TRANSPLANTATIE HAND ROEPT ONDANKS SUCCES VRAAGTEKENS OP

September vorig jaar werd in Lyon voor het eerst een handtransplantatie uitgevoerd. Ontvanger was een 48-jarige Australiër, die in 1984 zijn rechterhand en een decimeter van zijn onderarm aan een cirkelzaag had verloren. Het afgezaagde stuk was wel weer aangezet, maar in 1989 definitief geamputeerd. De man weigerde vervolgens een prothese. De donor was een 41-jarige Fransman.

Omdat bij de definitieve amputatie enkele vitale bloedvaten zo'n tien centimeter van de stomp waren afgebonden, is een groter stuk arm aangezet dan oorspronkelijk was afgezaagd. Nadat het transplantaat en de arm van de ontvanger precies `pas' gemaakt waren, werden ze aan elkaar vastgemaakt: de botten eerst, daarna achtereenvolgens de slagaders, aders, zenuwen, pezen, spieren en ten slotte de huid. Technisch week de operatie niet wezenlijk af van de ingrepen om afgerukte handen terug te zetten. Urenlang zitten de operateurs met behulp van een operatiemicroscoop de vele fijne structuren van de hand te hechten. Wel had men in Lyon mooier `uitgangsmateriaal': scalpels maken nu eenmaal gavere wonden dan cirkelzagen of aardappelpootmachines. Daar stond tegenover dat er problemen ontstonden door anatomische verschillen tussen beide armen. Soms werd al improviserend een oplossing gevonden, in een enkel geval was dat niet mogelijk of noodzakelijk.

De belangrijkste vraag na de operatie was of het transplantaat zou worden afgestoten. De kans daarop was vooraf moeilijk in te schatten: een arm bevat verschillende soorten weefsels en met name de huid en spieren zijn zeer gevoelig voor afstoting. De patiënt kreeg dan ook hoge doses medicijnen die het immuunsysteem onderdrukken.

Een half jaar na de operatie blijkt de donorhand nog behoorlijk te functioneren (The Lancet, 17 april). Er zijn slechts lichte afstotingsverschijnselen geweest. Alle gewrichten in hand en pols zijn beweeglijk. Alleen het gevoel is slechts beperkt teruggekeerd. Hoewel de revalidatie in dit soort gevallen minstens een jaar nog niet voltooid is en afstoting nog steeds mogelijk is, spreken de auteurs van een geslaagde operatie.

Een begeleidend redactioneel is echter zeer kritisch. Omdat het gevoel – essentieel voor het gebruik van de hand – grotendeels ontbreekt, is het de vraag of dit resultaat opweegt tegen de risico's van langdurig gebruik van middelen tegen afstoting. Deze verhogen de kans op infecties en kanker. Bij andere transplantaties is dit niet aan de orde: zonder de ingreep gaat de patiënt dood; met één hand kan men echter oud worden. De commentator vindt daarom dat alleen geestelijk en lichamelijk gezonde jonge mensen voor handtransplantatie in aanmerking kunnen komen als ze beide handen missen en de donorhand aan de polsen (geen spieren, weinig huid) kan worden aangezet. Daarom betwijfelt hij of deze operatie ethisch verantwoord was.

(Huup Dassen)