Geëxalteerde stijl maakt stuk parodie

Natuurlijk heeft de komedie The Constant Wife van William Somerset Maugham, uit 1927, stof doen opwaaien. Niet alleen haalde de schrijver het geijkte conversatie-stuk onderuit, hij hekelde tegelijkertijd de zeden van de elite waarvoor hij zijn werk schreef. Op hun parate besmuiktheid over overspel en aanverwante pikanterieën op het toneel deed hij geen beroep, integendeel zelfs, hij stelde die aan de kaak. Niet de heersende moraal, met alle broeierigheid en dubbelzinnigheden vandien, was zijn leidraad, maar ratio, die tot geheel andere conclusies over bijvoorbeeld het huwelijk leidt dan het fatsoen. Alleen al de titel verwijst naar cerebraliteit, naar de constante in een theorie: de subjectieve vertaling van Martin Hartkamp als Een ideale vrouw, is dan ook niet erg treffend.

Het overspel van haar echtgenoot met haar beste vriendin brengt titelheldin Constance geenszins van haar stuk. Niet alleen wist ze er al van vóór de `schokkende' onthulling, ze heeft er zelfs alle begrip voor. Zo gaat dat: hartstocht en verliefdheid gaan voorbij en als echtelieden dat nu maar onder ogen zien, dan hoeft hun vriendschap daar niet onder te lijden. Niet de faux pas van manlief is daarmee de motor van het stuk, maar de reactie van de nuchtere Realpolitiker die zijn vrouw blijkt te zijn. Het zijn overwegingen die tot op de dag van vandaag dilemma's zijn gebleven, al is het maar bij wijze van strategie. Lankmoedige aanvaarding loont soms immers meer dan een scène.

Toneelgroep Amsterdam speelt het in Nederland slechts één keer eerder opgevoerde stuk nu onder regie van Gijs de Lange. Het komen en gaan van de personages, zo typerend voor de komedie en bij uitstek tot zijn recht komend in de toneellijst van de Stadsschouwburg, lost hij op de vlakke vloer van het Transformatorhuis op door zijn spelers aan weerszijden van het decor op hun beurt te laten wachten. Hun entrée kondigen ze aan met een forse stap op het parket van de speelvloer, die, bedacht door Paul Gallis, ongetwijfeld niet toevallig aan een boksring of een arena doet denken. Formaties fauteuiltjes zijn de vluchtheuvels van de vertwijfelden - en evenzovele tronen van de zelfverzekerde Constance; bovendien symboliseren ze de conversatie als kunst, en de roddels en terzijdes die thuishoren in de salon van de beter gesitueerden. Kostuumontwerper Arno Bremer verwijst met zijn aardige pastiches van de Charleston-mode naar de periode waarin het stuk speelt.

Iets soortgelijks zal De Lange ook hebben willen bereiken met de geëxalteerde stijl van het spel, dat een combinatie is van te luide VVD-stemmen en het campy gedrag van een decadente klasse. Zijn acteurs en met name Marieke Heebink als Constance beheersen die stijl perfect: de gemiddelde show-travestiet kan een voorbeeld nemen aan de manier waarop ze schrijlings op de stoeltjes gaan zitten, in de lucht kussen, hoeden opzetten en valse vreugdekreetjes slaken. Maar gelukkig vind ik die benadering niet, het is zelfs contraproduktief. Ik stel me voor, dat een drogere speelstijl confronterender was geweest, het stuk wordt nu een parodie van zichzelf. Alsof het niet serieus genomen hoeft te worden, terwijl het aardige juist is dat het aan geldigheid niet heeft ingeboet. In plaats van alleen maar te amuseren, had de voorstelling ook kunnen bijten.

Voorstelling: Een ideale vrouw van William Somerset Maugham door Toneelgroep Amsterdam. Regie: Gijs de Lange. Decor: Paul Gallis. Kostuums: Arno Bremers. Spel: Marieke Heebink, Hans Kesting, Roos Ouwehand, Celia Nufaar e.a. Gezien: 23/4, Transformatorhuis, Amsterdam. Herh. aldaar t/m 22/5. Inl. 020-6279070.