militaire bevelhebbers, hetgeen – naast een reeks van andere vitale oorzaken - grotelijks heeft bijgedragen tot de ondergang van de toenmalige Duitse strijdkrachten.