De liefde is slechts schijn en schijnheiligheid

De Eén doet het met de Ander; de Ander met wéér een Ander. En zo ontstaat in de opera Reigen van de Belgische componist Philippe Boesmans (1936) een rituele rondedans op de driedelige grondvorm van de geslachtsdaad: inleidende Dialoog, de Daad, en een besluitend `Dag, tot ziens maar weer'. In Reigen, gebaseerd op het gelijknamige theaterstuk van Arthur Schnitzler uit 1900, wordt deze vormvaste geslachtsomgang tienmaal door verschillende paren ten tonele gevoerd. Zonder noemenswaardige dramatische ontwikkeling. Zonder veel poespas.

Bij de première in 1993 bij de Brusselse Nationale Opera zongen de heren in de regie-opvatting van librettist Luc Bondy nog met de broek op de enkels en werd de liefde kunstzinnig en acrobatisch bedreven op een tafel in een chambre séparée. In de vijfde enscenering van Reigen, die de Duitse regisseusse Andrea Raabe maakte bij de Nationale Reisopera, is de bijslaap een decente, in beeld bevroren aangelegenheid geworden - een coïtus stativus, waarbij het licht nog net niet uitgaat. Wie niet weet dat er wordt gecopuleerd zou denken dat er op het toneel een kussengevecht wordt geleverd, getweeën rechtstandig de nachtrust wordt genoten; dat er onschuldig knus op elkanders schoot wordt gezeten.

Voor pikanterieën of epaterende beelden moet je kortom niet bij Raabe zijn, wel voor een ontluisterende visie op een samenleving die ware liefde ontbeert, waarin de relatie tussen man en vrouw wordt teruggevoerd op ieders fysieke en psychische ontrouw. De personages dolen in een kapotte wereld van schijn en schijnheiligheid. `Er is geen geluk', zingt de omnipresente graaf in de negende scène. `Genot, roes, ja, maar geen geluk.'

Het decor van Tobias Dinslage lijkt met het vlinderbehang op de eerste etage van een vervallen huis te suggereren dat de mens liaisons najaagt alsof het vlinders betreft voor zijn verzameling. Maar de levendige kleurenpracht van de beschubde vlindervleugels verbleekt al gauw in het boek der herinnering. Sex is immers lust en leven tegelijk.

Adel, bourgeoisie en proletariaat, jong of oud, man of vrouw - in hun driftleven verschillen zij onderling niet noemenswaardig. Over voorbehoedmiddelen of venijnige venerische ziekten wordt in het Theatrum Mundi waarop de Reisopera zijn bezoekers onthaalt niet gemaald. Reigen is een Freudiaanse opera over eenzaamheid en de illusie van de kortstondige geborgenheid, in thematiek tragisch, kil en afstandelijk, maar in uitwerking zeker niet gespeend van humor. In de dramatische verbeelding van Raabe is de echtgenoot (Richard Stuart) bijvoorbeeld een vermakelijke sul met sok-ophouders die pedant zijn ruim bemeten short opsjort. In de muzikale verbeelding van Boesmans wordt de jongeheer (Robert Schwarts) geteisterd door insect-achtige strijkers en telefoneert de zangeres (Ellen van Haaren) met een kwakende trombone, terwijl zij als antwoord gestileerde stemgymnastiek ten beste geeft.

Boesmans' Reigen is een staaltje van eclectische compositiekunst: hij grasduint naar hartelust tussen het expressionistisch idioom, maar knipoogt evengoed naar de Franse barok en de amusementsmuziek. Elegant en lyrisch vlindert de muziek haast Rossiniaans voorbij. Er zijn maar weinig hedendaagse componisten die vocaal zo ongedwongen de draak van de atonaliteit bedwingen, zonder zich van de weeromstuit te verslikken in de tonaliteit. Toch ontbreekt het in deze opera aan muzikale zuigkracht. De afwezigheid van een dramatische ontwikkelingslijn in Schnitzlers toneelstuk (en in tweede instantie ook in Luc Bondy's adaptatie) verhindert een dwingende muzikale vormgeving die zozeer een voorwaarde is voor 140 minuten pauzeloos theater.

Toch slaat de verveling, die menigmaal op de loer ligt, nimmer werkelijk toe. Nieuw Sinfonietta Amsterdam heeft onder leiding van de Belgische dirigent Patrick Davin in deze tweede gezamenlijke productie met de Reisopera zijn `oude' vorm hervonden. De casting van de solisten is bovendien erg geslaagd - zowel wat betreft de fysieke verschijning van de zo verschillend geaarde protagonisten, alsook in de combinaties van stemparen die in klankkleur veelal uitstekend communiceren. Janny Zomer is haast meer een courtisane dan een prostituee; Annelies Lamm is het wereldwijze kamermeisje naast de welgestelde jongeheer maar een wat naïeve deerne naast de machosoldaat Kor-Jan Dusseljee, die met zijn sigarenwalm het toneel tot ver in de zaal uitbreidt. Annelie Brinkhof creëert vocaal en theatraal een prachtige jonge vrouw, Corinne Romijn een hunkerend jong ding. Roger Smeets overtuigt als zwaarmoedige graaf, Ellen van Haaren manifesteert zich als een heerlijke diva op leeftijd. Met Reigen presenteert de Nationale Reisopera een tragikomische reportage over de junks van de onderbuik.

Voorstelling: Reigen van Philippe Boesmans door de Nationale Reisopera en Nieuw Sinfonietta Amsterdam o.l.v. Patrick Davin m.m.v. o.a. Janny Zomer, Kor-Jan Dusseljee, Annelies Lamm, Annelie Brinkhof, Ellen van Haaren, Roger Smeets. Regie: Andrea Raabe; decor en licht: Tobias Dinslage; kostuums: Mechthild Seipel. Gehoord: 23/4 Stadsschouwburg Amsterdam. Tournee t/m 8/5.

Inl. (053) 4878500.