IMF dubt over dubbele rol banken bij crises

Wie betaalt de oplossing van grote crises in de internationale economie? Particuliere investeerders en monetaire autoriteiten zoeken deze dagen in Washington naar antwoord. Kleine stapjes in de ontwikkeling van een nieuwe `financiële architectuur'.

In het jargon van internationale organisaties heet het burdensharing – hoe worden de kosten eerlijk over de leden verdeeld. Uiteindelijk bereiken de regeringen altijd wel een politiek akkoord.

Maar hoe kunnen particuliere banken en andere particuliere crediteuren worden gedwongen mee te betalen aan de oplossing van internationale financiële crises, waarvoor Internationaal Monetair Fonds en Wereldbank vele tientallen miljarden dollars hebben uitgetrokken?

IMF en Wereldbank zoeken deze week tijdens hun ministeriële voorjaarsvergadering nog steeds naar een antwoord. De Amerikaanse minister van Financiën, Robert Rubin, noemde afgelopen week in een redevoering de rol van de particuliere sector bij het oplossen van financiële crises ,,een van de meest complexe kwesties'' met grote dilemma's.

,,De stappen die we nemen mogen niet de verplichting van landen ondermijnen om op tijd en volledig hun schulden te voldoen'', aldus Rubin. Anders zouden particuliere investeringen en geldstromen, die juist zo belangrijk zijn voor opkomende landen, opdrogen en zouden financiële crises gemakkelijk overslaan.

Maar markten kunnen alleen disciplinerend werken als roekeloze investeerders voor hun risicovolle gedrag worden gestraft. Aan zulke investeerders mag niet met gemeenschapsgeld een goedkope uitweg worden geboden. Dat zou bovendien weer roekeloos investeringsgedrag uitlokken.

De discussie met de internationale banken heeft een scherpere toon gekregen sinds een recente actie van de Club van Parijs tegen Pakistan. Deze groep crediteurenlanden wil pas met Pakistan over schuldverlichting praten als het land eerst met particuliere crediteuren om tafel gaat zitten om herstructurering van de schuld aan banken en beleggers te bespreken. Het Institute of International Finance (IIF), waarbij alle internationale banken zijn aangesloten, heeft fel geprotesteerd.

Directeur Charles Dalara van het IIF zei gisteren in Washington dat de particuliere sector door de crisis in Oost-Azië en Rusland in totaal 350 miljard dollar heeft verloren: 240 miljard dollar waardeverlies voor buitenlandse aandeelhouders, 60 miljard voor internationale banken en 50 miljard dollar voor andere particuliere buitenlandse crediteuren.

De IMF-staf stelt er in een vorige week gepubliceerd rapport over de rol van de particuliere sector bij crisisbestrijding tegenover dat in voorgaande jaren ,,grote winsten'' zijn behaald en dat inmiddels weer ,,gedeeltelijk herstel'' is opgetreden. Wereldbankpresident James Wolfensohn wees vorige week op de hoge rentes die de particuliere investeerders als risicopremie konden incasseren.

De IMF-staf heeft intussen – binnen het IMF zelf soms omstreden – suggesties gedaan in obligatiecontracten clausules te laten opnemen die bij een crisis een betere lastenverdeling met de particuliere sector moeten garanderen. Opkomende landen zijn echter bevreesd dat investeerders bij zulke clausules wegblijven. In het IMF-bestuur is daarom de suggestie gedaan dat industrielanden zelf ,,ter demonstratie'' dergelijke obligaties gaan uitgeven.

Een van de suggesties is dat obligatiebezitters bij gekwalificeerde meerderheid met een schuldherstructurering moeten kunnen instemmen, zodat een minderheid geen blokkade kan opwerpen. Ook zouden `putopties' moeten vervallen die het obligatiehouders mogelijk maken bij slechtere omstandigheden hun geld eerder terug te krijgen. Dergelijke `puts' speelden een rol in de Aziëcrisis. Volgens het IMF staat in opkomende markten tot 2001 voor 32 miljard dollar aan zulke puts uit, op een totaal van 89 miljard dollar dat in deze periode moet worden afgelost.

Verder heeft de staf de gedachte geopperd een clausule in obligatiecontracten op te nemen die de omvang van de aflossingen laat afhangen van de conjunctuur van een land. Ook is er de suggestie `call-opties' in interbancaire kredietlijnen op te nemen die debiteuren het recht geven aflossing uit te stellen. Sommige leden van het IMF-bestuur willen zover gaan dat het IMF een land `surseance van betaling' kan geven.

IIF-voorzitter John Bond, tevens topman van de bankreus HSBC, zei gisteren tijdens een persbijeenkomst dat de particuliere sector alleen op ,,vrijwillige'' basis in de oplossing van crises kan participeren. IIF-bestuurder Cees Maas van ING Groep vindt alle voorstellen om obligaties van clausules te voorzien ,,contraproductief''. Hij denkt dat het er dan ook niet van zal komen.

Volgens HSBC-topman Bond kan alleen van geval tot geval naar oplossingen worden gezocht. Ook minister Rubin zei vorige week dat er ,,niet één oplossing'' is. De Europese landen lijken nog het meest geneigd tot regelgeving om de particuliere sector tot `lastendeling' te verplichten.

Een minder controversiële suggestie is banken ertoe te bewegen hun leningen niet meteen uit crisislanden terug te halen. Topman Bond van HSBC wees erop dat dit in Brazilië al het geval is. IIF en IMF vinden elkaar ook in de suggestie dat niet alleen het IMF, maar ook banken speciale kredieten geven aan landen met goed beleid om `besmetting' door een crisis te voorkomen. Mexico en Argentinië kregen al zulke bankkredieten.

Eensgezindheid bestaat eveneens over de noodzaak de contacten tussen crediteuren en opkomende landen aan te halen. Het IIF heeft voorgesteld naar het voorbeeld van Mexico elk kwartaal bijeenkomsten of teleconferenties met analisten en investeerders te organiseren.

Intussen groeit de consensus over de onwenselijkheid miljardenpakketten aan crisislanden te verstrekken om onhoudbare vaste wisselkoersen te ondersteunen, zoals vorig jaar nog voor Rusland en Brazilië gebeurde. Minister Rubin sprak zich vorige week voor het eerst in deze zin uit, zonder landen met name te noemen.

De Amerikaanse bewindsman voegde zich gisteren bij het groeiende koor dat een tijdelijke belemmering van de invoer van kortlopend kapitaal (via een belasting naar Chileens model) toelaatbaar acht voor landen waar crisis dreigt. De IMF-staf noemde vorige week de uitstroom van kort kapitaal de achilleshiel bij financiële crises. Rubin onderstreepte dat het risicomanagement in de industrielanden moet verbeteren, waardoor minder ,,excessief'' met geleend kapitaal wordt gewerkt.

Over één ding zijn alle betrokkenen het in elk geval eens: de ontwikkeling van wat pompeus de nieuwe `financiële architectuur' heet gaat met kleine stappen. En ook: een volgende crisis zal daar niet op wachten.