Strijkijzer Boogerd rijdt de sprint van zijn leven

Met zijn zege in de Amstel Goldrace bevestigde Michael Boogerd de wederopstanding van het nationale cyclisme. Acht jaar na de wereldbekerzege van Frans Maassen lijkt de crisis voorbij. Oranje boven in Maastricht.

Michael Boogerd is geen wieltjeszuiger zoals Joop Zoetemelk in het verleden. De kopman van Rabobank is een aanvalslustige renner die met zijn blonde haren en bruinverbrande kop de aandacht trekt. Zoetemelk reed altijd in de schaduw van Eddy Merckx en volgens Belgische grapjassen had de Nederlander daarom zo'n bleek gezicht.

Zaterdag reed Boogerd in de geest van Zoetemelk. Hij fietste de laatste twintig kilometer in het wiel van Lance Armstrong, die een andere houding had verwacht van Boogerd. ,,Mike is toch geen flikker'', vroeg Armstrong na afloop van de Amstel Goldrace. Hij doelde op het onsportieve gedrag van Boogerd. De Amerikaanse strijder, geheel hersteld van teelbalkanker, kwam een halve fietslengte tekort tegen de lepe Nederlander.

Armstrong kon enig begrip opbrengen voor de voorzichtige handelwijze van de renners van Rabobank. ,,These guys were everywhere'', verwees hij naar de numerieke meerderheid van de Nederlandse ploeg. Maar hoe kon een Nederlandse kampioen bij een Nederlandse klassieker zich zo verstoppen achter een buitenlandse kanshebber, vroeg Armstrong zich af. Boogerd reageerde verontschuldigend. ,,Ik ben geen flikker. Ik liep alleen te linkeballen. Ik moest tegen mijn natuur in rijden. Ach ja, de winnaar heeft altijd gelijk.''

De voorzichtige strijdwijze van Boogerd bleek succesvol. Voor het eerst sinds 1991 behaalde een Nederlandse renner een overwinning in een wereldbekerwedstrijd. Frans Maassen was de laatste telg uit een rijke wielergeneratie. Hij zegevierde in de Amstel Goldrace, die in de jaren zeventig en tachtig bijna altijd oranje gekleurd was. Zo won Jan Raas vijf keer in de Limburgse heuvels. De klassieker werd tijdelijk omgedoopt in de Amstel Gold Raas.

Was het toeval dat Raas afgelopen zaterdag in de volgwagen van Rabobank was gestapt? De manager van de sponsor stond als renner bekend om zijn uitstekende koersinzicht en deze eigenschap kwam de Nederlandse ploeg goed van pas. Na ongelukkige nederlagen in de Waalse Pijl en Luik-Bastenaken-Luik bleek de aanwezigheid van Raas een gouden greep. ,,Jan heeft wel tien keer geroepen dat ik niet mocht rijden'', vertelde Boogerd na afloop. Maar waarom demarreerde hij dan in het Eyserbos, op zeventig kilometer van de aankomst? ,,Dat gebeurde per ongeluk'', antwoordde Boogerd.

De tacticus Raas is altijd gecharmeerd geweest van de waaghals Boogerd. In het najaar van 1994 tekende Boogerd een profcontract bij WordPerfect, waar Raas als ploegleider de touwtjes in handen had. In 1995 werkten ze samen bij Novell. In 1996 volgde een nieuwe verbintenis bij Rabobank. Terwijl Raas zich terugtrok in zijn kantoor, ontwikkelde Boogerd zich tot een spraakmakende en veelzijdige coureur. Hij werd het boegbeeld van de nieuwe generatie wielertalenten. Hij verbaasde de criticasters met overwinningen in de Catalaanse Week en Parijs-Nice. In de Amstel Goldrace volgde een voorlopig hoogtepunt.

In opdracht van Raas moest Boogerd zijn medevluchter Armstrong het vuile werk laten opknappen. ,,In het voetbal wordt ook vaak op resultaat gespeeld. Het doel heiligde de middelen'', verklaarde Raas na afloop. Armstrong, de kopman van US Postal, wist zich niet gesteund door ploeggenoten en rekende op zijn snelle sprint. Het was aandoenlijk om te zien hoe Boogerd de stalorders in praktijk bracht. Zoals Raas zijn tegenstanders kon treiteren met schijnbewegingen, zo weinig vertrouwen wekte Boogerd met zijn langzaam-aan-acties. ,,Ik zat niet lekker in mijn vel'', vertelde hij later.

Armstrong was favoriet in de sprint, omdat Boogerd ,,net zo snel is als een strijkijzer''. Maar Armstrong had de laatste twintig kilometer veel krachten verspeeld, Na maandenlang blessureleed fietste hij nog niet op zijn oude niveau. Boogerd reageerde op elke versnelling van Armstrong en passeerde hem vlak voor de finish. Na afloop stortte Boogerd zich huilend in de armen van zijn familieleden en zijn ploeggenoot Maarten den Bakker. ,,We kregen even kippenvel over onze donder heen'', zei Den Bakker later.

Boogerd juichte toen hij over de finish reed. Tegelijkertijd was hij niet overtuigd. ,,Ik kon het eerst niet geloven. Ik dacht dat de streep was scheef getrokken. Ik stierf aan het eind zeven doden. De kramp schoot achter m'n oren. Ik dacht: straks lukt het weer niet en krijg ik weer een lading kritiek over me heen. De pers heeft ons afgemaakt, omdat wij tactisch geblunderd zouden hebben. Allemaal flauwekul, maar het speelt wel door je hoofd als je naar de finish rijdt.''

De kritiek op Rabobank was een gevolg van de hooggespannen verwachtingen. In elke voorjaarsklassieker reden de oranje shirts van voren, maar bij gebrek aan koele killers bleef de langverwachte zege uit. De ploegleiding werd verweten dat zij te veel vertrouwde op het collectief. In de Goldrace kregen de sterke sprinters Leon van Bon en Markus Zberg extra steun in de lastige klimmetjes. Van Bon had bij de teambespreking aangedrongen op deze strijdwijze. Zo kon het gebeuren dat Boogerd en Den Bakker nauwelijks kopwerk verrichtten in de slotfase. Zij hoopten stilletjes op de terugkeer van Zberg of Van Bon.

De nieuwe tactiek werd in de praktijk gebracht door Zberg, die zich in de slotfase samen met de Italiaan Massaglia bij de koplopers voegde. Maar de numerieke meerderheid van Rabobank viel een paar kilometer verderop in duigen. Zberg en Missaglia kwamen aan de voet van de Pietersberg – letterlijk voor de deur van violist André Rieu – zwaar ten val. Ze botsten tegen een geblokkeerde motor. Hierdoor was Boogerd toch weer aangewezen op een sprint met Armstrong. ,,Het was de dood of de gladiolen'', sprak de winnaar.

Ploegleider Theo de Rooy glunderde van oor tot oor. ,,Nu is het wel leuk om interviews te geven'', verwees hij naar de nederlagen in de voorbije weken. ,,Dit geeft een golf van voldoening.'' De Rooy ontkende dat de val van Zberg achteraf een welkome meevaller was. Rabobank legt de nadruk op het opleiden van Nederlands talent en een Zwitserse winnaar spreekt minder tot de verbeelding. De Rooy had medelijden met Zberg en de ploegleider hekelde vervolgens de wedstrijdleiding. ,,Wij organiseren gezondheidscontroles, maar met zulke domme ongelukken lopen de renners nog veel meer gevaar.''