Snelle contacten

De contacten die de maker van een Internet-rubriek opdoet zijn directer en worden sneller persoonlijk dan die van de stukjesschrijver in de papieren krant. Wat te denken van de noodkreet van een lezeres op Aruba, bekend van een paar e-mails, die binnenkort verhuist naar Mauritius en haar drie poezen en twee honden door de strenge quarantainevoorschriften aldaar niet mee kan nemen? ,,Als ik mijn beesten achter moet laten'', besluit ze haar e-mail, ,,neem ik nooit meer andere. Verdomme! Ik ben zo boos en ik voel me zo machteloos!''

Op `De Draad' komen ook organisatoren van congressen omtrent Internet en nieuwe media af. De omvang van het sprekerscircuit is, blijkt uit dit e-mail-verkeer, ontoereikend voor de talrijke bijeenkomsten in deze bedrijvigheid. En dan zijn er de talloze organisaties en onderneminkjes die per e-mail om de aandacht van de rubriekschrijver vragen. Mailinglijsten worden ijverig uitgewisseld, want de mededelingen over nieuwe initiatieven die aanvankelijk druppelsgewijs binnenkwamen, hebben inmiddels de vorm van een stortbui aangenomen. Of zou Internet in de tussentijd zoveel meer activiteit hebben gegenereerd?

Dit is een fragment uit `De Draad', de dagelijkse column van Tom Rooduijn op de website van NRC Handelsblad: www.nrc.nl