Journaal veroordeelt bombarderen tv-zender

Het NOS Journaal heeft bij minister F. de Grave (Defensie) geprotesteerd tegen het NAVO-bombardement van het gebouw van de Servische staatstelevisie in Belgrado. In een brief vraagt de hoofdredactie van het Journaal De Grave of hij alles in het werk wil stellen om nieuwe NAVO-aanvallen op de zender te voorkomen. Ook de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ), de Internationale Federatie van Journalisten (IFJ) en de Europese omroepunie (EBU) veroordelen het bombarderen van het gebouw.

Adjunct-hoofdredacteur H. Laroes van het Journaal is van oordeel dat de aanval de berichtgeving uit het gebied hindert. Hij meent dat de infrastructuur van de Servische tv nodig is om verslagen van Nederlandse verslaggevers naar Hilversum te zenden en om vraaggesprekken met hen te voeren. ,,Op die manier is er nog sprake van onafhankelijke journalistiek vanuit Belgrado, in moeilijke omstandigheden'', aldus Laroes. Het ministerie van Defensie kon gistermiddag niet reageren, omdat het de brief nog niet had ontvangen.

Volgens secretaris H. Verploeg van de journalistenbond NVJ kleven er louter nadelen aan de bombardementen op de tv-zender. ,,Het zou om een beperkt conflict gaan, maar met deze aanval is het niet meer beperkt'', zegt hij. Wanneer de NAVO in Joegoslavië mediagebouwen aanvalt, zouden de media in toekomstige conflicten ook kunnen worden uitgeroepen tot strategische doelen, vreest de NVJ.

Ook voor westerse journalisten in het oorlogsgebied komt de aanval volgens Verploeg slecht uit. ,,Het wekt alleen maar vijandige gevoelens op bij de journalisten uit Joegoslavië zelf. Daarnaast betekent de aanval op gebouwen van media dat het gordijn rond het gebied alleen maar dichter wordt.''

De journalistenbond IFJ meent dat het NAVO-bombardement op de tv-zender het leven in gevaar brengt van honderden journalisten die kritisch staan tegenover het bewind van Milosevic. Ook collega's die de regering in Belgrado vasthoudt, lopen volgens haar gevaar. ,,Het doden van journalisten leidt nooit tot een zege in de oorlog of tot democratie, maar versterkt onwetendheid, censuur en angst'', aldus de IFJ.