Naam van God 2

`De naam van God moet de Heer blijven', zegt dr. A.A. Spijkerboer. Ik ben bang dat in deze titel die precies de inhoud van z'n artikel dekt, zowat alle beweringen op misverstanden berusten. Een kort overzicht.

– `God' is geen naam, althans geen eigennaam. Het woord is een soortnaam, d.w.z. dat er een categorie van verwante individuen mee wordt aangeduid. Zo is er in het Oude Testament regelmatig sprake van allerlei goden: Moloch, Astarte, Baäl en Milkom.

– Een belangrijk thema in de bijbel is nu juist dat de `god' van Israel de enige èchte God is, die van al die anderen, op z'n eigen gezag, onderscheiden moet worden van al z'n soortgenoten.

– Dat doet hij, zoals ieder uniek individu dat doet, door z'n eigennaam, JHWH, te gebruiken: zo laat hij zich onderscheiden van al de goden die er zoal door de mensen werden vereerd.

– Zodra de god van de Israelieten op z'n stuk gaat staan, dat wil zeggen z'n speciale identiteit niet verslonsd wil zien door ongewenste verwarring met andere `zogenaamde' goden, staat hij er op met die eigennaam JHWH te worden aangeduid.

– Dat gebeurt thematisch: als JHWH zich bekend maakt aan Mozes, en deze vraagt hem: `Hoe heet u eigenlijk?', is het eenvoudige antwoord `JHWH'. En dan voegt hij er aan toe: `Dat zal voor altijd m'n naam zijn!'

– Let wel: hij geeft niet `Heer' als z'n naam op. Ook dat is namelijk geen eigennaam. Dat is ook al een soortnaam die een groep menselijke individuen van het mannelijk geslacht aanduidt, met bovendien nog de connotatie van `de Baas'. In die zin hebben feministische theologen die om dié reden het woord `de Heer' afwijzen, gelijk.

– Een eigennaam gaat nooit vergezeld van het lidwoord `de', zoals wèl gebeurt bij `de Heer'. Daarom kan `de Heer' niet als godsnaam fungeren.

– Een eigennaam heeft in het algemeen ook geen meervoudsvorm, behalve als er binnen de soort meerdere individuen zijn die dezelfde naam dragen. En dat is nu juist met JHWH niet het geval! Nòg een reden om `de Heer' af te wijzen, dat gewoon een meervoud verdraagt.

– Dit probleem los je ook niet op door, zoals de NBV voorlopig kiest, een spellingsvariant te bedenken als `de Heer' en `de HEER'.

– Dat de Septuagint deze vertaalfout – de unieke eigennaam JHWH weergeven met `ho kurios', een soortnaam – ooit hebben gemaakt, met alle consequenties daarvan voor de redactie van het Nieuwe Testament, is geen reden voor de Nieuwe Bijbelvertaling om die fout nòg eens te maken.

– Tenslotte: een eigennaam vertaal je niet. Ook de bijbelse eigennamen niet. Net zo min als je de oorspronkelijk griekse eigennaam `Johannes' – die `JHWH is genadig' betekende – vertaalt door `JHWH is genadig'. Gelukkig maar: anders kreeg je van die gekke zinnen in het Nieuwe Testament als `JHWH is genadig doopte de mensen in de Jordaan'.