Ellington is nog niet thuis in het Concertgebouw

Behoort het oeuvre van Duke Ellington (1899-1975) vanaf zijn honderdste geboortejaar tot de `gewone' concertmuziek, net als dat van Mozart en Mahler? Het standpunt van de Amerikaanse componist en jazzhistoricus Gunther Schuller is bekend: hij wil een authentieke reconstructie van het Ellington-repertoire uit de jaren '30-'45, inclusief de solo-partijen. Vier jaar geleden trof hij in Paradiso met de big band van het Hilversumse conservatorium niet alleen de noten van Ellington heel puntig, maar zelfs de sound van zijn orkest uit die tijd.

Het concert, vastgelegd op de cd The Music of Duke Ellington (VPRO EW 9629), was zaterdag weer actueel omdat het Jazz Orchestra of the Concertgebouw onder leiding van Henk Meutgeert in zijn `eigen' zaal leek te streven naar hetzelfde doel. Dat het JOC inzette met het hetzelfde stuk als Schuller – Old Man Blues (1930) – dwingt tot een vergelijking met als conclusie dat wat bij Schuller had geleid tot een prettige schok, bij Meutgaart hooguit onderhoudend klonk. Kwam bij Schuller het verleden tot leven, bij het JOC leek je een stapel 78-toeren platen te horen die van de vertrouwde ruis was ontdaan.

Dat het JOC in het Concertgebouw vooral op safe leek te mikken was niet zo vreemd. Het verzoek om een Matinee op de Vrije Zaterdag te vullen was eerst gericht aan het sextet The Houdini's, pas later ontstond een fusie met een deel van het JOC. De uitvoering was gebaseerd op transcripties van de Amerikaan David Berger, die ook aanwezig was bij de repetities, waardoor de band kwam te varen onder twee kapiteins. Dat sommige bandleden wel en andere niet waren betrokken bij de première van Louis Andriessens Paseggiata in tram in America e ritorno droeg extra bij aan de indruk dat het JOC zaterdag niet helemaal zichzelf was.

Het stuk van Andriessen, geschreven voor de Italiaanse zangeres Cristina Zavalloni en opgedragen aan voormalig Matineeproducent André Hebbelinck, werd gekenmerkt door sterke contrasten. Klankblokken neergezet door een halve bigband werden afgewisseld met de stem van Zavalloni die een tekst bracht van dichter Dino Campana, soms doorkruist door violiste Monica Germino in een soort libero-rol. Het stuk duurde weliswaar maar acht minuten, maar dat was toch teveel om het in één keer te verteren.

Voor direct toegankelijk drama zorgden de Houdini's. De drie Ellington-stukken waren overbekend maar zó voortreffelijk naar de eigen hand gezet dat ze niettemin verrasten. De hoofdrol in Chelsea Bridge was nu eens niet voor een tenorsax maar voor trompettist Angelo Verploegen: met Ellington kan heel veel.

Dat het geen angst voor opnamen was die het JOC zaterdag zo op eieren deed lopen (er was in het Concertgebouw ook een camera-ploeg actief) bleek zondagmiddag in het BIMhuis bij een EBU-concert dat in enkele landen rechtstreeks werd uitgezonden. Met het door Rob Pronk geschilderde `Portrait of Duke Ellington', een medley-arrangement van zo'n vijftien stukken, bewees het JOC niet bang te zijn voor Ellington zolang de zaken maar helder zijn. Tussen Take the A-Train en It don't mean a Thing... greep het JOC met verve elke kans. Met gevoel voor nuance in Mood-stukken als Mood Indigo en het breekbare Lotus Blossom maar zonodig ook met heel veel kracht. De vijfmans-trompetsectie knalde bij vlagen ongenadig hard maar zó zuiver dat het toch geen pijn deed aan de oren.

Concerten: The Houdini's, Jazz Orchestra of the Concertgebouw. Gehoord: 24/4 Concertgebouw, Amsterdam. Radio 4: 28/4 20 uur. 25/4 BIMhuis (Radio 2 16/5 23 uur). 3 en 17/7 staat het JOC opnieuw in het Concertgebouw.