Voorjaarsmoeheid houdt Beursplein nog in vaste greep

Terwijl Wall Street record aan record rijgt, lijdt het Damrak aan voorjaarsmoeheid. Gisteren kwam het Centraal Bureau voor de Statistiek met een mogelijke verklaring voor de weinig dynamische sfeer op de Amsterdamse effectenbeurs: het gaat niet meer zo goed met het Nederlandse bedrijfsleven. Het afgelopen jaar daalde de winst van alle Amsterdamse beursfondsen samen met 1 procent tot ruim 49 miljard gulden. De omzet steeg nog wel, met 4 procent tot 790 miljard gulden.

De industrie beslaat bijna de helft van het aantal beursfondsen. In die sector nam het gezamenlijke nettoresultaat met 14 procent af tot bijna 27 miljard gulden. Met name de chemie liet zich van zijn mindere kant zien: deze bedrijfstak zag de winst met driekwart dalen tot ruim 3 miljard gulden. Toch vertekenen deze cijfers. Van de 136 in Amsterdam genoteerde ondernemingen boekten er 108 een beter resultaat dan in 1997.

In het onderzoek van het CBS ontbreken de cijfers waarin beleggers het meest zijn geïnteresseerd: die over de verwachtingen van de bedrijven voor 1999. Nog maar weinig beursfondsen hebben het aangedurfd met een duidelijke prognose te komen, terwijl toch al bijna eenderde van het jaar voorbij is. Los van de veelgenoemde internationale omstandigheden – de uittocht van grote beleggers naar andere landen in de eurozone – bepaalt vooral de onzekerheid over de winstontwikkeling de weifelende houding van Amsterdamse beleggers.

Ook in de afgelopen week was de AEX-index nauwelijks van zijn plaats te krijgen. In vergelijking met een week eerder sloot de graadmeter gisteren op 561,23, een kleine 13 punten hoger dan vorige week.

De Rabobank heeft onlangs onderzoek gedaan naar de gezondheidssituatie van het Nederlandse bedrijfsleven. Zij komt tot de conclusie dat de vele overnames in het afgelopen jaar weliswaar tot een hogere omzet hebben geleid, maar dat de acquisities — veelal gevolgd door herstructureringen of voorzieningen — tegelijkertijd een hap uit de winst hebben genomen.

De bank laat verder zien dat de winstdaling bij de Nederlandse bedrijven vooral een probleem vormde in de tweede helft van 1998. Tegenover een winstgroei van gemiddeld 16 procent tot en met juni stond een winstdaling met 26 procent in de zes maanden erna.

Juist wegens deze omslag zal menig beursfonds er niet in slagen om in de eerste twee kwartalen van 1999 een winstgroei te realiseren. Tot nog toe hebben slechts drie van 25 hoofdfondsen (Océ, Philips en Akzo Nobel) hun cijfers over het eerste kwartaal gepubliceerd. Alleen het Venlose kopieerconcern realiseerde een winstgroei. Het resultaat van Akzo Nobel daalde met 7 procent en de kwartaalcijfers van Philips zijn na enkele boekhoudkundige wijzigingen moeilijk met 1998 te vergelijken. Wanneer boekwinsten op verkochte activiteiten en de gevolgen van de veranderde boekhoudmethode niet worden meegerekend, resteert een winstdaling van 15 procent.

Ondanks de winstdaling waren de aandelen van Philips en Akzo in trek: beide fondsen zagen hun waarde met bijna 5 procent stijgen. Financieel bestuurder Jan Hommen van Philips stak een verhaal af dat deze weken nog door heel wat bedrijven zal worden herhaald: de resultaten zijn in vergelijking met een jaar geleden misschien wat minder, maar als dit winstniveau het derde en vierde kwartaal wordt vastgehouden, verbetert ons bedrijf uiteindelijk de jaarcijfers over 1998. Bedrijven hoeven zich deze maanden niet te schamen voor lagere kwartaalwinsten.