Veel woorden over zwijgen

Soms vergeet je dat het ook kan, zwijgen. Het is iets minder in de mode dan spreken. Het is niet zo communicatief, maar het is wel rustig. Het tijdschrift Raster heeft er een heel nummer aan gewijd, waarin er natuurlijk op los gesproken, gedacht en geschreven wordt, want ook over het zwijgen valt van alles te zeggen en te denken. Je kunt het oproepen in gedichten, met woorden. Bernlef bijvoorbeeld, kan heel mooi over het zwijgen dichten. Hij kijkt naar de natuur, naar `Zoveel plaatsen waar het leven/ geen naam heeft maar ook niet/ kan worden gebleven/ hoe graag wij ook' en gooit er dan veel vergelijkingen tegenaan om enigszins duidelijk te maken wat men dan ziet op die plaatsen. Maar wat men schrijft dat men ziet is niet wat er is `Zo verwijdert kijken ons/ van de wereld die leeg en eeuwig is/ de wolkjes van onze vergelijkingen/ lossen op in het zwerk'.

Woorden hebben nogal de neiging zich tussen ons en de wereld te plaatsen, of tussen ons en een ander, of tussen ons en onszelf _ gesteld al dat we weten zouden wat dat is: `onszelf'.

Het bijzondere van Raster is dat men er zeker van kan zijn dat het tijdschrift schrijvers, verhalen en essays voor ons opdiept die onze horizon vergroten. De gezamenlijke belezenheid van de redacteuren levert altijd een verrassende en aanstekelijke verzameling op, en bovendien kunnen ze zelf ook goed schrijven en nadenken.

Jacq Vogelaar snijdt de kwestie aan van Adorno's beroemde uitspraak over poëzie na Auschwitz: ,,Na Auschwitz een gedicht schrijven is barbaars.'' Die is volgens hem voornamelijk opgevat als een verbodsbepaling en ook als zodanig tegengesproken, waarbij steeds weer allerlei gedichten zijn aangevoerd als het bewijs van dat het wel kan. Vogelaar vindt dat deze uitspraak uit zijn verband gerukt is en probeert hem weer terug in de context te plaatsen. Hij meent dat Adorno's opmerking het gevolg was van ,,beschaamde verbazing over het feit dat er na de vernietiginskampen weer gefilosofeerd en gedicht werd als voorheen, alsof er niets gebeurd was, in elk geval niets ingrijpends. Het begrip `cultuur' werd weer in ere hersteld als een onbetwist waardensysteem van een hogere orde dat door historische feiten niet kon worden aangetast, alsof men zich voor de propaganda van de oorlog en zelfs de uitroeiing van een `inferieur ras' niet op diezelfde cultuur beroepen had.''

Natuurlijk was Adorno, schrijft Vogelaar, lucide genoeg om in te zien dat ook deze kritische houding de wereld en de cultuur niet verandert, want reflectie is niet meer dan reflectie, maar die `bepaalt wel precies het verschil tussen naïeve of cynische aanpassing en de kritische houding'. Zwijgen is geen oplossing. Vogelaar veegt de vloer aan met verschillende latere interpretaties van Adorno's uitspraak en vindt ook dat degenen die menen dat Adorno zijn `dictum' later heeft teruggetrokken ernaast zitten. Dat is, alweer, een verkeerde interpretatie.

Op Vogelaars stuk volgt een keuze uit verschillende essays, onder meer van Adorno zelf, die op deze kwestie betrekking hebben. Ze geven veel stof tot na denken. En ze maken duidelijk dat het niet moeilijk is om Adorno `verkeerd' te interpreteren.

Er is veel over zwijgen te beweren. Zo hebben zowel Kafka als Brecht geschreven dat de Sirenen niet voor Odysseus gezongen hebben, maar hem oorverdovend hebben toegezwegen. ,,Maar Odysseus hoorde, om het zo te zeggen, hun zwijgen niet, hij geloofde dat zij zongen en hij de enige was die ervoor gevrijwaard bleef,'' schrijft Kafka. Borges haalt, typisch Borges, weer een geheimzinnige oude kroniek aan, waarin beweerd wordt dat er in Haarlem een sirene heeft gewoond in de vijftiende eeuw. Die leerde weven. Of ze zong vertelt de historie niet. Het is weer een rijk nummer geworden, deze fenomenologie van het zwijgen. Het is verbazend hoe fascinerend zwijgen kan zijn, van het zwijgen in de `zwijgende', `stomme' of `stille' films, tot de ezel van Bileam die door haar spreken Bileam tot zwijgen brengt.

Raster 84 `Zwijgen'. Uitg. De Bezige Bij, prijs f29,50