Razernij die schoonheid wordt

Brandende huizen, rennende soldaten, vallende mannen: rondom 1980 zag je ze overal gestencild op muren in de toen nog grimmige East Village. Het werd het begin van wat de `East Village Artscene' zou worden. Maar nu, bijna twintig jaar later, zijn in die wijk geen kunstenaars meer te vinden, ze vluchtten uit de huizen die alleen nog voor Wall Street-bankiers betaalbaar zijn.

Het New Museum of Contemporary Art in New York wijdt een overzicht aan een van die guerilla-kunstenaars van weleer. David Wojnarowicz, die in 1992 op 37-jarige leeftijd aan aids overleed, was de East Village-versie van een renaissance-man: schilder, beeldhouwer, schrijver, musicus, fotograaf, theatermaker en activist. Hij kwam uit een gemankeerd gezin, met een alcoholische vader die regelmatig een pistool op de leden van zijn gezin richtte. Op tienjarige leeftijd prostitueerde hij zich al regelmatig met mannen en vanaf zijn zestiende leefde hij fulltime op straat. Uiteindelijk opgenomen in het East Village-straatkunstmilieu, van Keith Haring, Jenny Holzer, Jean-Michel Basquiat en fotograaf Peter Hujar, begon hij te schilderen op pizzadozen, vuilnisbakdeksels, supermarktreclameposters en landkaarten. En hij richtte een post-punkband op met de naam `3 Teens Kill 4-No Motive'.

Een schitterende vroege serie van 24 zwart-wit foto's, Arthur Rimbaud in New York (1978-79) zette de toon voor het komende werk: een combinatie van het grimmige en poëtische. Voor de serie documenteerde hij het leven van de `outlaw': hij liet zijn vriend poseren als heroïnejunk en als een figuur met een masker van Rimbauds gezicht op locaties als de Hudson River-piers (een geliefde plek voor anonieme mannenseks in die tijd), voor de Peep Shows van Times Square (ook al gesaneerd), het vervallen lunapark van Coney Island. Vanaf 1982 exposeerde hij regelmatig in bekende East Village galeries en 1991 was hij een van de uitverkorenen voor de Whitney Biënnale.

Roem en geld waren zijn deel geworden, maar toen hij in 1987 besmet bleek te zijn met het hiv-virus, raakte in zijn werk die ziekte onlosmakelijk met andere persoonlijke en politieke facetten verbonden. In het tijdperk van post-Mapplethorpe hysterie en homofobie werd hij de meest zichtbare `Angry Gay Man', die tot in de rechtszaal met rechtse politici en religieuze leiders in de clinch lag.

Fever, The Art of David Wojnarowicz omvat ruim honderd schilderijen, collages, sculpturen, foto's, films en video's. Hopelijk zal hij hiermee postuum verder in de `mainstream' doorbreken. Complexer dan zijn wereldwijd bekende, commerciëlere collega Keith Haring onderscheidt Wojnarowicz zich van alle andere geëngageerde kunstenaars uit die tijd doordat hij een ware alchemist was. Razernij werd getransformeerd tot schoonheid, zonder met esthetiek de inhoud te verdoezelen. Zoals in zijn dagboeken pornografische seks in een lyrisch poëtisch taalgebruik is vorgegeven, zo wordt in het beeldend werk de disharmonie van het leven op een integere, harmonieuze wijze aan de orde gesteld, als een wankel en ontroerend evenwicht.

Wojnarowicz gebruikte afbeeldingen uit de populaire cultuur, pornografie en uit naslagwerken over geschiedenis en wetenschap. Terugkerende thema's zijn Amerikaans machismo en geweld van natuur en mens: brandende huizen, brandende mannen, brandende paarden; vulkanen, wervelstormen, treinontsporingen; bloemen met een agressief seksuele vorm, haaien, wolven; ontheemde foetussen en cowboys (outlaws!). Niet deze afbeeldingen brachten hem in opspraak bij de rechtse dominees – geweld is hier nu eenmaal voor alle leeftijden –, maar de plaatjes van in staat van opwinding verkerende mannen, likkend, kussend of anders seksueel bezig. Deze afbeeldingen zijn naast en over elkaar gedrukt, gestencild, geschilderd en geplakt. En tòch is er geen sprake van een visuele kakafonie. Dit komt vooral door Wojnarowicz' geordende composities, georiënteerd op de rastervorm, en door zijn gebalanceerde kleurgebruik.

Een typerende Wojnarowicz is Fuck You Faggot Fucker (1994), ontleend aan een in de compositie opgenomen schetsje van wat je op openbare wc-deuren kan aantreffen. In het midden van wit toegedekte landkaarten staan twee teder kussende mannen, met naakte lichamen die uit de kaart van de Verenigde Staten zijn uitgespaard. In de vier hoeken zijn zwart-wit foto's opgenomen van naakte jongensparen in een lege, melancholieke ruimte. Het is, zoals veel meer werk van Wojnarowicz, een poëtisch-surreel leerstuk. Maar anders dan de didactische politieke kunst waar we nooit meer van horen, slaagt Wojnarowicz erin te communiceren: engagement sluit een oog voor schoonheid niet uit, en vice versa. Wat zijn werk geeft is hoop: en dat is Amerikaans optimisme in pure vorm.

Tentoonstelling: Fever: The Art of David Wojnarowicz. The New Museum of Contemporary Art, 583 Broadway, tussen Houston Street en Prince Street. T/m 20/6. Inl 00 12122191222. Catalogus (met uittreksels van zijn gepubliceerde geschriften), $21. Ook via http://www.queer-arts.org of www.newmuseum.org