Kamer fout ingelicht door Faber

Staatssecretaris Faber (Landbouw) heeft de Tweede Kamer in december vorig jaar onvolledig geïnformeerd over het functioneren van het oormerkensysteem voor runderen. Haar ministrie wist al in 1997 dat het zogenoemde systeem van oormerken – dat dient ter identificatie en registratie van runderen – niet naar behoren functioneerde en hiaten vertoonde.

Dit meldt het Agrarisch Dagblad, dat na een beroep op de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB) de hand heeft weten te leggen op vertrouwelijke stukken van de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) die waren bestemd voor het ministerie. Het oormerkensysteem wordt onder meer gebruikt bij het opsporen van verwanten van koeien met besmettelijke ziekten, zoals de gekke-koeienziekte BSE.

De staatssecretaris heeft al op 27 september 1997 van de GD te horen gekregen dat het systeem juist niet voldoet bij besmettelijke ziekten als BSE. Zij zei echter in een debat met de Tweede Kamer in februari dat ,,pas in augustus 1998'', na een poging verwanten van een BSE koe uit Vrieschelo op te sporen, was gebleken dat het oormerkensysteem ,,niet sluitend'' was. Volgens Faber was al wel langer bekend dat er ,,onvolkomenheden'' in het systeem zaten.

De coalitiepartijen VVD en D66 en oppositiepartij CDA willen nog deze week opheldering van Faber.

De staatssecretris benadrukt in een reactie in het Agrarisch Dagblad dat er ,,in 1998 niets bekend was over de nu openbaar gemaakte stukken'' en dat er ,,niet bewust informatie is achtergehouden''. ,,Er is een fout gemaakt. De betrokken ambtenaren zijn hier inmiddels op aangesproken'', aldus een woordvoerder afgelopen zaterdag.

De GD heeft berekend dat er ongeveer 500.000 koeien met het systeem niet te traceren zijn. Dat is ongeveer tien procent van het totaal aantal runderen.