Tsaaraanbidders

Met horten en stoten komt de tank op het pleintje voor het Bolsjoj-theater onder de rook van het Kremlin tot stilstand. Veel dreiging gaat er niet van uit. Hij is zeker tachtig jaar oud en rammelt aan alle kanten. Zelfs de doodskop op zijn voorplecht doet onschuldig aan. De dood lijkt ver weg temidden van zoveel roest.

Uit zijn buik doemt een in een uniform gestoken man met een vliegeniersmuts op. De witrode vlag van het Wit-Russische leger wordt ontrold. Eenmaal overeind blijft hij als een standbeeld staan. Eén met zijn vlag. Ook zijn medestrijders maken pas op de plaats. Roerloos staan ze naast hun vlaggen.

De enige die beweegt is een met medailles overdekte grijsaard. In zijn versleten uniform ziet hij er even prehistorisch uit als de tank. Moeizaam schuifelt hij langs zijn volgelingen. Veel discipline zit er niet bij. Geen uniform is hetzelfde en bij de meeste zijn de verstellingen duidelijk te zien.

Als hij klaar is met zijn inspectie pakt hij eem megafoon en begint een pamflet voor te lezen. Zijn stemvolume staat in geen verhouding tot de publieke belangstelling. Er zijn hooguit twintig omstanders. Ik krijg het pamflet in mijn handen gedrukt. De boodschap is even achterhaald als het gezelschap: de tsaar moet weer op de troon en de communisten en alle buitenlanders moeten weg. Opeens schreeuwt de leider een bevel. Een medestrijder snelt naar zijn tank en plaatst een foto op de voorplecht. Het is de tsaar.

Een oud vrouwtje schuifelt zo vlug als ze kan naar hem toe en overlaadt hem met kussen. Anderen volgen en in een mum van tijd is hij omringd door aanbidders. Ze krijgen er geen genoeg van. Als de een is uitgekust, staat de volgende al klaar. Ietwat verloren sta ik erbij. Ik ben de enige buitenlander. Opeens valt er een stilte. De spreker stokt. Ik heb geen idee wat er aan de hand is. Een strijder komt met vlag en al naar me toe.

,,Where you from?'' Dreigend kijkt hij me aan.

,,Holland'', mompel ik.

Hij roept naar de leider. Die schreeuwt iets terug.

,,He wants to know if you are American.''

Amerikanen zijn hier niet populair. Dat is duidelijk.

Ik geef de leider mijn paspoort. Het is het enige afdoende antwoord dat me rest. Langzaam bladert hij het door. Elke stempel wordt bekeken en als hij aan iets twijfelt, raadpleegt hij een adjudant.

,,Njet Amerikanski'', buldert hij bij de laatste pagina. De dreiging ebt weg. De strijders concentreren zich weer op hun vlaggen, de aanbidders op hun idool en de leider op zijn megafoon. Voorzichtig nok ik af. De tsaar hoef ik niet meer te zien.