Verrassende schedel

OP 20 NOVEMBER 1997 vond de Ethiopische archeoloog en Berkeley-promovendus Yohannes Haille-Selassie bij de Ethiopische rivier Awash gedeelten van een 2,5 miljoen jaar oude mensenschedel die bij geen enkele bekende hominiden kon worden ingedeeld. Het was de bekroning van een reeks opwindende nieuwe vondsten in het gebied ten noordoosten van Addis Abeba, dat al eerder (in 1974) de beroemde Australopithecus afarensis Lucy (circa 3,5 miljoen jaar oud) had opgeleverd. In november 1996 had het Amerikaans/Ethiopisch/Japanse archeologenteam waartoe Haille-Selassie behoorde een paar honderd meter verderop al gedeelten van menselijke armbeenderen, een dijbeen, een kuitbeen en een teenkootje gevonden, ook 2,5 miljoen jaar oud. En nog belangrijker: vlakbij deze botjes werden ook even oude antilopenbotten gevonden met snijsporen. Het is overigens niet zeker dat deze vondsten in verband staan met de gevonden schedel.

De drie vondsten werpen nieuw licht op de duistere periode tussen twee en drie miljoen jaar geleden waaruit tot nu toe relatief weinig menselijke fossielen waren overgeleverd. Ze worden deze week door het archeologenteam onder leiding van de Ethiopiër Berhane Asfaw en de Amerikaan Tim White gepresenteerd in twee artikelen in Science (23 april).

De 2,5 miljoen jaar oude schedel wordt toegewezen aan een nieuwe hominidensoort, de Australopithecus garhi. Garhi betekent `verrassing' in de lokale Afar-taal. De schedel had te lange tanden om te gelden als A. afarensis (circa 4 tot 3 miljoen jaar oud), en een te vooruitstekende snoet om te kunnen worden in gedeeld bij uit zuidelijk-Afrika bekende Australopithecus africanus (circa 2,7 miljoen jaar oud). Alle drie deze soorten hebben een schedelinhoud van circa 450 cm³. Door zijn relatieve lichte bouw geldt A. garhi als een goede kandidaat voor het voorvaderschap van de homo-lijn die vanaf 1,7 miljoen jaar in Oost-Afrika opduikt en uiteindelijk uitmondt in de moderne mens. Tot nu toe zijn uit de periode tussen 3 en 2 miljoen jaar geleden in Oost-Afrika alleen de zwaarder gebouwde A. robustus, A. aetiopicus en A. boisei bekend, waarvan minder waarschijnlijk is dat zij evolueerden naar de lichtgebouwde homo-soorten. Op zich is anatomisch gezien A. africanus een betere kandidaat dan A. garhi, maar A. africanus is tot nu toe nooit aangetroffen in Oost-Afrika, en dat is nog altijd de meeste waarschijnlijke geboorteplaats van Homo erectus. H. erectus had een schedelinhoud van 750 tot 1.225 cm³. De huidige mens heeft een schedelinhoud van 1.000 tot 2.000 cm³.

De nabije vondsten van de even oude snijsporen en nog ongedetermineerde homidenbotten versterken het mogelijke voorouderschap van A. garhi. De tweeënhalf miljoen jaar oude snijsporen op antilopen- en paardenbotten zijn de oudste bewijzen van menselijke vleesconsumptie met behulp van gereedschappen. Gereedschapsgebruik wordt algemeen gezien als een belangrijke factor in de evolutie naar Homo erectus, wegens de wisselwerking die dat kan hebben met toename van het hersenvolume. Ook consumptie van vlees, dat veel meer energie bevat dan plantaardig voedsel, wordt als een belangrijke voorwaarde gezien voor toename van het hersenvolume. Hersenen kosten het lichaam relatief veel energie. Naast de snijvlakken, waarvan er een is ontstaan bij het lossnijden van de antilopentong, is ook een antilopenbot gevonden waarvan de koppen zijn afgebroken: een bekende manier om bij het energierijke merg te komen. Op dit bot zijn ook krassen gevonden die zijn ontstaan door harde slagen, gedaan vanuit een en dezelfde hoek.

Een probleem met het verband tussen de aangesneden en gebroken botten met A. garhi is dat de menselijke arm- en beenbotten die in de nabijheid zijn gevonden niet zijn toe te wijzen aan een nieuwe of oude hominidensoort. Ze kunnen van een A. garhi zijn, mogelijk zelfs hetzelfde individu als van de schedel, maar dat hoeft helemaal niet. Maar uit de verhoudingen tussen arm- en beenlengte van deze onbekende hominide kan wèl worden afgeleid dat het hier gaat om een overgangsanatomie tussen de aapachtige Austrolopithecus (met lange armen en korte benen) en Homo (met lange dijbenen en kortere armen).

Opmerkelijk is dat vrijwel geen stenen werktuigen zijn gevonden in de nabijheid van de botten. Normaal is dat op zo'n `slachtplaats' juist veel werktuigen worden gevonden omdat die vrijwel altijd ter plekke werden gemaakt en na gebruik onmiddellijk weggegooid. Het handjevol dat wel werd gevonden is ondateerbaar. Tim White c.s. verklaart dit uit het ter plaatse ontbreken van geschikte steensoorten. En doorredenerend komen de archeologen dan ook tot de hypothese dat de hominide die deze snijsporen heeft achtergelaten hun stenen messen van elders moeten hebben meegenomen: een indrukwekkend staaltje van vooruitdenken. Dat er in deze periode en in dit gebied hominiden waren die in staat waren om werktuigen te maken is al sinds januari 1997 bekend, toen in Nature (23 januari 1997) onthuld werd dat elders in de Awash-vallei in Ethiopië de tot nu oudst bekende stenen werktuigen waren gevonden (2,6 miljoen jaar oud). Daarbij werden toen overigens geen botten gevonden zodat nooit zeker was waarvoor de aangescherpte stenen werden gebruikt.

Zoals gebruikelijk in de sterk verdeelde wereld van het menselijke evolutie-onderzoek hebben andere onderzoekers behoedzaam gereageerd op de nieuwste vondsten en de voorzichtige claim dat A. garhi wel eens een directe voorouder van Homo erectus zou kunnen. ``Het zal zeker niet de laatste verrassing zijn'', aldus Bernard Wood in Science, ``en vooralsnog blijft het onmogelijk te zeggen wie nu eigenlijk voorouder was van wie.'' Anderen wijzen op het oudst bekende botje dat aan Homo wordt toegewezen: een 2,33 miljoen jaar oud stukje gehemelte, eveneens uit Ethiopië. De paar honderdduizend jaar tussen A. garhi en dit botje zou te kort zijn voor een directe evolutionaire lijn. A. garhi zou te jong zijn en dus een doodlopende zijtak vormen. In een reactie geeft Tim White het in de paleoantropologie klassieke antwoord ``dat nieuwe vondsten nadere ophelderingen zullen moeten geven''. ``A. garhi is nog maar een eerste stap.''