Beurzen Azië zien uitweg uit wok-recessie

De beurskoersen in Azië herstellen spectaculair. Hopen beleggers enkel op herstel van de financiële crisis, of gaat het daadwerkelijk weer bergopwaarts in de regio?

758 punten noteerde hij op 1 juli 1997, het `officiële' begin van de Azië-crisis. Een jaar later, in het diepste van de malaise bedroeg de Koreaanse Kospi-index nog maar 280 punten. Maar sinds vorige week is de barometer van de beurskoersen in Seoel er ogenschijnlijk weer bovenop. Vanmorgen sloot Seoel op ruim 793 punten, na een adembenemende rally sinds eind februari. De tussentijdse devaluatie van de Koreaanse munt, de won, eind 1997, zorgt er voor dat de balans voor de Westerse belegger lager is dan de beursindex van Seoel doet vermoeden. Maar gemeten met een marktbrede beursindex, uitgedrukt in Amerikaanse dollars, is de balans toch nog positief.

Timing is heilige graal voor elke belegger, en wie de Azië-crisis goed had getimed, stond nu op een droomwinst. Terugkijkend lijkt het dieptepunt van de crisis zich in september vorig jaar te hebben voorgedaan, toen de Russische devaluatie de zoveelste schok door de markten van de opkomende industrielanden zond.

Sindsdien hebben munten en beurzen in Azië een spectaculair herstel vertoond, dat enkel in januari kortstondig onderbroken werd door de devaluatie van de Braziliaanse real. Gerekend in dollars, vanaf september 1998, bedroeg het rendement op de beurs van Hongkong 81 procent, Singapore 91 procent, Kuala Lumpur 94 procent, Jakarta 100 procent, in Manilla 127 procent, in Bangkok 126 procent, en in Seoel een bijna onvoorstelbare 198 procent. Dat is een verdriedubbeling. Zelfs Japan is weer in de gratie, met een dollarrendement van bijna 40 procent sinds september.

Dat wil geenszins zeggen dat de Aziatische crisis achter de rug is. Beleggers hebben de gewoonte om een flinke voorsprong te nemen op gebeurtenissen die nog moeten plaatsvinden. En dat is ook in Azië het geval. De meest recente economische prognoses voor de nieuwe industrielanden in Azië van het Internationale Monetaire Fonds wijzen, na een economische krimp van 1,5 procent vorig jaar op een voorzichtig positieve groei van 2,1 procent in 1999 waarna pas volgend jaar een echt herstel moet volgen met een groei van 4,5 procent. Een V-vormige recessie, die scherp en kort is, heeft dus niet plaatsgevonden, en ook U-vormig (ondiep maar lang) is niet de juiste omschrijving. Vandaar dat inmiddels de term `wok-vormig', die kan worden herleid tot Morgan Stanley-strateeg Stephen Roach, in zwang is geraakt.

Vraag is dan ook of de beurzen niet te veel vooruitlopen op het herstel van de economie en de bedrijfswinsten. H. Brans, die Azië volgt voor Fortis Investments, denkt van niet. De reden voor de opleving van de beurskoersen is het door beleggers verwachte herstel, maar de koersvorming vindt plaats bij relatief hoge omzetten. Het is geen kleine groep van beleggers die in elke markt bij lage omzetten de koersen omhoog heeft geduwd. ,,Eind vorig jaar waren het vooral plaatselijke beleggers die weer in de markt stapten, maar nu zijn ook buitenlandse beleggers gevolgd.'' Brans verwacht dat de ontwikkeling van de bedrijfswinsten, en dan met name in de vastgoedsector, de beurskoersen van een fundament zal voorzien. Maar het is, na het lage niveau van economische activiteit en bedrijfswinsten in het rampjaar 1998 natuurlijk ook niet al te moeilijk om in 1999 groei te laten zien.

Het hangt er vanaf of er in de reële economie daadwerkelijk veranderingen zijn doorgevoerd, en daar loopt het beeld van de verschillende Aziatische landen sterk uiteen. In Indonesië is de politieke crisis die de financiële crisis vergezelde nog lang niet ten einde en wachten beleggers op zijn minst op de uitkomst van de komende verkiezingen. Maleisië stelde kapitaalscontroles in, waardoor grote beleggers die er niet zeker van zijn of zij hun winsten makkelijk kunnen verzilveren, de beurs van Kuala Lumpur links laten liggen. Ook Fortis is zeer terughoudend. Korea en Thailand staan daarentegen te boek als hervormingsgezind, en mogen zich verheugen in de aandacht van beleggers. En de markten van Hongkong en Singapore fungeren, evenals hun economie, als een indirecte graadmeter van wat er buiten, in de regio, gebeurt.

Moeten beleggers, na het koersherstel van de afgelopen maanden, alsnog instappen in Azië? ,,Voor de lange termijn zijn de vooruitzichten goed,'' vindt Brans. Maar, hoewel de beurzen er minder wild zijn dan voorheen, blijft Azië voor de korte-termijnbelegger een avontuur.