MARS HOUDT MINSTENS VIJFTIG GROTE TROJANEN IN EEN STEVIGE GREEP

Nabij de baan van Mars zouden zich tientallen planetoïden kunnen bevinden die tijdens hun beweging rond de zon tevens in de greep van die planeet blijven. Dat concluderen Serge Tabachnik en Wyn Evans, twee fysici van de universiteit van Oxford in Engeland. Zulke `ingevangen' planetoïden, Trojanen geheten, zijn al sinds het begin van de eeuw bekend bij Jupiter. Zij bewegen daar rond twee zogeheten libratiepunten: punten nabij de baan van Jupiter waar de aantrekkingskracht van die planeet in evenwicht is met die van de zon. Het ene punt beweegt vanuit de zon gezien 60° vóór Jupiter uit en het andere komt 60° achter deze reuzenplaneet aan.

In 1990 werd de eerste Trojaan (5261 Eureka) bij Mars ontdekt en eind vorig jaar werden er drie planetoïden ontdekt waarvan één zeker een Mars-Trojaan is. Deze laatste ontdekking leidde tot de vraag hoeveel planetoïden Mars uit de hoofdgordel (tussen de banen van Mars en Jupiter) aan zich zou kunnen binden. De beweging van een Trojaan rond een libratiepunt is onderhevig aan de storingen van alle planeten in het zonnestelsel en misschien is het totaal van die storingen bij een kleine planeet als Mars wel zo groot dat een Trojaan slechts heel kort kan worden vastgehouden. Dit probleem hebben Tabachnik en Evans bestudeerd met behulp van computersimulaties. Hun onderzoek wordt in mei gepubliceerd in de Astrophysical Journal Letters.

De twee onderzoekers lieten de planeten 60 miljoen jaar lang hun storende invloed uitoefenen en ontdekten zo dat Mars-Trojanen alleen in bepaalde banen aan die storingen weerstand kunnen bieden: hun baanvlak moet een hoek van 15° tot 40° maken met het baanvlak van Mars. De betrouwbaarheid van dit resultaat wordt versterkt door het feit dat de twee zekere Mars-Trojanen inderdaad aan het baancriterium voldoen en dat de twee mogelijke Trojanen grensgevallen zijn.

De onderzoekers schatten dat Mars vijftig Trojanen van één kilometer of groter (en een groter aantal kleinere) in zijn greep zou kunnen houden. Als dat zo is, dan zouden de veel grotere planeten Venus en de aarde dat misschien ook kunnen. Hun Trojanen moeten echter klein zijn, omdat ze anders al zouden zijn ontdekt. In dit verband is de in februari ontdekte planetoïde 1999 CG9 interessant, die in een vrijwel cirkelvormige baan net buiten de aardbaan om de zon draait. Misschien is deze planetoïde onlangs uit een libratiepunt van de aarde ontsnapt of zal hij er in de toekomst in worden gevangen. (George Beekman)