Niet de techniek, wel de slagkracht

Mede dankzij de onvermoeibare inzet van de Australische international Jay Stacy (30) bereikte Oranje Zwart de play-offs van de hockeycompetitie. Daarin stuit de ploeg uit Eindhoven vandaag en morgen op titelverdediger Den Bosch. ,,Hockey is geen sport voor watjes.''

Doffe dreunen weerklinken in het Wagener-stadion als Jay Stacy het doel bestookt. Zo hard schiet de Australiër dat het bijna een wonder is dat de plank het half uur durende bombardement doorstaat. ,,Spieren kweken en veel oefenen'', zo verklaart Stacy even later de verwoestende slagkracht waarmee hij dit seizoen is uitgegroeid tot de schrik van de Nederlandse hoofdklasse.

Het is woensdag en de Australische hardhitter bereidt zich met Oranje Zwart voor op de ontknoping van het hockeyseizoen. Niet op eigen veld in Eindhoven, maar in Amstelveen waar exact dezelfde kunstgrasmat ligt als bij Den Bosch, vandaag en morgen de tegenstander in de halve finales van de play-offs. ,,We willen niets aan het toeval overlaten'', zegt manager Andy Wijzenbeek.

Om dezelfde reden streek Stacy vorig najaar neer in Brabant. Oranje Zwart, vier jaar geleden min of meer bij toeval doorgedrongen tot de finaleronde, dient volgens voorzitter Joop Veelenturf structureel aansluiting te vinden met de Nederlandse hockeytop. In dat streven paste het aantrekken van de Australische strafcornerspecialist en record-international (269 caps).

Het experiment loont, want Oranje Zwart sloot de reguliere competitie zondag af met de tweede plaats. Samen met international Sander van Heeswijk vormt Stacy, dit seizoen goed voor zestien treffers, het hart van de ploeg. In tegenstelling tot Shahbaz Ahmad, de Pakistaanse balvirtuoos van Oranje Zwart, is de bonkige middenvelder in staat een ploeg beter te laten spelen. Zelf blijft hij bescheiden over zijn inbreng. ,,We zijn bereid de mouwen op te stropen en elkaars fouten te corrigeren. Niemand heeft vedette-neigingen.''

In hockeykringen heeft Oranje Zwart de reputatie van een hyperambitieuze club die geen middel onbenut laat om hogerop te komen. Stacy heeft die geluiden inmiddels ook opgevangen. ,,Ze kunnen zeggen wat ze willen, maar deze club durft tenminste. Hockey in Europa ontwikkelt zich meer en meer tot een professionele sport. Oranje Zwart onderkent dat en handelt daar naar.''

Tijdens het wereldkampioenschap, vorig jaar in Utrecht, trad Oranje Zwart in contact met Stacy. Lang hoefde de rossige aanvoerder van de Melbourne Redbacks niet na te denken toen hem een hockeyavontuur in Brabant in het vooruitzicht werd gesteld. ,,Wie wil er niet spelen in de beste clubcompetitie ter wereld? Ik zou gek zijn geweest als ik deze kans had laten lopen.''

Volgens ingewijden verdient Stacy dit seizoen in Eindhoven 25.000 gulden netto, exclusief onkostenvergoedingen. Zijn inkomen weigert de Australiër prijs te geven. ,,Ik moet in elk geval ook eten en drinken, that's for sure.'' Maar een hockeyprof? Hij schrikt van het woord. ,,Dat ben ik niet. Ik heb een baan, zoals ieder ander. De mijne is hockey en toevallig staat daar wat tegenover. Ik ben geen voetballer die jaarlijks een paar miljoen opstrijkt.''

In eigen land staat Stacy bekend als The Powerhouse, vrij vertaald `de krachtpatser'. Net als Floris Jan Bovelander, het voormalige strafcornerkanon van Bloemendaal en het Nederlands elftal, houdt de robuuste middenvelder vast aan het slaan van de corner. ,,Pushen gaat mij minder goed af. Bovendien gaan de meeste keepers tegenwoordig bij een strafcorner minder snel naar de grond omdat ze rekening houden met een hoge push. Als ze dan een lage bal krijgen, zijn ze vaak te laat.''

Zelfkennis is de basis van het spel van de 269-voudig international. ,,Ik ken mijn beperkingen. Een wonderhockeyer ben ik niet, en zal ik ook nooit worden. Ik heb een aardige pass en een redelijk overzicht. Op techniek moet ik afleggen tegen jongens als Shabby (bedoelt Shahbaz, red.). Ik speel binnen mijn mogelijkheden.''

Stacy groeide op in Melbourne. Zijn vader speelde Australian football, de ruige en mateloos populaire rugbyvariant. Hoewel het voor de hand lag in de voetsporen van zijn vader te treden, volgde Stacy het voorbeeld van zijn hockeyende broer. ,,Al zou ik met mijn postuur misschien geen slecht figuur slaan in het rugby of het Australian football.''

Hockey is minder fysiek. Stacy zegt niet vies te zijn van een stevige bodycheck. ,,Zolang het niet smerig of gemeen wordt is wat mij betreft veel toegestaan. Hockey is geen sport voor watjes. Een pittig duel hoort erbij.''

In Nederland maakte Stacy de voorbije maanden vooral kennis met wat hij zelf ,,the Dutch mentality'' noemt. ,,Hockeyers in Nederland combineren inspanning met ontspanning. Het plezier van buiten het veld nemen ze mee naar het veld. Het sociale leven is vermoedelijk de grootste kracht van het Nederlandse hockey'', volgens Stacy, die zelf regelmatig de bierkraan bedient in het clubhuis van Oranje Zwart.

Zo gecharmeerd van zijn verblijf in Eindhoven is Stacy dat hij inmiddels drie collega-internationals heeft gepolst om de overstap naar Eindhoven te maken. ,,Nee, ik noem geen namen. Maar de kans is groot dat ook zij binnenkort bij Orange Black spelen. In elk geval na de Olympische Spelen, en misschien volgend seizoen al.'' Dat zou dan slechts voor drie maanden zijn, want ter voorbereiding op de Spelen in eigen land sluit de Australische selectie zich vanaf december op in een trainingskamp in Perth.

`Sydney' vormt het eindpunt van Stacy's interlandcarrière. ,,Al heb ik niet het gevoel dat mijn tijd gekomen is. Mijn lichaam is nog lang niet versleten. Maar ik kan natuurlijk moeilijk doorgaan als wij er voor eigen publiek in slagen de gouden medaille te winnen. Dat zou immers het perfecte slot zijn.''

Het WK liep uit op een deceptie voor The Kookaburras, zoals de ploeg in eigen land liefkozend wordt genoemd. Na een sterk begin van het toernooi werd Australië in de halve finales met 6-2 vernederd door de latere kampioen Nederland. ,,Blessures hebben ons de das omgedaan'', zegt Stacy, met dertien doelpunten topscorer in Utrecht. ,,Een aantal spelers was niet fit waardoor we op het beslissende moment tekort kwamen.''

In Utrecht viel de ploeg van bondscoach Terry Walsh op door een ongebreidelde aanvalslust aan de dag te leggen. Soms tegen beter weten in. Stacy: ,,Risico's nemen zit in ons spel opgesloten. Australiërs willen altijd aanvallen, altijd recht-door-zee. Dat wil ons nog wel eens opbreken, zeker omdat wij zelden man-op-man-dekking toepassen en minder op balbezit spelen dan Nederland dat doet. Misschien kunnen de ervaringen die ik afgelopen seizoen hier heb opgedaan ons nog goed van pas komen in Sydney.''