Alliantie wil winnen, maar weet niet hoe

Op de NAVO-top van het afgelopen weekeinde klonk ferme taal. Maar kan de alliantie haar woorden in de barre praktijk van Kosovo waarmaken?

Over haar grote ambities heeft de NAVO dit weekeinde in Washington geen twijfel laten bestaan. Maar of de militaire alliantie haar nieuwe doelstellingen ook kan waarmaken, is nog onzeker. Zo lang de luchtaanvallen op Joegoslavië niet de gewenste resultaten hebben opgeleverd, bestaat er een kloof tussen de krachtige woorden van de alliantie en de effectiviteit van haar daden.

De oorlog over Kosovo is de eerste test voor de nieuwe NAVO, die op haar vijftigste verjaardag officieel heeft vastgelegd dat ze ook buiten het eigen grondgebied militair kan ingrijpen om de vrede in de `Euro-Atlantische regio' te garanderen. President Clinton draaide er op de NAVO-top in Washington niet om heen: de NAVO vecht in de Balkan omdat het bondgenootschap ,,in de 21ste eeuw niets meer zal betekenen, als het de slachting van onschuldigen op haar drempel toestaat''.

De Britse premier Blair zei eerder in de week ferm: ,,We kunnen en zullen het beleid van etnische zuivering niet laten slagen. Dat beleid verslaan en omkeren zou het mooiste monument zijn voor de verjaardag van de NAVO.'' Maar het verjaardagsfeest in Washington moest het stellen zonder uitzicht op realisering van die droom.

De luchtcampagne tegen Joegoslavië heeft op zijn best gemengde resultaten. De vraag wat de NAVO moet doen als Milosevic niet inbindt, zelfs na vele extra bombardementen, kwam op de top niet aan de orde. Over de inzet van grondtroepen blijven de lidstaten verdeeld. En de situatie van de Albanese Kosovaren die nog in Kosovo zitten, is onzekerder dan ooit. ,,Wij winnen. Hij verliest. En hij weet het'', zei generaal Wesley Clark stoer. Maar voorlopig wijst niets er op dat hij gelijk heeft.

Deze oorlog zou binnen twee dagen voorbij kunnen zijn, zei een Nederlandse militair vorige week, als de politiek de militaire operatie geen beperkingen oplegde. Aan de militaire kracht van het bondgenootschap ontbreekt het niet, maar de voorwaarden dat niet veel NAVO-soldaten mogen sneuvelen en dat bij de bombardementen de onbedoelde schade zo klein mogelijk moet zijn, ontkrachten de plannen van Clark en zijn militairen.

De vraag is, zoals The Washington Post het gisteren formuleerde: Kan het bondgenootschap de wil opbrengen om te winnen? Kunnen de negentien lidstaten die samen drievijfde van de wereld-economie vertegenwoordigen en een nog groter deel van de totale militaire macht ,,de wil opbrengen om een republiek te verslaan ter grootte van Kentucky, die een Bruto Nationaal Produkt heeft dat minder dan de helft is van dat van Birma?''

In Washington bleken de NAVO-leiders er van doordrongen dat het bondgenootschap het zich niet kan veroorloven deze oorlog te verliezen. Maar tegelijk hielden ze vol dat ze hun doel in Joegoslavië met luchtaanvallen kunnen bereiken en dat de luchtactie nog niet een derde fase, met meer doelen, hoeft in te gaan. Secretaris-generaal Solana kondigde vorige week weliswaar aan dat de NAVO de plannen voor de eventuele inzet van grondtroepen zal actualiseren, maar de gevoelige politieke beslissing om tot een grondoffensief over te gaan, is in Washington niet dichterbij gebracht. Zelfs over sommige luchtaanvallen bestaat verdeeldheid onder de bondgenoten. De Italiaanse minister van Buitenlandse Zaken Dini sprak tegenover Italiaanse journalisten bijvoorbeeld zijn verontwaardiging uit over het bombarderen van een gebouw van de Joegoslavische televisie, waarbij volgens Joegoslavië tien burgerslachtoffers vielen.

De Kosovo-crisis laat zien dat de nieuwe missie van de NAVO grote problemen met zich kan meebrengen. Met de bepaling dat de NAVO de veiligheid in het Euro-atlantisch gebied moet garanderen, hoeven landen als Frankrijk niet meer te vrezen dat het bondgenootschap de `politieagent van de wereld' wordt. Maar wel heeft de NAVO zich nu opgeworpen als een Europese politieman. En dat brengt verplichtingen met zich mee. Als zich in de toekomst nog eens een Kosovo-achtige crisis voordoet en de NAVO grijpt niet, of niet snel in, dan kan de alliantie er van beschuldigd worden dat ze haar zelf opgelegde plicht verzaakt. Dat zou een gezichtsverlies betekenen, dat afbreuk doet aan het gezag van de organisatie.

Vijftig jaar lang heeft de NAVO de verbondenheid gegarandeerd tussen West-Europa en de Verenigde Staten (en Canada). Met het nieuwe strategisch concept en de toetreding van drie voormalige leden van de Warschau-pact Polen, Tsjechië en Hongarije, heeft het bondgenootschap zich opgemaakt om ook in de volgende eeuw dè stabiliserende factor in Europa te zijn. Het voornemen, dit weekeinde vastgelegd, om de Europeanen binnen de NAVO meer eigen verantwoordelijkheid te geven, kan daarbij helpen.

Een grotere Europese rol bij acties als die in Kosovo zal het makkelijker maken om de Amerikaanse publieke opinie te overtuigen van de zin van een blijvende Amerikaanse betrokkenheid bij Europa. Maar voordat werkelijk sprake kan zijn van een Europese defensie-identiteit, is nog een lange weg te gaan. De oorlog over Kosovo laat zien hoezeer Europa de Verenigde Staten ook na het einde van de Koude Oorlog nog nodig heeft - niet alleen in politiek en diplomatiek, maar ook in militair opzicht.

Zonder het Amerikaanse militaire materieel zouden noch de huidige luchtaanvallen, noch een eventueel grondoffensief denkbaar zijn. De Amerikaanse minister van Defensie Cohen herinnerde er gisteren fijntjes aan dat de Amerikanen nu 500 van de 690 vliegtuigen in de oorlog tegen Joegoslavië leveren, en dat het gelijkmatiger verdelen van de lasten geen overbodige luxe zou zijn.

Frankrijk dringt al jaren aan op een Europees defensiebeleid en wordt het afgelopen half jaar enthousiast gesteund door Groot-Brittannië. Maar voordat de Europeanen die grotere militaire verantwoordelijkheid op zich kunnen nemen, zullen ze hun eigen militaire capaciteit moeten vergroten. Goede wil alleen is niet voldoende.