Naam van God 1

Met interesse las ik het heldere verhaal van dr. A.A. Spijkerboer over de weergave van de naam/aanduiding van God in de bijbel, (NRC Handelsblad, 21 april).

Ik wil nog enkele andere aspecten van deze problematiek aan de orde stellen. De bijbel behelst een verzameling boeken, globaal te verdelen in Oude en Nieuwe Testament. Al deze bijbelse geschriften zijn afkomstig uit een culturele en godsdienstige context, waarin `God' als mannelijk ervaren/geduid wordt. Voor het Oude Testament correspondeert dat met wat vertalingen als `Heer' plachten weer te geven.

Of het nu om een vertaling van Homerus of van een oudtestamentisch bijbelboek in huidig Nederlands gaat, het is anachronistisch om een duidelijk mannelijke notie niet als zodanig weer te geven. Maar natuurlijk zit in zo'n weergave met `Heer' wél een associatie met heerser, gebieder, en een soortgelijke associatie zit ook, zij het op andere wijze en vanuit een andere culturele context, in het nieuwtestamentische begrip Kurios, dat ook met `Heer' wordt weergegeven. En dan kan het gaan wringen met onze godservaring.

Spijkerboer legt uit, wat achter de vier letters JHVH zit: ik zal zijn zoals ik zijn zal. Dat wil dus zeggen: zoals ik mij zal manifesteren. Ik heb weleens als poging tot weergave daarvan gehoord (in een tv-uitzending): de Aanwezige.

Die weergave doet dat moment van actie en actualiteit recht wedervaren, dat met JHVH gegeven is, zonder een mannelijk accent op te dringen.

Het nieuwtestamentische Kurios is verbonden met Jesus als de mens in wie God zich te kennen gaf. Men kan dan wijzen op het niet-macho karakter van Jesus, op aspecten van zijn persoon en optreden, als geschetst in de evangeliën, die je vrouwelijk – althans niet uitgesproken masculien – zou kunnen noemen. Met dit laatste kom ik waar het in wezen in kerkelijk perspectief om gaat: de verkondiging en de lithurgie.

In de verkondiging (prediking) en de liturgie (geloofsexpressie, ook dus in gebeden) vond die worsteling masculien-feminien die uiteraard centraal staat in feministisch theologisch denken (dus onvermijdelijk in alle actuele theologie), plaats.

Wel moet een hedendaagse bijbelvertaling hier ruimte voor scheppen, voorzover dat kan zonder de culturele en godsdienstige context waarin de bijbelse geschriften ontstonden, geweld aan te doen.

Een mentaliteits-historische benadering en godsdienstpsychologische doordenking is nodig, om hier uit te komen. Het gaat hier om de klassieke problematiek van de religieuze projectie.