Ingetogen filosoof

De gisteren op 75-jarige leeftijd overleden bisschop Möller van Groningen was een stille, teruggetrokken priester. Zijn secretaris R. van Glansbeek in Nederlands kleinste bisdom (140.000 gelovigen) omschrijft hem als een ,,professoraal type'', die niet zo actief overkwam als zijn Bredase collega Muskens of zijn Rotterdamse broeder Van Luyn. Voor zijn benoeming te Groningen, in 1968, was Möller hoogleraar in de godsdienstfilosofie in Nijmegen en Utrecht.

Dr. Johann Bernard Wilhelm Maria Möller werd op 31 oktober 1923 geboren in Rotterdam. In 1949 werd hij priester gewijd. Daarna studeerde hij filosofie, in Rome en in Leuven. Toen hij voor het ambt van bisschop werd gevraagd, stond Möller niet te springen. Hij was tevreden met zijn baan als rector van de Katholieke Theologische Hogeschool in Utrecht en zag op tegen ,,de soesa'' die hem als bestuurder stond te wachten.

De intellectueel Möller had een eigen mening over gevoelige onderwerpen als het celibaat, vrouwelijke priesters en echtscheiding. Zo was hij voor afschaffing van het celibaat. Maar hij legde zich neer bij het pauselijke gezag. Binnenskamers, of tegenover zijn weinige vrienden, liet hij zich ontvallen wat hij werkelijk vond. ,,In zijn geweten had hij het niet zelden moeilijk met de dingen die om hem heen gebeurden'', zegt H. Vonhoff, oud-commissaris der koningin in de provincie Groningen.

Vonhoff was in Groningen jaren ,,een nauwe buurman'' van Möller. ,,We schaakten 's avonds regelmatig, de bisschop speelde overigens sterker dan ik'', herinnert Vonhoff zich. ,,Hij voelde zich meer priester dan kerkvorst. Het bisschop-zijn was een opoffering voor hem. Möller was een zeer wijze man. Ik heb buitengewoon veel hoogachting voor hem. Zijn dood is een groot verlies.''

Möller was ,,een nobel en warm mens'', vervolgt Vonhoff. ,,Nog niet zo lang geleden stuurden we elkaar, als we op reis waren, steeds ansichtkaarten. Hij achtte de paus heel hoog, kende hem ook goed, omdat ze in Rome samen hadden gestudeerd. Hij week af van bisschoppen als Gijsen en Simonis. Hij was juist een man met grote maatschappelijke antennes.''

De Acht Mei Beweging gedenkt Möller ,,met groot respect''. ,,Met zijn overlijden is een einde gekomen aan het leven van een wijze en pastoraal bewogen bisschop'', aldus de organisatie. ,,Möller wilde als bisschop een bruggenbouwer zijn. Hij vond dat katholieken moeten leren accepteren dat ze over bepaalde zaken verschillend denken. Hij was een groot voorstander van dialoog.'' De beweging leerde Möller kennen op haar manifestatie in 1996 in Den Bosch. ,,Möller leverde een zeer persoonlijke bijdrage aan een gesprek over levenseinde en levensbeëindiging. Daarin gaf hij aan de kerkelijke leer rond euthanasie te onderschrijven, maar tegelijk niet te willen oordelen over mensen die andere keuzes maken.''

Möller schuwde de publiciteit, tenzij die uitermate zinvol was. Zo pleitte hij, als nierpatiënt, herhaaldelijk voor meer donoren. In een vraaggesprek met NRC Handelsblad zei hij vorig jaar: ,,Iedereen zou donor moeten zijn. (...) Ik vind het een Goddelijke opdracht het lijden van anderen te helpen verlichten. En als donor doe je dat.''

Al vele jaren was zijn gezondheid slecht. Vonhoff: ,,Hij zei: `ik moet stoppen met schaken, anders houd ik het niet vol tot mijn 75ste'. Na zijn pensioen (31 oktober 1998) bleef hij belast met het werk van bisschop, omdat er nog geen opvolger was. In maart werd Möller met hart- en nierklachten in het ziekenhuis opgenomen, waar hij gisteren overleed.