Mahler van Svetlanov wisselvallig en effectvol

Mahlersymfonieën markeren de Haagse carrière van Jevgeni Svetlanov, de Russische chef-dirigent van het Residentie Orkest. In het seizoen 1992-'93 begon hij met een uitvoering van de Zesde symfonie, daarna dirigeerde hij de nr.'s 1, 7, en 9. Dezer dagen leidt Svetlanov uitvoeringen van de Vijfde symfonie en het komende seizoen – zijn laatste als chef-dirigent in Den Haag – begint hij met de Derde symfonie en besluit hij met de Eerste symfonie. Jaap van Zweden volgt dan in september 2000 Svetlanov op in stijl: hij begint als de nieuwe Haagse chef-dirigent met Mahlers Tweede symfonie.

Zo is niet alleen Amsterdam een Mahlerstad, maar heeft ook Den Haag een eigen, zij het bescheidener, Mahlertraditie. En zeker sinds het stilistisch zo gevarieerde tweede Amsterdamse Mahler Feest in 1995 is er in ons land ook ruimte en respect voor Mahleruitvoeringen die afwijken van de Amsterdamse Haitinkstandaard, die werd gekenmerkt door dramatische spanning en emotionaliteit.

Edo de Waart presenteerde met zijn Radio Filharmonisch Orkest een Mahlercyclus, die eerder uitging van een muzikanteske benadering dan van diepgravende persoonlijke interpretaties. Riccardo Chailly toont bij het Koninklijk Concertgebouworkest Mahler onder andere als avant-gardist, als voorloper van allerlei 20ste-eeuwse muzikale verschijnselen, zoals clusters en klankvelden. Vooral de Vijfde symfonie, die het vorige seizoen beheerste, was daarvan het voorbeeld. En Valery Gergjev liet in januari bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest in zijn uitvoering van Mahlers Derde symfonie hoogstpersoonlijke opvattingen blijken. Zéér veel klonk zéér anders dan gebruikelijk. Buitengewoon opvallend in het eerste deel was zijn strak volgehouden marsritme, dat in zijn ongenaakbaarheid de Duitse paradepas leek te evenaren.

De Mahleruitvoeringen van Svetlanov bij het Residentie Orkest werden niet gekenmerkt door opvallende buitenmuzikale opvattingen. Termen als `indrukwekkend', `welluidend' en `gedisciplineerd' waren op hun plaats.

Maar in de Eerste buitte Svetlanov het contrast tussen de laatste twee delen niet uit, in de Zesde kwam hij niet toe aan een maximaal schrille en desolate expressie, de Zevende was te netjes en wisselvallig zonder overtuigingskracht, de Negende klonk met een milde, stil berustende gloed.

Diezelfde intensiteit gloeit nu op in het Adagietto van de Vijfde, langzaam en fraai gespeeld door de Haagse strijkers en subtiel verglijdend van elegisch naar diep-somber. Svetlanov trekt zich niets aan van Mengelbergs aantekening in zijn partituur dat het een liefdesverklaring van Mahler aan zijn vrouw was óf hij voorziet in dit Adagietto al de teloorgang van die liefde, waarvan de partituur van de Tiende symfonie blijk geeft.

Voor het overige doet Svetlanov weinig aan interpretatie en emotie, maar veel aan variatie. Helaas zijn de middelen daartoe te eenvoudig en voorspelbaar. De tempi zijn traag tot zéér traag, af en toe afgewisseld met snellere passages. Svetlanov varieert de dynamiek van zéér zachtjes tot flink luid, terwijl hij de symfonie besluit met een plots pompeuze finale. Het is eigenlijk alleen hollen of stilstaan, aanlopen nemen en dan weer inhouden. Soms levert het fraaie effecten op: vlak na de opening ontstaat er een schrikwekkend ruig en duister landschap met een versteende dreiging die vooruitblikt op het slotdeel Der Abschied uit Mahlers Das Lied von der Erde. Daarop volgt een passage zonder hiërarchie van hoofd- en bijzaken: een klankveld zoals Chailly dat kan laten horen. Het tweede en vijfde deel stellen weinig voor. Het al te langzaam en te weinig puntig begonnen Scherzo groeide gisteravond niettemin uit tot het spannendst gespeelde deel met verbazingwekkende contrasten, een goede pizzicato-passage en een eigenzinnig gefraseerde hobo-partij van Pauline Oostenrijk.

Concert: Residentie Orkest o.l.v. Jevgeni Svetlanov. Programma: G. Mahler: Symfonie nr 5. Gehoord: 23/4 Dr. Anton Philipszaal Den Haag. Herhaling: 24/4.