Tienermisleiding

Een collega stuurde mij passages uit leerboeken die bestemd zijn voor het nieuwe leerplan Algemene Natuurwetenschappen op de middelbare school. Hij vond het opmerkelijk dat de serieuze geneeskunde er zo slecht afkomt in deze boeken. De opgestuurde teksten waren zo bizar dat ik die boeken heb doorgelezen. Mijn conclusie is dat het hier niet om incidentele missers gaat, maar dat deze teksten representatief zijn voor de voorlichting die kinderen straks op school zullen krijgen. Bizarre voorlichting dus.

De boeken die ik bekeken heb zijn Scala van Malmberg, Den Bosch, en Galileo van Thieme, Zutphen. Deze boeken pogen leerlingen begrip bij te brengen van natuurkunde, scheikunde en biologie in hun onderlinge samenhang. Scala vond ik over de hele linie zwak, maar de geneeskunde komt er extra slecht af, omdat de auteurs een sterke voorkeur hebben voor primitieve geneeskunde. Al in de tweede alinea van de inleiding (blz. 22, HAVO-versie) komen zij aanzetten met medicinale planten van de traditionele medicijnman bij Zuid-Amerikaanse indianenstammen. ``In het Westen is er een toenemende belangstelling voor hun kennis, aangezien sommige door hen gebruikte planten stoffen bevatten die voorheen onbekend waren, maar die medisch zeer belangrijk kunnen zijn.'' Het voorbeeld waarmee de auteurs deze stelling illustreren is vincristine uit de maagdenpalm. Vincristine is een toxische stof, die na lang systematisch onderzoek bruikbaar is gebleken bij sommige vormen van kanker. Bij reuma en diabetes, waar maagdenpalmextract door medicijnmannen voor wordt gebruikt, zal het waarschijnlijk averechts werken. Je mag hopen dat middelbare scholieren nooit met vincristine in aanraking zullen komen en dat zij dit ongelukkige voorbeeld van farmacotherapie weer snel zullen vergeten.

Met deze inleiding is de toon gezet. De auteurs van Scala zijn gebiologeerd door de geneeskunde van vroeger of van ontwikkelingslanden en zij schetsen daar een geromantiseerd beeld van. Nergens staat in duidelijke bewoordingen: primitieve geneeskunde is slechte geneeskunde. Door toeval wordt wel eens iets gevonden dat werkt, maar dat is de uitzondering die de regel bevestigt. Primitieve geneeskunde schaadt vaak en geneest zelden. Het aderlaten en purgeren waarmee dokters hier voor 1800 de kost plachten te verdienen heeft veel meer mensen omgebracht dan genezen. Er is geen reden om te denken dat de medicijnman het er nu beter afbrengt dan onze middeleeuwse dokters.

Als schrijvers zo weinig belangstelling hebben voor de natuurwetenschappelijke basis van de geneeskunde, is het niet verbazingwekkend dat de medische feiten in Scala zelden kloppen of up to date zijn. Wat er op pagina 25 over kanker wordt vermeld is verouderd en bevat onbegrijpelijke fouten. Op pagina 27 worden de belangrijkste doodsoorzaken in Nederland behandeld. Hartziekten staan uiteraard bovenaan, maar bij de oorzaken komen alleen ``voeding, gebrek aan beweging, stress, slechte gezondheidseducatie'' aan bod. De sigaret, de belangrijkste vermijdbare oorzaak van hartziekten, wordt niet eens genoemd. Bij de tweede doodsoorzaak, kanker, wordt voeding op de eerste plaats gezet, terwijl iedereen toch zo langzamerhand weet dat eenderde van alle kanker in Nederland te wijten is aan roken. De bijdrage van voeding is zeker kleiner en meer omstreden.

De informatie over doodsoorzaken is overigens een van de weinige onderdelen van het hoofdstuk over leven en gezondheid waar iets over het Nederland van nu is te vinden. Huis-, tuin- en keukengeneeskunde wordt nauwelijks behandeld in Scala. De auteurs hebben een curieuze voorkeur voor medische achterstraten. Zo bevat het boek een uitgebreide beschrijving van de hemorragische koorts die door het Ebolavirus wordt veroorzaakt. Dit is een dramatisch ziektebeeld met een hoge mortaliteit, maar het is al zeldzaam in Afrika en in Nederland komt het niet voor. Wat moet een HAVO-leerling daar mee? Waarom niet het griepvirus behandeld? Dat is een fascinerend virus dat ook een HAVO-leerling moet aanspreken. Als er toch een dramatisch Afrikaans ziektebeeld moet worden behandeld, waarom dan niet aids? Ook een virus, waar we veel van weten, uit Afrika afkomstig en een bedreiging voor ieder ontwikkelingsland.

Wonderbaarlijk is ook hoofdstuk 1.3.3 over voeding, genotmiddelen en gezondheid. De schadelijke werking van de sigaret wordt alleen overgebracht door een plaatje van een pakje sigaretten met daaronder ``brengt de gezondheid ernstige schade toe''. Over de kwantitatieve bijdrage van roken aan volksongezondheid is niets te vinden in dit hoofdstuk. Alcohol blijft overigens ook buiten schot. Wel presenteren de auteurs een eindeloze lijst van voedingsadditieven met de volgende curieuze tekst: ``Vaak wordt gedacht dat vooral allerlei toevoegingen of additieven (conserveermiddelen, kleurstoffen, smaakstoffen) daarbij een negatieve rol spelen. Het blijkt echter dat ook natuurlijke bestanddelen van voedsel carcinogeen (kankerverwekkend) kunnen zijn.'' Dat het met die additieven wel meevalt, sterker, dat daar eigenlijk niets mee mis is, wordt de leerling onthouden.

De klap op de vuurpijl volgt op pagina 50 in sectie 1.3.6 waar de alternatieve methodes en technieken in de geneeskunde worden geïntroduceerd. Er is nog geen normale dokter genoemd, maar nu gebruiken de auteurs een volle pagina om een nationale medische held ten tonele te voeren: de Vlaardingse arts Cornelis Moerman. Wat hier aan tendentieuze tekst wordt geproduceerd, weigert mijn pen te kopiëren. Dat zelfs de trouwste aanhangers van Moerman niet meer geloven in de zogenaamde kankergenezingen door het Moermandieet krijgt de HAVO-leerling niet te lezen. Wel melden de schrijvers verheugd: ``Veel steun kreeg Moerman van de Amerikaanse Nobelprijswinnaar Linus Pauling (met foto), die in 1968 de term orthomoleculaire geneeskunde invoerde (geïllustreerd met foto van voedingssupplementen). Volgens hem had met name een flinke aanvulling van vitamine C een gezondheidsbevorderend effect''. Hoe moet een HAVO-leerling deze onzin doorzien? Hoe kan hij weten dat Pauling nooit het Moermandieet (een lokaal Nederlandse aberratie) heeft aanbevolen? Dat Pauling zijn Nobelprijzen kreeg voor Scheikunde en Vrede, maar van geneeskunde geen verstand had? Hoe kan die leerling bevroeden dat er bij de geniale Pauling op latere leeftijd een draadje los is geraakt en dat zijn claims voor het gezondheidsbevorderende effect van vitamine C uitputtend zijn getest en onjuist zijn bevonden? Dit is geen objectieve beschrijving van een wonderlijk maatschappelijk verschijnsel meer, maar tienermisleiding.

Galileo van uitgeverij Thieme voor HAVO/VWO mist de preoccupatie met primitieve of exotische geneeskunde van Scala. De auteurs houden echter ook niet van echte dokters, al blijkt hun voorkeur voor alternatieve geneeskunde pas in het tweede deel, het thema boek. Al direct in sectie 2 (``Verschillende benaderingen van ziekte en gezondheid'') worden reguliere en alternatieve geneeswijzen tegenover elkaar geplaatst. Waar de sympathie van de auteurs ligt is duidelijk: ``Als je door een ziekenhuis loopt, moet je eens letten op de bordjes: polikliniek KNO, polikliniek voor longen... Soms worden er zelfs alleen maar nummers gebruikt. Je ziet dat het lichaam helemaal is opgedeeld in kleine stukjes met voor elk stukje een eigen specialist en een eigen stukje ziekenhuis.'' Zo emmert het maar door. Maar dan: ``Niet iedereen kijkt op die manier naar gezondheid en ziekte.'' Wat volgt is het verslag van een bezoek aan een auroloog, ontleend aan het boek `Grenzeloos genezen'. De letterlijke tekst van de auroloog is een soort woordsla, die bijna eenderde pagina leerboek in beslag neemt. De ``groenachtige uitstraling'' die de auroloog waarneemt wordt gelardeerd met medische termen die van ieder realiteitsgehalte zijn verstoken: ``De zenuw die van de linkerlong loopt naar de alvleesklier, die is erg verkrampt.'' Anatomische en medische lariekoek.

Vroom voegen de leerboekauteurs aan dit citaat toe (p.123): ``Dit is een deel van een beschrijving van een bezoek aan Jelle Veerman. De diagnose die gesteld werd, kon de auteur geheel beamen. Jelle Veerman is auroloog: iemand die aura's ziet en aan de hand daarvan een diagnose stelt. Een aura is een soort straling rondom mensen. Een auroloog is een paranormaal genezer.'' Dat aura's niet bestaan en aurologen oplichters zijn of mensen met een ernstig gestoord realiteitsbesef, wordt niet uitgelegd.

Het merkwaardige is dat noch in Scala noch in Galileo ook maar één poging gedaan wordt om de natuurwetenschappelijke denkwijze te illustreren aan de hand van de verschillende benaderingen die gebruikt worden door reguliere en alternatieve geneeskunde. Juist aan de hand van de geneeskunde kan goed worden geïllustreerd hoe een systematische natuurwetenschappelijke benadering ons in staat stelt om onze vooroordelen te ontkrachten en uit te zeven wat waardevol is. Die kans wordt niet alleen gemist, de reguliere geneeskunde wordt belachelijk gemaakt. Daarmee wordt de geneeskunde in een uitzonderingspositie geplaatst. De natuurkunde komt er beter af in deze leerboeken: de termen astrologie en UFO zijn niet in de index te vinden.

Ligt hier niet een taak voor de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Geneeskunde (KNMG)? Ik denk het niet. De KNMG houdt kwakzalvende dokters, zoals homeopathen, de hand boven het hoofd en heeft daarom geen handen vrij om kwakzalvende leerboekauteurs aan te pakken. Het zou beter zijn als de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) zich met dit probleem zou gaan bemoeien. Binnen de Amerikaanse Academie worden felle discussies gevoerd over wat er wel en niet in het schoolcurriculum thuis hoort. Amerikaanse onderzoekers vinden boeken voor middelbare scholieren te belangrijk om over te laten aan de grillen van uitgevers. Gegeven deze belangstelling van de Amerikaanse Academie, ligt het materiaal in Amerika klaar voor de Nederlandse Akademie om te pogen om ook hier de schoolboeken op een hoger plan te brengen. Onze maatschappij is zo volledig gebouwd op natuurwetenschap en techniek dat kinderen daar een redelijk kloppend beeld van horen te krijgen.