Het gelijk van W.F. Hermans

De schrijver Willem Frederik Hermans (1921-1995) – die vier jaar geleden op 27 april overleed – had niet alleen `altijd gelijk', hij had ook briljante ideeën. Niet voor niets wilde hij op jonge leeftijd uitvinder worden. En uitgerekend een van zijn subliemste vondsten komt ter sprake in de roman Ik heb altijd gelijk, uit 1951.

In deze roman willen Nico Kervezee, Lodewijk Stegman en Key een Europese EenheidsPartij (de EEP) oprichten om de Nederlandse staat en alle andere staten op te heffen. Want met een `wereldregering' zal er nooit meer oorlog zijn! Hermans laat `Key' een geniaal plan bedenken om deze `Europese' gedachte onder het Nederlandse volk te verspreiden: Via een voetbalkrant: `Voetbal, dàt is het waardoor de oorlog uitgebannen kan worden, daardoor kan onze beschaving worden gered.' Daarom moet de krant heten `Voetbal Europa'. In kapitalen moet deze naam op het omslag prijken.

Maar, zo vervolgt Key met his writer's voice: `Drukwerk, waar alleen maar ideeën in staan, dat wordt in ons land niet gekocht, om dan over nieuwe ideeën helemaal niet te praten...' Er moet, en dát is het briljante, een `gratis voetbalprijsvraag' in die krant worden opgenomen. Want van de katholieken heeft Key geleerd dat je trammelant moet maken. Dan gaan zelfs de ideeën erin als een borrel in een uitgever.

Zo komt Key op het idee van wat wij jaren later als `de voetbaltoto' hebben leren kennen. Al in 1951 laat Hermans Key het plan ontvouwen. Een lijstje van tien stellen van twee voetbalclubs, met daarachter `hokjes'. Als voorbeelden geeft hij Sneek-Zwartemeer, AGOVV-'t Gooi, NEC-Wageningen, Ajax-Vitesse. De mensen moeten invullen wie er wint. Alles goed levert duizend gulden op, negen goed vijfhonderd, acht goed tweehonderdvijftig en de vierde prijs is honderd gulden, voor zeven goed.

Een geweldig idee. Maar hoe Hermansiaans! De `uitvinding' van de voetbaltoto van W.F. Hermans is nooit buiten de grenzen van zijn roman getreden. Sport en literatuur waren in 1951 immers nog twee onverenigbare werelden: twee magneetpolen die elkaar afstootten.

Zo kon het gebeuren dat vijf jaar na Hermans, in 1956, de Alkmaarder Jan Groet (1914-1993), als voorzitter van Alcmaria Victrix, ook op het idee kwam een voetbaltoto in te voeren. Met dit verschil dat Groet het in praktijk bracht. `Hermans heeft hij nooit gelezen', verzekerde de weduwe Groet mij. Haar man bedacht dertien stelletjes van twee clubs, zodat degene met `alle dertien goed' de hoofdprijs kon winnen. `De eerste acht goed' betekende de tweede prijs.

Binnen enkele maanden deden honderdduizenden Nederlanders mee! De wekelijkse trekking bedroeg soms wel ƒ350.000,-. Rijk zijn de bedenkers er zelf overigens niet van geworden. Van de winst moesten drukkerijen worden betaald en taxi's om de formulieren onder 450 voetbalverenigingen en vele sigarenwinkels in heel Nederland te verspreiden. Bij de voetbalverenigingen bleef er echter genoeg aan de strijkstok hangen. In de regio van Alkmaar rezen nieuwe clubhuizen en voetbalkantines als paddestoelen uit de grond.

Door de enorme populariteit vormde de toto een bedreiging voor de Staatsloterij. Daarom werd de voetbaltoto overgenomen door de staat en deze kwam in 1959 onder supervisie van de KNVB. Dat is de reden waarom Hermans zijn idee nooit levensvatbaar heeft gevonden; hij was van mening dat de `loterijwet' zo'n prijsvraag zou verbieden: `Alles is hier verboden, alles is verpest', zei Key. `Je kan geen wind laten of je krijgt de politie op je dak. De sport hebben ze ook al vermoord! Het buitenland koopt onze beste voetballers op!'

Ook wat dit laatste punt betreft, heeft het gelijk van Hermans zijn roman overleefd.