De haast van Kok

MET EEN BEETJE goede wil zou gezegd kunnen worden dat minister-president Kok zeer snel heeft geleerd van de parlementaire enquête naar de Bijlmervliegramp. Luidde niet één van de conclusies dat de terughoudende rol van de minister-president tijdens de nasleep van de ramp niet in overeenstemming was met zijn functie? Toen afgelopen donderdag het eindrapport van de enquêtecommissie verscheen, was het echter Kok die reeds tweeëneenhalf uur na de presentatie als allereerste minister reageerde op de bevindingen. Dit keer dus wel een alerte minister-president. Alleen nu had dat net niet gehoeven en was de interventie van Kok eerder ongepast. Het is namelijk op dit moment niet aan de minister-president een oordeel te vellen over de kwaliteit van het enquêterapport, maar aan de Tweede Kamer, die de commissie vorig jaar de opdracht gaf tot het onderzoek. Pas als de Kamer haar conclusies heeft getrokken, is het de beurt aan de regering.

Het voorbarige optreden van Kok staat niet op zichzelf. Minister Borst (Volksgezondheid) sprak daags voor het verschijnen van het eindrapport over `inquisitie-achtige' wijze van werken door de commissie. Bovendien was het Kok zelf die reeds tijdens de openbare verhoren van de enquêtecommissie meende een vernietigend oordeel te moeten vellen over enkele ambtenaren. Opnieuw rijst de vraag: worden de verhoudingen nog wel in acht genomen?

OVERIGENS VERLOPEN de reacties op de bevindingen van de enquêtecommissie volgens het patroon dat eigen is aan dit soort rapporten. Bij de IRT-enquête ging het er bijvoorbeeld niet veel anders aan toe. Ook toen werd in de politiek de zaak al snel geconcentreerd op de schuldvraag. Die vraag moet vanzelfsprekend gesteld worden, maar mag de kern van de zaak niet uit het oog doen verliezen. Dit dreigt nu bij de rapportage van de commissie-Meijer over de vliegramp in de Bijlmer opnieuw te gebeuren.

De toon is afgelopen donderdag gezet met de aankondiging van Kok dat het kabinet in de tegenaanval zou gaan. Hiermee is het onderwerp al in een vroegtijdig stadium dermate gepolitiseerd dat een zakelijke bespreking van het vele instanties en personen treffende rapport bij voorbaat onmogelijk lijkt. Waarheidsvinding en lessen voor de toekomst, zo was de opdracht van de commissie geformuleerd. Ruim voor de eerste openbare bespreking in het parlement zijn de stellingen al betrokken. Het voorspelt weinig goeds voor die zo nuttige lessen voor de toekomst waar het allemaal om was begonnen.