Weense griezelshow vol gekken en moordenaars

Lipizzaner Pascha loopt rondjes op het met Mozartkugeln bezaaide toneel van het Burgtheater terwijl keizerin Sisi op zeurderige toon haar gedichten voorleest. Vol goede wil om het beste van haar nieuwe bestaan als keizerin te maken, citeert ze tenslotte de Oostenrijkse dichter en patriot Franz Grillparzer: ,,Het is een goed land.'' Het contact met de uit een hol kruipende Oostenrijkers bezorgt haar echter de schrik van haar leven. Ze zal daarvan nooit meer herstellen. Zelfs de avances van de gespierde filmheld Arnold Schwarzenegger kunnen niets meer goed maken.

Wiener Blut is, anders dan de naam suggereert, geen zoetsappige operette maar een door Uschi Otten geschreven en door Johann Kresnik geënsceneerde vermakelijke griezelshow die door een indrukwekkende reeks Oostenrijkse neurotici en moordenaars wordt bevolkt. Het is tevens de zoveelste wraakactie van directeur Claus Peymann tegen de Alpenrepubliek. Haar inwoners worden genadeloos geportretteerd als een zich aan seksuele en gewelddadige excessen te buiten gaande horde die alleen maar pauzeert om te walsen. Otten en Kresnik schuwen geen enkel cliché maar komen soms toch verrassend geestig uit de hoek. In hun kritiek op het welig tierende chauvinisme zijn ze op hun best: een toeristengids dreunt zo lang de huizen op waar Mozart en Grillparzer hebben gewoond dat hij niet meer op kan houden en doorratelt tot hij erbij neer valt. In de Weense binnenstad zijn inderdaad maar weinig huizen zonder plaquettes die de nietsvermoedende voorbijganger inpeperen welke beroemde persoonlijkheid er heeft gewoond of, nog beter, is overleden.

Verder tobt een leugenachtige oud-president met de huid van zijn paard - een toespeling op de grap dat niet Kurt Waldheim maar zijn paard lid van de SA was - en zingt een koor van oude Sängerknaben onder leiding van Herbert Karajan `Macho, macho' terwijl ze met hun kunstgebitten in de hand vriendelijk wuiven. Sommige uithalen zijn problematisch, zoals de wat wrange aanval op de ster van nazi- propagandafilms, Paula Wessely. Deze actrice heeft juist als een van de weinige Oostenrijkers openlijk spijt betuigd, al deed ze dat pas nadat Elfriede Jelinek in het stuk Burgtheater haar collaboratie aan de kaak had gesteld.

Zwak is ook het optreden van twee beruchte moordenaars: Jack Unterweger, die twaalf prostituées martelde en wurgde en de nazi-arts Heinrich Gross, die gehandicapte kinderen doodde. Otten en Kresnik laten Unterweger decoratief dames afslachten en Gross' nazi-teksten ratelen. Seriemoordenaars echter komen overal voor en ook nazibeulen werden in vele landen ongemoeid gelaten. Typerend voor Oostenrijk zijn de carrières van beide mannen en uitgerekend daar gaan Otten en Kresnik niet op in. Unterweger schreef na zijn eerste moord in de gevangenis toneelstukken en werd een gevierd symbool van links: een held uit de achterbuurt! Dat veranderde ook niet toen hij - na zijn vervroegde vrijlating - verder moordde. Linkse intellectuelen bleven hem zien als `slachtoffer van de burgerlijke moraal en justitie'. Nazi arts Gross kreeg na de oorlog een eigen instituut waar hij de hersenen van de door hem vermoorde kinderen bleef bestuderen en werkte bovendien tot vorig jaar als deskundige voor justitie.

De anti-Peymann-fractie onder de recensenten heeft, met het eind van zijn bewind in zicht, voor het eerst niet met woedende tirades gereageerd maar een nieuwe strategie toegepast. Als het stuk intellectueel, technisch en dramaturgisch in orde was geweest, had het heel aangrijpend kunnen zijn, aldus de critici. Helaas, zo oordelen ze, het was een slecht stuk en daarom alleen maar vervelend. Ze vinden het getetter uit de jaren zeventig. Dit punt van kritiek is terecht. De tirades zijn gelijk gebleven, maar de omstandigheden ook. Over het laatste verbaast alleen niemand zich.

Voorstelling: Wiener Blut van Uschi Otten en Johann Kresnik. Regie: Claus Peymann. Tot en met 30 juni. Burgtheater, Dr. Karl Lueger-Ring 2, Wenen. Telefonisch reserveren met creditcard: 00431 513 1513.