Psychiater: Borst heeft niet getreuzeld na ramp

Hoogleraar psychiatrie Gersons meent dat de hoofdinspecteur voor de gezondheidszorg en minister Borst niet hebben getreuzeld bij de behandeling van de klachten van getroffenen bij de Bijlmerramp.

De gezondheidsklachten van Bijlmergetroffenen zijn `in aard en aantal' toegenomen door traagheid en onderschatting van lokale en landelijke overheden. Deze conclusie van de Bijlmerenquêtecommissie is de basis van de aanval op minister Borst (Volksgezondheid).

De conclusie wordt niet gedeeld door hoogleraar psychiatrie dr. B. Gersons, verbonden aan de vakgroep psychiatrie van het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam. Gersons was vanaf het begin betrokken bij de behandeling van psychisch trauma van de getroffenen en de hulpverleners. In een verhoor voor de enquêtecommissie zei hij het te betreuren dat een informatiecentrum zo snel na de ramp weer werd gesloten.

Gersons: ,,Het is absoluut waar dat de klachten na de ramp zijn toegenomen, met de groeiende ongerustheid over de lading van het vliegtuig. Maar dat kun je niet alleen de overheid aanrekenen. Ook de aandacht in de media, hoe goed ook, heeft angstverhogend gewerkt. Vooral de beelden van de ramp en het radarbeeld van de laatste minuten van de El-Alvlucht roepen steeds weer emoties op. De beelden kwamen voor in de spotjes die de NOS de laatste tijd uitzond om ons te attenderen op de uitzendingen van enquêtecommissie. Ik heb gisteren nog met een direct getroffene gesproken. Die heeft een tijd de televisie niet aangedaan om er niet mee te worden geconfronteerd.''

,,De media benaderden de problemen bovendien vaak zo dat het idee ontstond: dit hoort niet, er moet iets gebeuren'', vervolgt Gersons. ,,Je kunt bijvoorbeeld iemand met gezondheidsklachten na de Bijlmerramp aan het woord laten en laten zeggen dat er een behandeling moet plaatsvinden. Maar als die er niet is, is het de vraag of de overheid iets te verwijten valt. Toch is dat wat je heel sterk in het rapport terugziet: dat de overheid er iets aan had kunnen doen.''

Gersons wijst erop dat kennis over rampenpsychologie in Nederland nauwelijks aanwezig is. ,,Domweg omdat hier zo weinig rampen voorkomen. Daardoor was de opvang niet adequaat geregeld. De eerste weken na een ramp heerst er een soort honeymoongevoel. Er bestaat een hechte band tussen hulpverleners en getroffenen. Het is bijna een vrolijk gevoel, van een overwinning. Daarna gaat iedereen zijn weg en in die periode lopen mensen de kans om in de put te raken. Met de huidige kennis zou je dus een informatiecentrum voor betrokkenen veel langer openhouden dan na de Bijlmerramp is gedaan. Dat is niet gebeurd. De directe, eerste hulpverleners hadden die eerste maanden na de ramp keihard gewerkt. Iedereen was doodmoe en had geen fut meer om initiatieven te nemen. De bureaucratie heeft zich toen gesloten. Daar werd geredeneerd: de gezondheidszorg in Nederland is goed. Alle mensen die klachten hadden konden naar hun dokter en werden behandeld.''

Vanuit die perceptie hebben Verhoef, de hoofdinspecteur voor de gezondheidszorg, en minister Borst gereageerd op klachten, betoogt Gersons. ,,Ik vind niet dat ze getreuzeld hebben. Toen het deksel eenmaal van de put ging, bleek er veel meer aan de hand te zijn. Maar dat is achteraf bekeken. In de geneeskunde zeggen we dan: de laatste dokter heeft altijd gelijk, maar daardoor zitten zijn voorgangers nog niet fout.''

Ook de conclusie van de Bijlmerenquêtecommissie dat de psychische nazorg op een aantal punten is tekortgeschoten en dat `hierdoor anno 1999 nog (veel) mensen met psychische problemen' kampen is een conclusie die Gersons bestrijdt. Al is het alleen maar omdat het genezend vermogen van de psychiatrie wel erg hoog wordt ingeschat, door dat verband tussen hulp en genezing zo direct te leggen.

Gersons: ,,Terugkijkend kun je zeggen dat het misschien beter had gekund, maar dat is wat anders dan zeggen dat de hulpverlening is tekortgeschoten. Wat de enquêtecommissie uit het oog heeft verloren, is dat hier sprake was van een ramp. Een kenmerk van een ramp is dat de infrastructuur ineenstort en dat onze herinnering niet meer adequaat is. Achteraf zegt de commissie nu dat er op een bepaalde manier had moeten worden gehandeld. Maar de reden dat dat niet is gebeurd, was die ramp. Als er geen fouten waren gemaakt, zou ik niet geloven dat er een ramp was geweest.''

,,Wat ik als psychiater wel hoop is dat het rapport eindelijk rust geeft'', besluit Gersons. ,,De grote klasse van de commissie vind ik de duidelijkheid die ze verschaft over de lading. Daar kwam de angst vandaan. Die is dus niet door mevrouw Borst veroorzaakt.''