Bommen op staatstelevisie zijn niet misplaatst

De NOS, de Nederlandse journalistenvakbond NVJ, de Internationale federatie voor journalisten en de Europese Omroepunie protesteren tegen de luchtaanvallen van de NAVO op de Servische staatszender RTS. Journalisten, zo heet het, mogen geen doel zijn in een militair conflict.

Een argument tegen de aanval luidt dat het leven van onafhankelijke journalisten in Servië nu gevaar zou lopen. Wat beteft kritische Servische journalisten: zeker na de moord op uitgever-journalist Slavko Curuvija zijn die toch al monddood, ondergedoken, uitgeweken, gearresteerd.

De laatste restjes persvrijheid in Montenegro, de tweede republiek in Joegoslavië, worden voortvarend opgeruimd door het leger. De bommen op de RTS veranderen daar niets aan.

Wat betreft journalisten uit NAVO-lidstaten: die worden momenteel slechts getolereerd zolang ze nuttig zijn. Mochten ze toch bedreigd, afgeperst of gemolesteerd worden, dan dient men zich te bedenken dat daarvoor in het verleden geen bijzondere aanleiding als het bombarderen van een tv-studio nodig was. Dat bleek vanaf 1992 in Bosnië, dat bleek vorig jaar in Kosovo. Per slot van rekening worden Serviërs al tien jaar door hun staatstelevisie opgestookt tot paranoia en haat tegen buitenlandse media.

Ook nu maken buitenlandse journalisten kennis met de Servische gastvrijheid. Sinds 16 april wordt Pit Schnitzler, journalist van de Duitse tv-zender SAT-1, gevangen gehouden, na eerst te zijn gemolesteerd en beroofd door Servische paramilitairen. De beschuldiging: spionage. In Montenegro heeft het Joegoslavische leger de Kroatische journalist Antun Masle, van het weekblad Globus, en de Franse cameraman Eric Vajove, van TF1, opgepakt, eveneens wegens spionage. Ze kunnen tien jaar gevangenisstraf krijgen.

H. Verploeg van de NVJ heeft er van zijn kant vooral bezwaar tegen dat de NAVO een civiel doel treft. ,,Deze aanval is niet meer beperkt.'' Maar de grens tussen civiele en militaire doelen is altijd vaag. Is een krachtcentrale, een pijpleiding of een hoogspanningsmast een militair of een civiel doel? Vaak beide. Datzelfde geldt voor de Servische staatstelevisie.

Wat Hans Laroes van de NOS ook moge denken, bij de RTS werken geen journalisten. Dat idee getuigt van grote naïveteit over het Milosevic-regime. RTS biedt geen nieuws maar staatspropaganda. Voor zover bij de RTS journalisten werkten, zijn die begin jaren negentig verdwenen in het kader van een zuiveringsronde die Miloševic in passende Orwelliaans taalgebruik `diversificatie' noemde. Wat rest zijn propagandisten en lieden die – soms met tegenzin – His Masters Voice spelen omdat ze nu eenmaal hun gezin moeten onderhouden.

Het RTS-avondjournaal heeft de afgelopen tien jaar gedaan wat van haar verwacht werd. Braaf werd de nationalistische haat opgezweept in tijden van oorlog en behaaglijke tevredenheid gestimuleerd in tijden van vrede. Gangsterpraktijken, etnische zuiveringen, economische ineenstorting: de RTS negeerde het of vond geschikte zondebokken.

In verkiezingstijd waren altijd weer die leiders in beeld, droomplannen ontvouwend, lintjes doorknippend van vaak imaginaire nieuwe wegen, kantoren of woonprojecten.In het avondnieuws ging het dan geweldig met de economie, kwam er weer een recordoogst aan, was Servie cultureel, sportief en wetenschappelijk de navel van de wereld.

De inwoners van Belgrado kennen de ware aard van het RTS-nieuws. Tijdens de massa-protesten tegen Miloševic in 1996-1997 – die nooit op het RTS-journaal te zien waren – maakten ze elke avond om half acht lawaai met potten, pannen en muziekinstrumenten om deze dagelijkse compilatie van leugens en verdraaiingen te overstemmen. Ook zij wisten toen dat de RTS, de enige informatiebron voor veel Serviërs, een hoeksteen was van de dictatuur. De Bastille, zo wordt het donderdagnacht gebombardeerde RTS-gebouw in Belgrado genoemd.

Na het vredesakkoord van Dayton in 1995 heeft Belgrado even onafhankelijke geluiden getolereerd om goede sier te maken in het Westen. Zolang die maar niet door teveel burgers werden gehoord, want dan volgden maatregelen.

Toen vorig jaar het Kosovo-conflict zich verscherpte, was dat meteen het einde van de prille persvrijheid in Servië. En misschien was dat ook een hoofddoel van het regime toen de spanning rond Kosovo werd opgevoerd, want de macht van Miloševic was tanende.

Zo is het Belgrado uiteindelijk niet gelukt het RTS-journaal te overstemmen. Integendeel: de Serviërs hebben weer leren houden van hun Big Brother nu die ze net als begin jaren negentig in een radeloze, nationalistische roes heeft gebracht.

Ik pas daarom voor de solidariteit van Laroes en de zijnen. Als journalist voel ik me geen collega van de cipiers van de Bastille.

Coen van Zwol is redacteur van NRC Handelsblad.