`Stalin kon van zijn fouten leren'

De massaslachting tijdens de slag om Stalingrad was de schuld van één man. Hitler. Stalin was paranoïde, maar luisterde tenminste naar zijn adviseurs. Historicus Anthony Beevor analyseert de twee rivalen. Maar de lotgevallen van frontsoldaten maken zijn nieuwe studie pas echt dramatisch.

Een goede reden waarom geschiedschrijvers zich nog lang met de slag om Stalingrad zullen bezighouden, zegt de Britse historicus Antony Beevor, is de verbijsterende tragiek ervan. Dat is ook zijn drijfveer, maar niet de enige om een paar jaar van zijn leven te besteden aan een verhaal dat al tientallen malen is verteld in serieuze historische studies, maar ook in romans.

Welke motieven had Beevor nog meer om de slag te reconstrueren die ook hij beschouwt als het keerpunt van de strijd aan het Oostfront? Hij had een eigen invalshoek, zegt hij. ,,Ik was gefascineerd geraakt door de Spaanse Burgeroorlog en de slag om Stalingrad was in zekere zin net zo goed een burgeroorlog. Dat aspect is tot nu toe onderbelicht gebleven. De Russen vonden niet alleen Duitsers tegenover zich, maar onder meer tienduizenden Oekraïeners die uit haat tegen Stalin en het communisme aan Hitlers kant vochten. Op hun beurt werden de Duiters geconfronteerd met communistische landgenoten die uit hun ballingsoord Moskou naar het front waren gekomen om mee te doen aan de oorlog.''

Beevor had nog een reden om de geschiedschrijving over te doen, en wel een zeer pragmatische. Als eerste Westerling kreeg hij na maanden soebatten toegang tot de Russische archieven van de `Grote Vaderlandse Oorlog', en kon hij de strijd volgen vanuit het Sovjet-perspectief. Hij zag de gewone Russische soldaten klem zitten tussen Duitse tanks en Stalins meedogenloze geheime politie, de KNVD. Alsof de tragiek nog niet groot genoeg was.

In zijn boek beschrijft Beevor hoe eind augustus 1942 de soldaten van de Zestiende Pantserdivisie, een onderdeel van het Duitse Zesde Leger, eindelijk de Wolga in zicht kregen. Het uitzicht over de brede rivier met zijn vele zandbanken was des te spectaculairder doordat de Duitsers op de hoge, steile westoever stonden, en schijnbaar oneindig ver konden kijken, richting Azië. De stemming onder de aanvallers was gemengd. Sommigen kregen het benauwd bij de gedachte straks misschien die leegte te worden ingejaagd – en ze wisten nog niet eens dat hun Gröfaz (Grösster Feldherr aller Zeiten) Adolf Hitler in zijn Oost-Pruisische hoofdkwartier al hardop dagdroomde van een doorstoot naar India. Anderen daarentegen dachten dat ze naar huis konden na het innemen van de stad waarvan ze de spierwitte flatgebouwen in de avondzon konden zien schitteren: Stalingrad. Een modelstad in de vorm van een dertig kilometer lang lint langs de Wolga. Er was veel zware industrie, maar het wit van de muren overheerste.

Een half jaar later was Stalingrad nog steeds wit, maar nu van een dik pak sneeuw in combinatie met dertig tot vijftig graden vorst. De witte flatgebouwen waren inmiddels kaputt, om een internationaal geworden woord te gebruiken. In de ruïnes en de nog intacte kelders leverden de veroveraars man tegen man slag met de Russen. Alleen, voor het Duitse Zesde Leger was het inmiddels een verloren strijd, ingesloten als het was door verse Sovjet-troepen. Tienduizenden manschappen van beide partijen stierven in granaatvuur en door kogels van sluipschutters, net zo goed als door besmettelijke ziekten, honger en bevriezing. Ruim honderdduizend Duitsers gingen in krijgsgevangenschap nadat hun opperbevelhebber, veldmaarschalk Friedrich Paulus, op 31 januari 1943 capituleerde. Van hen overleefden zo'n vijfduizend de oorlog. De rest was kaputt. Naar de Russische verliezen kan slechts worden gegist, maar ze waren nog veel groter.

Dit inferno is alleen te vergelijken met de slagvelden van de Eerste Wereldoorlog'', zegt Antony Beevor. Onlangs verscheen de Nederlandse vertaling van zijn zeer leesbare en dramatische studie Stalingrad. ,,Het is des te tragischer omdat deze volstrekt zinloze massaslachting de schuld is van maar één man, de absolute bevelhebber Adolf Hitler. Het kon gebeuren omdat hij ten tijde van Stalingrad al in een waanwereld leefde.''

Is dit niet iets te gemakkelijk? Integendeel, er zijn bewijzen te over, zegt Beevor. ,,In de eerste plaats had Hitler zichzelf dusdanig wijsgemaakt dat de Russen eigenlijk al verslagen waren dat hij de omsingeling van zijn Zesde Leger door uit het niets opduikende Sovjet-troepen eenvoudig weigerde te geloven. Toen het tot hem doordrong, beval hij Paulus in Stalingrad te blijven totdat hij zou worden ontzet. Hitler stond op stafkaarten druk te schuiven met vlaggetjes, maar die stelden legerkorpsen voor die niet bestonden, althans niet in de omvang zoals Hitler ze voor zich zag.''

Als pregnant voorbeeld van Hitlers gekte geeft Beevor het geloof dat de Führer hechtte aan de belofte van luchtmachtchef Hermann Göring dat hij het ingesloten Zesde Leger wel per vliegtuig kon bevoorraden. Daar kwam niets van terecht. Beevor: ,,Hitler vertrouwde Göring allang niet meer, omdat hij al zijn beloften had gebroken. De luchtoorlog boven Engeland had hij verloren, de Duitse invasie van Kreta had hij bijna verpest. Maar Görings loze belofte ten aanzien van Stalingrad was toevallig precies wat Hitler wilde horen.''

Dan rijst echter de vraag waarom Hitlers gekte niet volledig werd gecompenseerd door die van zijn grote tegenspeler Josef Stalin, wiens naam door de Führer zo werd gehaat dat hij alleen om die reden Stalingrad niet wilde prijsgeven. Stalin was op zijn beurt – dat blijkt ook weer uit nieuw materiaal in Beevors boek – behept met een aan paranoia grenzend wantrouwen, waardoor hij automatisch het tegenovergestelde aannam van wat hem werd verteld. Ook Stalin maakte kostbare en kolossale fouten. Beevor, in zijn enthousiasme steeds sneller sprekend tot een staccato mitrailleurgeratel: ,,Maar Stalin kon van zijn fouten leren, en Hitler niet! Dat is het grote verschil tussen die twee, en het verloop van de slag om Stalingrad toont dat aan. Stalin leerde luisteren naar deskundigen van wie hij wist dat ze meer wisten dan hij. Uiteindelijk kon hij buiten zichzelf treden omdat hij niet zat opgesloten in zijn eigen ideologie, zoals Hitler. Ik ben ervan overtuigd dat Stalin het communisme aan zijn laars kon lappen omdat hij in diepste wezen een gewone oriëntaalse potentaat was met een flink overlevingsinstinct.''

De discussie over de geestvermogens van de beide dictators mag niet de indruk wekken dat Beevors boek draait om de daden en gedachten van de top, de strategen en hun stafchefs. ,,Ik heb juist geprobeerd het verhaal van de leiders te verweven met dat van gewone soldaten en burgers. Ik wilde het lot van afzonderlijke mensen van vlees en bloed beschrijven, en ze tegelijkertijd plaatsen in een context. Daardoor kunnen jongeren zich verplaatsen in de vraag hoe zij zelf zouden handelen onder zulke omstandigheden.

,,Ik houd niet van boeken over de vraag of divisie A beter links van divisie B had kunnen opereren. Maar in pure oral history zie ik ook niets. Al die verhalen van individuen achter elkaar gaan snel vervelen omdat er vaak steeds hetzelfde wordt gezegd en gevonden, afgezien van losse anekdotes. Bovendien blijf je zitten met het probleem dat herinneringen van mensen fundamenteel vertekend kunnen raken. Mijn ideaal van geschiedschrijving is een combinatie van alle elementen.''

Zo besteedt Beevor aandacht aan de aanleg van een speciale moestuin voor vegetariër Adolf Hitler bij diens tijdelijke hoofdkwartier in de Oekraïne. Maar ook volgt hij het lot van het Stalingraadse schoolmeisje Nina Grebennikolva, dat verlamd raakte bij het eerste Duitse bombardement. Hij beschrijft Stalins getier aan de telefoon, maar ook de woede van een hongerende Duitse soldaat die bij het lossen van een vliegtuig met voedsel ontdekt dat de lading alleen uit peper bestaat.

Het eclectische ideaal van de auteur wordt weerspiegeld in zijn levensloop. Zijn voorkomen van een typisch Britse intellectueel, met bril en ribbroek (maar zonder pijp) doet niet vermoeden dat hij zijn carrière begon als beroepsmilitair. De nu tweeënvijftigjarige Londenaar Antony Beevor kwam terecht bij Britse eenheden in West-Duitsland. ,,Toen ik merkte almaar op zoek te zijn naar genoeg vrije tijd om romans te kunnen schrijven, was mij duidelijk dat ik bij het leger niet op mijn plaats was.'' Hij nam ontslag, en werd taxichauffeur om het schrijven te kunnen financieren. Na vier gepubliceerde romans bekroop Beevor tegen het einde van de jaren tachtig niettemin het gevoel dat in dit genre niet zijn ware talenten lagen. Hij stapte over op non-fictie, en kreeg in die sector voet aan de grond door over militaire onderwerpen te schrijven. Dat leverde een werk op over de Spaanse Burgeroorlog (The Spanish Civil War), een bekroond boek over de Duitse verovering van Kreta in de Tweede Wereldoorlog (Crete, the War and the Resistance), en een portret van het Britse leger (Inside the British Army).

Beevors huwelijk met een vrouw wier grootvader de bekende diplomaat Duff Cooper was, leidde hem weer in een andere richting. Cooper was na de oorlog jarenlang Brits ambassadeur in Parijs geweest, en had over die tijd een dagboek bijgehouden. ,,Dat gaf natuurlijk heel bijzondere inzichten in de naoorlogse politiek van Frankrijk en zijn bondgenoten'', glimlacht Beevor, ,,maar niet alleen over politiek. Cooper noteerde ook waarover de gasten aan het diner spraken, wat hen bezighield, van literatuur tot de laatste mode.'' Een gezamenlijk met zijn vrouw Artemis geschreven boek over Parijs in de eerste jaren na de Duitse bezetting was het resultaat (Paris after the Liberation, 1944-1949).

Onderzoek dat hij voor dit laatste boek deed naar de rol van de sterke communistische partij in Frankrijk in het begin van de Koude Oorlog, voerde Beevor begin jaren negentig naar de pas voor de buitenwereld geopende archieven in Rusland. ,,In het begin ging het allemaal erg moeizaam'', herinnert hij zich. ,,Je vroeg om een archiefstuk, en wanneer je dat had gelezen, vroegen zij of je daarvan een fotokopie wilde. Als je ja had gezegd, gaf je het document terug, en vroeg je een tweede archiefstuk aan. En aan het eind van de dag had je geen fotokopie en geen tweede archiefstuk.''

Ondanks deze logge introductie begreep Beevor dat de Russische archieven een goudmijn aan materiaal bevatten. ,,Zo kwam ik erachter dat toespraken van de Franse communisten in het parlement woord voor woord door Moskou werden aangeleverd. Dat werpt toch een nieuw licht op de zelfstandigheid van de Parti Communiste Français in de eerste jaren na de oorlog.'' De gedachte een uit de Westerse literatuur bekend onderwerp te belichten uit de Russische gezichtshoek vatte bij hem post. ,,Toen dacht ik al snel aan de slag om Stalingrad.''

In Duitse militaire archieven speurde hij naar persoonlijke documenten van soldaten en officieren; hij ondervroeg enkele Stalingrad-veterenanen. Beevor merkte dat hij aan Duitse kant veel had aan brieven en dagboeken van artsen en geestelijke verzorgers. Aan de ene kant stonden zij midden tussen de troepen terwijl ze anderzijds door hun beroep toch een zekere afstand hadden. Dat leverde treffende observaties op. ,,Toen ik dat zei tegen de kolonel bij wie ik op het Russische ministerie van Defensie mijn aanvraag tot het inzien van militaire archieven moest indienen, schaterde hij het uit: `In het Rode Leger waren geen priesters, dus daar schiet u niets mee op.' Ik zei: `Maar er waren wèl de volkscommissarissen [partijfunctionarissen die aan de legereenheden waren toegevoegd], die soms dagelijks verslag aan het Kremlin moesten uitbrengen over het moreel van de troepen. Hij zei: `Meneer Beevor, u kiest uw onderwerp, en wij kiezen de stukken voor u uit.' Dat beloofde niet veel goeds.''

Na vijf maanden kreeg Beevor vergunning voor een bezoek aan een voormalige `geheime stad' bij Podolsk, een kilometer of twintig buiten Moskou. Daar lagen de tot voor kort hermetisch gesloten archieven van het Rode Leger. Hij reisde erheen in gezelschap van zijn vaste tolk/vertaalster Liubov (Luba) Vinogradova, een nichtje van een bevriende Russische historicus. ,,Luba was tweeëntwintig, pas afgestudeerd in de biochemie, heel pienter, maar tegenover de recente geschiedenis van haar land stond ze volkomen blanco. Op school had ze daarover alleen maar lege frasen geleerd. De clichés over Russisch heldendom in Stalingrad verveelden haar zo dat ze er niets meer van wilde weten. Ze ging mee naar Podolsk omdat ik haar ervoor betaalde.''

Aanvankelijk schenen Beevors sombere vermoedens over de hem voorgelegde keuze aan materiaal bewaarheid te worden. ,,Op het bureau van de kolonel die ons ontving, lag een stapel rapporten van volkscommissarissen over de strijd in Stalingrad. Er stonden alleen maar loftuitingen in aan het adres van kameraad Stalin over de strijdlust waarmee hij de fronttroepen had bezield. We moesten ze inzien aan hetzelfde bureau als dat waaraan de kolonel in een telefoon zat te bulderen op een geluidssterkte die in Moskou ook wel zo hoorbaar was geweest, wat volgens hem ook de bedoeling was.'' Later verminderde het wantrouwen, en kregen Beevor en zijn assistente de gelegenheid een veel breder scala aan documenten in te zien. Beevor: ,,Dit was de goudmijn waarop ik had gehoopt. De Russen hadden werkelijk alles bewaard waarop ze in Stalingrad de hand hadden kunnen leggen; daarom was dat archief ook zo groot. We vonden nooit verstuurde brieven van frontsoldaten, maar ook ontelbare rapporten van volkscommissarissen en NKVD-ers over défaitisme en wanhoop onder de soldaten, de verschrikkelijke ontberingen en de desinteresse bij hun superieuren over hun lot.'' Voor Beevor was de grootste verrassing dat de wil om voor Stalin en Stalingrad te vechten door de Russische legercommandanten en volkscommissarissen als zo gering werd beschouwd dat NKVD-troepen achter het front een cordon legden voor het oppakken van deserteurs. Er waren veel verslagen van arrestaties van frontstrijders die werden beschuldigd van sabotage omdat ze niet hadden verhinderd dat hun kameraden overliepen of zich overgaven. ,,Er staat nooit bij wat hun lot was, maar we kunnen er rustig van uitgaan dat ze onmiddellijk zijn geëxecuteerd. Soms vonden we ook curiosa, zoals een illegaal blaadje dat kennelijk onder de Duitsers circuleerde.''

Beevor toont een fotokopie van een getypt velletje waarop in het Duits de grap wordt gemaakt dat Kerstmis dit jaar niet doorgaat: Jozef is opgeroepen voor militaire dienst, Maria werkt voor het Rode Kruis, de ster van Bethlehem kan niet stralen wegens de verduistering, en de drie wijzen uit het oosten konden geen visum krijgen omdat ze niet Arisch zijn. Beevor wijst op een aantekening met potlood in cyrillisch schrift. Daar staat: `Moeilijk te begrijpen'. Moeten we daaruit afleiden dat de betreffende NKVD-officier niet wist wat Kerstmis was? Beevor: ,,Dat zou ik zeggen.''

Hoe reageerde Luba, de ongeïnteresseerde biochemicus, op dit alles? Beevor zegt dat de confrontatie met deze documents humains voor haar erg schokkend was, en niet alleen om de inhoud. ,,De grootste klap was voor haar de ontdekking dat er ook een èchte geschiedenis bestond. Luba heeft onder het werken spontaan veel gehuild.''

Stalingrad, vert. Bab Westerveld, 480 blz., ƒ49,50, uitg. Balans.