Toetsen

,,Toetsen hebben me van jongsaf betoverd. Als jongetje van een jaar of vier bivakkeerde ik vele uren onder de vleugel terwijl mijn vader aan het spelen was. Voor mij was dat een soort kathedraal, met zwarte pijlers en een dakwerk, waar die enorme klank uit kwam. Zelfs toen ik ze nog niet kon zien, hing ik aan de toetsen. Op het conservatorium werd het me later verboden om plastic toetsen aan te raken. Dat was slecht voor mijn toucher. Ondertussen speelde ik bij Supersister al naar hartelust op allerlei orgeltjes. Op dat moment heb ik doelbewust het zijspoor van de popmuziek gekozen, omdat daar mijn hart lag.''

De Haagse popmuzikant Robert Jan Stips (1950) schreef Nederpophistorie als toetsenman bij Supersister, Golden Earring, Sweet d'Buster, Transister en The Nits. Tussen de bedrijven als begeleider van Freek de Jonge maakte hij de cd Greyhound met gitarist Mark Boon en celliste Judith Sijp. `I am the king on any piano,' zingt Stips in het ironisch getinte lied Euroland 2000.

,,In de ivoren toetsen van een echte piano lag besloten dat je pianoleraar of concertpianist moest worden. Een Farfisa-orgel mocht dan goedkoper klinken, maar het gaf veel meer vrijheid. Mijn eerst Acetone-orgeltje heb ik bij elkaar verdiend door zes jaar lang kinderoperette en ballet te begeleiden, aan de piano. Indertijd had ik een hekel aan Hammondorgels, want die zaten in een hele muffe, bioscoop-achtige sfeer. Bij Supersister ben ik de dingen gaan doen die op het conservatorium niet mochten, zoals spelen door een wahwah-pedaal en een vervormer. Het ging mij niet om duizend noten per minuut, zoals Rick van der Linden bij Ekseption over de toetsen raasde. Die stijl van kijk-mij-nou heeft me nooit zo gelegen.

,,Mijn interesse in de eerste synthesizers werd geprikkeld door een recensie van Walter Carlos' elpee Switched on Bach, waarin de recensent tekeer ging tegen de synthesizerversies die Carlos op Bach had losgelaten. Bach op een brommer, stond er boven. Bij de Earring speelde ik op een Minimoog, die Rinus Gerritsen me vlak voor een Amerikaanse toernee in handen had gedrukt. Het probleem met die vroege synthesizers was dat ze enorm snel ontstemden. In mijn eerste jaren bij de Nits moest het deksel van de Oberheimsynthesizer regelmatig open om tijdens het optreden die zestien oscillatoren met een schroevendraaier bij te stellen. Voor het Hohner-pianet, de moeder van alle elektrische piano's, had ik altijd een föhn bij me om het mechanisme droog te blazen. Als de lipjes vochtig werden, gaf het een interessant sirenegeluid.

,,Uit de polyfone en aanslaggevoelige toetsenborden van nu kun je net zo makkelijk een orgel als een elektrische gitaar tevoorschijn toveren. Onder één toets zitten soms wel vijf samples, zodat de boventonen van een piano in overeenstemming zijn met de aanslag. She was naked van Supersister speel ik met een sample die ik zo goed mogelijk van het origineel heb geprobeerd te reconstrueren. Maar ook als ik een banjo wil laten horen of het geluid van een gillende giraf, zit het allemaal in dat ene keyboard onder de toetsen.''

Robert Jan Stips: Greyhound (Dureco 55 22272)