Toga's bij het uitzendbureau

Volgende week beginnen stakingen aan hogeschool en universiteit. De bui hing allang in de lucht en dus ging de jaarvergadering van de VSNU (Vereniging van Samenwerkende Nederlandse Universiteiten) ook over personeelsbeleid. Kortere contracten? Nooit meer vaste aanstellingen? Toga's te huur bij het uitzendbureau? Oud-minister Pieter Winsemius – tegenwoordig partner bij McKinsey – kwam met een even eenvoudige als radicale oplossing om de professoren weer in het gareel te krijgen: laat de universiteit ze alleen nog maar tijdelijke contracten geven maar betaal ze beter, vooral wanneer ze een nuttig vak doceren.

Ik zat in de zaal naast een andere ex-politicus, Yvonne van Rooij, nu hoofd van de Universiteit van Tilburg, en die schreef het advies van McKinsey nauwgezet op, dus misschien worden mijn Tilburgse collega's binnenkort flexwerkers. Dan is Nederland tenminste weer eens gidsland. Overal elders krijgen geleerden die succesvol promoveren, blijven publiceren, en goed lesgeven, uiteindelijk en de titel van professor en een vaste aanstelling; wij gaan het dan lekker anders proberen. Winsemius had helaas geen tijd om te bespreken hoe McKinsey denkt over de twee traditionele argumenten om de echte academici uiteindelijk wel een vaste aanstelling te beloven.

Hier zijn ze toch nog maar eens: een vaste aanstelling voor een succesvolle academicus betekent dat hij of zij onbezorgd door kan gaan in de gekozen specialisatierichting. Wie nieuw en origineel werk wil doen zal zich toch geruime tijd op een vakgebied moeten richten, en zo'n keuze wordt aantrekkelijker voor specialisten wanneer hun arbeidscontract hen daarbij ondersteunt. Andersom geldt: hoe meer tijdelijke contracten, des te riskanter wordt het voor mensen om zich grondig op een terrein te specialiseren, want wie kan beloven dat zulke specifieke kennis volgend jaar nog kan zorgen voor brood op de plank?

Toen ik voor 1994 hoogleraar was aan de Erasmus Universiteit zag ik daar de consequenties van een beleid waarbij steeds meer jonge academici moesten overleven met tijdelijke aanstellingen. Die wegwerp-medewerkers staken minder tijd in research, en deden meer hun best om een nuttig netwerk op te bouwen en in zoveel mogelijk richtingen tegelijk hun visitekaartje af te geven. Heel rationeel voor iemand die geen perspectief heeft op een vaste aanstelling, want zo blijven allerlei opties open en is er straks nog carrière buiten de universiteit. Maar als een universiteit onder andere is bedoeld als plek waar knappe mensen zich langdurig kunnen concentreren op hun vakgebied, dan zijn tijdelijke aanstellingen voor iedereen dus niet een verstandig recept.

De tweede reden waarom geen enkele serieuze universiteit in de hele wereld het McKinsey-recept toepast is, dat vast personeel waarschijnlijk eerder bereid is om ook goed nieuw personeel aan te trekken. Toen ik lang geleden in Leiden studeerde, werkte daar de juridische faculteit met veel tijdelijke wetenschappelijk medewerkers. Een ouder staflid vertelde eens: ,,als wij een vacature hebben zoeken we het liefst naar een student die met een 6,5 is afgestudeerd. Want waarom complicaties maken voor jezelf door iemand aan te trekken die duidelijk knapper is dan dat jij bent?'' Ook heel rationeel, maar opnieuw niet de manier om van de universiteit iets bijzonders te maken. Daarentegen hebben hoogleraren met een vaste aanstelling juist een belang om de knapste jonge mensen aan te trekken als promovendus of als junior docent. Een talentvolle `Nachwuchs' is fijn voor collega's en studenten en natuurlijk geen bedreiging voor wie zelf als senior een vaste aanstelling heeft.

Na de harde woorden van McKinsey-adviseur Winsemius mochten collega-columnist Wesseling en ikzelf de aanwezige bestuurders en hun honderden beleidsmedewerkers ook nog toespreken. Heel charmant had het hoofd van de VSNU ons beiden aangekondigd als ,,buitenstaanders die wij hebben gevraagd om ook iets te zeggen''. Inderdaad is Wesseling pas 27 jaar hoogleraar en werk ik nog maar 26 jaar en een maand aan twee universiteiten, maar het is altijd behulpzaam als van tevoren niet al te hoge verwachtingen worden gewekt over je bijdrage aan de feestvreugde. Of misschien is het wel zo dat bestuurders, beleidsmedewerkers en bureaufunctionarissen zo'n aparte kaste hebben gevormd dat hun overleg met de ambtenaren op het ministerie van Onderwijs niet meer nuttig kan worden verstoord door mensen die gewoon in het academisch bedrijf hun dagelijks werk vinden. Samen 53 jaar fulltime aan de universiteit werkzaam, maar nog steeds `buitenstaanders' voor de ex-ambtenaar die alle universiteiten moet vertegenwoordigen!

Ondertussen zet helaas de verloedering van de Nederlandse universiteiten zich voort. De Rijksuniversiteit Leiden vraagt een hoogleraar statistiek en noemt hoog in de lijst van eisen: ,,aantoonbaar succes bij het verwerven van externe fondsen''. Weer zo'n verkeerd signaal voor jonge promovendi: wil men in Leiden nu de knapste of de fondsenwerver met de vlotste babbel? En het kan nog erger: de Landbouwuniversiteit Wageningen vraagt een hoogleraar voor land- en tuinbouw en eist: ,,bereidheid tot samenwerking in teamverband met boeren, boerenorganisaties en andere organisaties, zich uitend in gezamenlijke activiteiten zoals het formuleren van onderzoeksprojecten, publicaties, rapporten en vakken''. Van onafhankelijk onderzoek gesproken. Het is vanwege deze hoererij dat ik me van harte aansluit bij Wesselings oproep in NRC Handelsblad om de hele VSNU maar zo snel mogelijk op te heffen en de universiteiten gewoon met elkaar te laten wedijveren. Heldere concurrentie biedt de beste kans dat Wageningen terugkeert van de strategie om er daar een lobby-universiteit voor de boeren van te maken. En wedijver met andere statistiekopleidingen kan Leiden nog een lesje leren, bijvoorbeeld als een geniale Russische wiskundige, met nog maar weinig ervaring in fundraising, daar dus niet kan solliciteren maar wel welkom blijkt te zijn in Utrecht of Nijmegen.

Onze universiteiten zijn er te ernstig aan toe dan dat een zouteloos kantoor vol VSNU beroepsbestuurders nog kan zorgen voor een renaissance. Ook minister Hermans van Onderwijs kan – denk ik – makkelijker een breuk maken met het rampzalige beleid van centrale planner Ritzen door goed te luisteren naar wat afzonderlijke universiteiten graag aan vrijheid en kansen van hem willen, liever dan tijd te verdoen aan bestuurlijk overleg met beleidsmedewerkers van de VSNU die misschien zelf nog nooit voor een groep studenten hebben gestaan, of een serieus artikel hebben gepubliceerd in een internationaal tijdschrift. En wat mij betreft mogen ze elke beleidsmedewerker die nog aandringt op flexcontracten voor academische specialisten eerst zelf de eigen vaste aanstelling ontnemen. Want iemand die zo knap personeelsbeleid kan ontwerpen krijgt zeker een prachtige baan bij McKinsey.