India glijdt af in volwassen crisis

Na vijf regeringscrises in drie jaar moeten de ruim 600 miljoen kiesgerechtigden in India binnenkort vermoedelijk voor de derde keer sinds 1996 naar de stembus.

Gezocht: regering. Vooruitzichten: somber. India worstelt met zichzelf en met zijn democratische bestel. Sinds de val van de regering van premier Atal Behari Vajpayee, een week geleden, krijgt het land steeds meer trekjes van een heus Italië aan de Ganges, zoals veel politieke analisten de afgelopen week schreven. Niet alleen heeft die bijnaam alles te maken met de korte levensverwachting van Indiase kabinetten, maar ook met de vrouw die deze week in het middelpunt van de politieke chaos kwam te staan: Sonia Gandhi, de Italiaanse weduwe van de vermoorde oud-premier Rajiv Gandhi.

Maar ook de laatste, aangetrouwde vertegenwoordigster van de Nehru-Gandhi-dynastie slaagde er niet in een meerderheidsregering te vormen, hoewel zij vorige week nog beloofde ,,binnen een paar minuten'' een stabiel coalitiekabinet op de been te zullen brengen. Sonia Gandhi was niet de eerste die de eigenzinnigheid van de politieke cultuur onderschatte. Geen enkele partij kan op dit moment uit de voeten in het steeds chaotischer wordende politieke landschap, dat wordt gekenmerkt door een regionalisering die zo divers is als het subcontinent zelf.

Veel Indiërs zijn de afgelopen jaren gedesillusioneerd geraakt over de ontwikkelingen in het politieke centrum. Na de onafhankelijkheid in 1947 was politiek in India 40 jaar lang helder. Al groeide de jonge democratie met horten en stoten, met name onder Sonia's schoonmoeder Indira Gandhi, de monolitische Congrespartij heerste en de beslissingen werden in New Delhi genomen.

Na de vrije val van de Congrespartij in de jaren '90, mede als gevolg van een aantal grote corruptiezaken, sloeg de onzekerheid toe onder de miljoenen kiezers. Zij sloten zich meer en meer aan bij de nieuwe partijtjes die in het vacuüm stapten dat de Congrespartij had achtergelaten; partijen gevormd door politici uit alle rangen en standen, die soms met nobele, en vaak met minder nobele doeleinden de landelijke politiek binnen konden stappen op hun verkiezingsbelofte de armoede in de regio uit te bannen.

Het kabinet van premier Vajpayee, waarin maar liefst 19 coalitiepartners een eenduidig beleid moesten voeren, vormde het afgelopen jaar het meest duidelijke voorbeeld van de regionaliseringstendens. Ministers en onderhandelaars vlogen bijna maandelijks naar alle uithoeken van het land om branden te blussen, pleisters te leggen of suikergoed uit te delen aan ontevreden achterbannen, zodat de wankelende coalitie weer een paar weken overeind bleef.

Hoe weinig loyaal moderne Indiase politici aan elkaar zijn, bleek uit de gijzeling van de regering door de AIADMK, de partij uit de deelstaat Tamil Nadu die uiteindelijk het vloerkleed onder het kabinet vandaan trok, lang nadat de partijbazin contact had gezocht met Sonia Gandhi over een nieuwe coalitie. De regenboog aan partijen deed geen enkele moeite te verbloemen dat de eigen, regionale of persoonlijke belangen verheven zijn boven de nationale belangen. Wie meer treinen wil in zijn deelstaat, eist simpelweg de post van minister van Spoorwegen op straffe van opzegging van de steun aan het kabinet. Had de BJP een nieuwe coalitiepartner nodig, dan werd die gepaaid met een aantrekkelijke vacature binnen de poorten van de macht.

,,India heeft wel de hardware van een democratie, maar niet de software'', zei de hoofdredacteur van een Indiase krant afgelopen week. ,,Het is gemakkelijk om een regering af te breken, maar hoe bouw je haar dan weer op?''

Wie met dergelijke perspectieven nog een coalitie wil vormen, pleegt zelfmoord, schreef een andere politiek analist eergisteren. Nu gisteren bleek dat ook Sonia Gandhi bij lange na niet aan de vereiste 272 zetels – bijeen te sprokkelen met behulp van ten minste 25 partijen – komt, lijken nieuwe verkiezingen de enige uitweg uit de impasse, in de hoop dat de kiezer straks een minder gefragmenteerde uitspraak doet. Als president K.R. Narayanan daar vandaag of morgen toe besluit, is de kans echter levensgroot dat de puzzel tenminste zo ingewikkeld is als met de huidige Lok Sabha, het Lagerhuis van het parlement, waarin de 543 zetels op dit moment door 40 partijen worden verdeeld.

In het recente verleden waarschuwde oud-premier I.K. Gujral – wiens regering eind 1997 onderuit werd gehaald door de Congrespartij – zijn politieke opponenten er al voor dat coalities voorlopig onvermijdelijk zijn in India, en dat coalities niet, zoals velen in India menen, een bedreiging zijn van de democratie maar slechts een uiting ervan.

Het is de conclusie van de aartsoptimisten in de Indiase politiek: hoe onwerkbaar en instabiel de situatie ook ook is, de fase waarin India verkeert, toont slechts aan dat de democratie springlevend is.