Danssensatie van 1970 is nu niemendalletje

Drie decennia geleden braken kunstenaars met zekerheden, zoals bij dans de choreografie die vastligt van begin tot eind.

Voortaan ging het, net als bij andere kunsten, niet meer primair om het resultaat, maar om de totstandkoming van het werk. De Amerikaanse choreograaf Merce Cunningham introduceerde op die manier de dobbelsteen, waardoor toeval het verloop van de dans bepaalde.

Overeenkomstig de tijdgeest werkte ook de Amerikaanse choreografe Yvonne Rainer, voor wie de estethiek van Cunningham nog te ver ging. In 1970 startte zij het Continuous Project Altered Daily (CPAD) dat in premiere ging in het Whitney Museum in New York, toen een weinig vanzelfsprekende plek voor dans.

De enige houvast die de dansers meekregen was een lijst met bewegingsopdrachten als `pillow slide`, `running` of `moving cartons`. Met een `pillow slide` laat je je op eigen commando in de buurt van een andere danser achterover of zijwaarts vallen en breekt de andere danser met een hoofdkussen je val.

Wanneer dat gebeurt is dus aan ieder van de 12 dansers want ook de rollen van vangen en vallen zijn ter improvisatie.

In feite kijk je als publiek naar een veredeld repetitieproces, compleet met de lach van het toeval (één danseres geeft aan te willen vallen maar de ander vangt net een andere valler op) en het overleg van de deelnemers onderling. Elke dag een andere voorstelling en in drie dagen een 'choreografie' van ruim een uur.

Het procesmatige tot resultaat verheffen is gemeengoed geworden in de decennia die volgden. Maar iets van de opwinding rond de uitvinding schemert door in het werk van het drie jaar geleden opgerichte gezelschap Quatuor Albrecht Knust uit Parijs, dat de dansgeschiedenis opnieuw wil dansen.

Met CPAD herleven de tijden van de flower power met hits als Child in time en Here comes the sun, de democratisering van de kunst is akelig goed voelbaar. Voor wie de jaren gaan tellen betekent CPAD nostalgie, voor de jongeren wordt de geschiedenis inzichtelijk.

In de vorige voorstelling van Jérome Bel, Shirtologie, werd er nog echt op het toneel geplast. Le dernier spectacle is wat dat betreft een stuk onschuldiger. Rond het thema identiteit of `to be or not to be' bouwt de Fransman zijn performance op.

Danser in tenniskleding komt op, zegt ``Ik ben André Agessi' en speelt een partijtje tennis tegen de muur van het theater. De volgende danser, in identieke kleding, komt op, ontkent André Agessi te zijn maar slaat desondanks een balletje tegen de muur.

Met vergelijkbare acts komen ook Hamlet, choreografe Suzanne Linke en Bel zelf aan de beurt. Kleine cabareteske grappen, beetje Schubert onder een beetje solo, veel herhalen, dat is het wel. Bel melkt zijn gags uitentreuren uit. Proces en resultaat: een niemendalletje.

Choreograaf Hans Tuerlings van het Tilburgse gezelschap Raz is een denkbeeldige kamer van de villa van dichter en omstreden politicus Gabrieled'Annunzio (1863-1938) binnengetreden. Elke kamer levert bij Tuerlings een choreografie op, Delle Reliquie lijkt de kamer van de verboden vrucht te zijn.

De dansers van Tuerlings komen op om terloops wat te bewegen en gaan vervolgens weer af, alsof ze betrapt worden op hun aanwezigheid.

Stiekem is lekker en dus verleiden de dansers elkaar laconiek en frivool, afwisselend subtiel en bruut.

Net als de muziek van dj Eddy de Clercq die even wulps klassiek, jazz en mellow aan elkaar mixt. Delle Reliquie is een heerlijke kamer om te vertoeven. Tuerlings zet de bewegingen zeer serieus in maar relativeert ze direct met allure.

Humoristisch en poëtisch een lust voor oog en oor.

Springdance. Quatuor Albrecht Knust met Continuous Project Altered Daily (CPAD) van Yvonne Rainer; Le dernier spectacle, choreografie Jérome Bel; Raz met Delle Reliquie (casa del sogno), choreografie Hans Tuerlings. Gezien op 24 april. Raz gaat op tournee.

Inl. (030) 2332032.