Groepsdenken

Het is nauwelijks opzienbarend als er eens iemand op het idee komt paus Johannes Paulus II te laten berechten wegens misdaden tegen de menselijkheid. Herman Verbeek, ooit voorzitter van de PPR en Europarlementariër voor GroenLinks, wenst de Heilige Vader in de beklaagdenbank te zien van een internationaal tribunaal. En dat is wél opzienbarend, want Verbeek is pastor in de rooms-katholieke kerk.

Het Vaticaan is tegen de verstrekking van de morning-afterpil aan Kosovaarse vrouwen die door Serviërs zijn verkracht. Pastor Verbeek noemde de ,,dodelijke moed'' van het Vaticaan om in Kosovo verkrachte vrouwen en meisjes de pil te willen ontzeggen ,,weerzinwekkend''. Eerder keurde de paus het verspreiden van condooms in Afrika af. Verbeek: ,,Terwijl dat de enige manier is om die vreselijke ziekte aids te stoppen. De tijd is rijp om de paus voor het internationale hof te dagen. Wegens genocide.'' Verbeek keert, ondanks zijn weerzin, de kerk niet de rug toe. ,,Daarmee zou ik mezelf het woord ontnemen'', zei hij maandag tegen een verslaggever van de Damiatepers.

Hij protesteert omdat hij katholiek is. Dat dwingt respect af. Nu weet ik ook wel dat deze pastor geen risico loopt met zijn aanklacht, niemand zal hem op de brandstapel brengen. Maar waarom hebben zo weinig andere vooraanstaande rooms-katholieken hun stem laten horen? Waar blijft de Nederlandse bisschoppenconferentie? Waarom zwijgt kardinaal Simonis? Ik denk dat zij allemaal – priesters, bisschoppen, gelovigen – het in hun hart oneens zijn met de Pauselijke Raad voor het Gezin die geen enkel mededogen kent met de verkrachtingsslachtoffers. Hun houding is dan te typeren als: Right or wrong, my church.

Om precies dezelfde reden stonden de hoogwaardigheidsbekleders van de Russische orthodox-katholieke kerk dinsdag in vol ornaat naast Milosevic. Na afloop van een op de Servische tv uitgezonden gesprek met de russisch-orthodoxe patriarch Aleksej II bedankte de Servische president Zijne Heiligheid voor ,,de grote solidariteit'' van het Russische volk. ,,Wij weten dat de patriarch een groot patriot is en een groot strijder voor vrede'', zei hij. Aleksej II herhaalde zijn steunbetuiging tijdens een mis in de Sint Savakathedraal, die werd bijgewoond door massa's Serviërs in de kerk en op het plein ervoor. Is het denkbaar, dat de geestelijke leider zou hebben gezegd: ,,Omdat ik evenals u orthodox-katholiek ben, Servische broeders en zusters, juist daarom roep ik u op de goddeloze schurk die zich uw president noemt te verjagen?''

Het groepsdenken, onuitroeibaar naar te vrezen valt, is de wortel van het kwaad. Aanhangers van een geloof, een levensbeschouwing, een politieke stroming, kunnen zich niet onttrekken aan verantwoordelijkheid voor wat in hun naam wordt aangericht. Ik was ooit lid van de communistische partij en zelfs nu nog, bijna twintig jaar later, kan ik me maar moeilijk onttrekken aan een gevoel van gêne over de hardleersheid van de PDS in Duitsland of de PCF (coalitiepartner in de Franse regering) die oudergewoonte de NAVO klakkeloos veroordelen.

Moeilijker ligt de kwestie van individuele verantwoordelijkheid voor mensen die door geboorte tot een groep behoren of gerekend worden. Praat me niet van ,,onze jongens''. In televisiereportages uit Macedonië beklaagden jongeren, behorend tot de `etnische meerderheid', zich over vluchtelingen die de `etnische minderheid' komen versterken. Tegelijk verdedigden zij de daders van de etnische zuiveringen in hun buurland, want die zijn ,,van hetzelfde geloof, hetzelfde bloed''. Welke kleur zou dat bloed hebben? Niemand was er blijkbaar te vinden die geloofs- en bloedbanden aanvoerde als reden om zich voor zijn – vermeende – verwanten te schamen.

Ik begrijp wel dat bijvoorbeeld Serviërs in Nederland zoveel angst en zorg over hun onder luchtaanvallen levende familie aan hun kop hebben, dat het lot van de Kosovo-Albanezen in hun denken geen prioriteit heeft. En ik kan me ook voorstellen dat Albanezen uit aller 's Heren landen toesnellen om een kalasjnikov ter hand te nemen. Toch blijf ik hopen op de Serviër die zegt: ,,Als Serviër maak ik me minder druk over de bombardementen op Belgrado dan over wat in mijn naam in Kosovo wordt aangericht.'' Ik zou een Nobelprijs gunnen aan een Albanese Kosovaar die de provocaties en het extremisme van het UÇK aan de kaak durft te stellen.

Waar zijn op de Balkan, in dit conflict, in deze verdwazing, de Andrej Sacharovs, de Martin Luther Kings, de H.M. van Randwijks?

Op 26 juli 1947 verscheen Vrij Nederland met een artikel van Van Randwijk onder de kop: `Omdat ik Nederlander ben'. Het stuk draaide om deze passage: ,,Ik spreek omdat ik Nederlander ben. Omdat ik Nederlander ben, zeg ik nee! tegen het geweld dat thans door ons in Indonesië gepleegd wordt. Ik zeg dit, met in mijn oren de beschuldigingen door mijzelf en anderen geuit tot het Duitse volk, dat uit vaderlandsliefde en eenzelfde verkeerd begrepen nationaal belang meende te moeten zwijgen toen Hitler in zijn naam misdaden beging. (...) Ik zeg ermee dat wij in de beschuldiging aan het Duitse volk erkenden dat er een hogere maatstaf is dan het nationaal belang en dat er klemmender redenen zijn om te spreken of te zwijgen dan het Nederlanderschap.''

Er was toen moed voor nodig het Nederlandse met het Duitse volk te vergelijken. In de biografie van Van Randwijk door Gerard Mulder en Paul Koedijk wordt gememoreerd dat de redacteuren Joop den Uyl, Ed Hoornik en Milo Anstadt Vrij Nederland zelf trots gingen uitventen.

Het oordeel van een groepslid dat zich keert tegen het gedrag van de eigen groep en tegen het groepsdenken als zodanig, heeft een veelvoud aan morele kracht vergeleken met veroordelingen van `de tegenpartij'.

De meest gezaghebbende pleitbezorgers voor een Palestijnse staat, om een ander voorbeeld te noemen, zijn niet de PLO of

Hamas, maar burgers van Israel die zeggen: ,,Omdat ik joods ben, eis ik een staat voor de Palestijnen.''

Omgekeerd maakt degene die zwijgt over wat in zijn naam wordt bedreven, al dan niet met zijn instemming, zich mede verantwoordelijk.