De held van Bennekom

In mijn dorp aan de rand van de Veluwe zijn we een heel klein beetje voor Feyenoord geworden. Niet omdat Feyenoord kampioen van Nederland is, niet omdat Feyenoord zo geweldig voetbalt, maar domweg omdat een jongen uit het dorp voor Feyenoord speelt. Eén van de weinigen van zaterdaghoofdklasser Bennekom die het tot profvoetballer hebben geschopt. Zeker niet de beste voetballer die de club heeft opgeleid. Maar in het dorp zijn ze al blij als een van hen de kans krijgt de naam van Bennekom uit te dragen.

Vroeger was het dorp bekend door boer Koekoek, een man die als leider van de Boerenpartij tot het parlement doordrong. Hij was niet eens een Bennekommer, maar een Drent. Wat alleen al aan zijn vreemde tongval te merken was. Geen man om als dorpsgenoot of zelfs plaatselijke boer trots op te zijn. Op oudejaarsavond verzamelde de jeugd zich voor zijn woning om gezamenlijk ,,De uil zat in de olmen'' te zingen, gevolgd door ,,Koekoek, koekoek''. Vrouw Koekoek kwam dan naar buiten en deelde oliebollen uit.

Een kilometer van het huis waar destijds Koekoek resideerde, ligt in het centrum tegenwoordig een ander bestemmingsoord voor de jeugd. Daar is de sportwinkel van Van Wonderen, al bekend voor zoon en broertje Kees furore maakte op de velden, maar wijd en zijd bekend sinds Kees voor Feyenoord speelt. Shirts van de kampioen en foto's van Kees en zijn medespelers sieren de etalage op de hoek van de Dorpsstraat.

Keesje was een talent, vooral omdat Keesje een klein balvaardig jongetje was. Keesje was ook voor Ajax destijds. Als pupil scoorde hij heel veel, soms wel tienmaal in een wedstrijd. Maar hij was een beetje erg klein om een grote voetballer te worden, meenden de trainers van de club. Maar Keesje kon zo ontzettend veel met een bal dat kap- en draaikoning Wiel Coerver met hem een instructievideo maakte die nog altijd tot ver over de grenzen op voetbalscholen wordt vertoond. Toch bleef Keesje klein. Hij wilde maar niet groeien. Zelfs niet als voetballer, want verder dan het derde seniorenelftal, soms het tweede en misschien een enkele keer als invaller in het eerste, kwam hij niet.

Hij was een laatbloeier. Ineens groeide hij toch en werd hij opgemerkt door NEC. In Nijmegen groeide Keesje nog meer. Hij werd er een belangrijke voetballer en speelde zelfs bij NEC een uitblinkersrol in de nationale bekerfinale. Van NEC naar NAC was maar een kleine stap. Ook daar viel hij op door zijn uitstekende spelinzicht en fraaie traptechniek. Kees was geen voetballer van tierelantijnen. Kees verspeelde nooit de bal. Hij was een speler die het elftal kon dragen, beheerst spelend en pratend, nuchter, intelligent en wijs als weinig andere profvoetballers. Geen wonder dat hij werd gevraagd door Feyenoord dat dringend behoefte had aan evenwichtige spelers. Geen wonder dat Kees op latere leeftijd zelfs voor het Nederlands elftal werd opgeroepen.

Kees van Wonderen is het hart van Feyenoord. Temidden van voetballers als Van Gastel, Bosvelt, Konterman en Paauwe. Ze hadden ook net zo goed Jansen, Jansen en Jansen kunnen heten, voor zulke voetballers gaat een mens niet de straat op om uit te schreeuwen hoe goed hij ze vindt – ook al worden ze kampioen. Misschien kunnen ze beter voetballen dan ze laten zien. Ze kunnen als weinig andere voetballers de kracht opbrengen zichzelf weg te cijferen in dienst van het team. Bij Van Wonderen is dat zeker het geval. Hij is een goede voetballer, gewoon omdat hij heeft gespeeld bij Bennekom, de club van rood en wit.