EEN PUNT VOOR DE NEDERLANDSE NATUUR

Via de zogeheten Ecologische Kapitaal Index (EKI) of NatuurWaarde proberen onderzoekers de natuurkwaliteit in Nederland te bepalen. Voor een eerste grove raming van deze EKI hebben onderzoekers van het RIVM, het CBS en het ministerie van LNV de natuurkwaliteit bepaald van een twintigtal terristische en aquatische ecosystemen. Voor wateren namen ze als voorlopige referentie het jaar 1900; voor land 1950. De natuurkwaliteit in het referentiejaar is op honderd procent gesteld. Om te weten hoe de verspreiding van soorten rond die tijd was, hebben organisaties als het Rijksherbarium, Stichting Vogelonderzoek, de Vlinderstichting, gemeentes en onderzoeksinstituten historische bronnen nageslagen. Vervolgens vergeleken de onderzoekers het voorkomen van soorten in 1900 of 1950, met het voorkomen in 1995.

Een fictief voorbeeld. Was in 1995 het geschatte aantal zeehonden in de Waddenzee nog maar een tiende van het geschatte aantal in 1900, dan kreeg het ecosysteem Waddenzee een eerste natuurkwaliteitswaarde van tien procent. Was de hoeveelheid algen vertienvoudigd, dan werd er nog eens tien procent bij opgeteld (tien keer zoveel als in 1990, is een even grote afwijking als tien keer zo weinig). Was het aantal roggen vergelijkbaar, dan werd hier nog eens honderd procent bij opgeteld. De totale natuurkwaliteit van de Waddenzee zou in dit fictieve voorbeeld veertig procent zijn geweest (honderdtwintig procent gedeeld door drie). Zou het areaal Waddenzee nog maar de helft zijn van het areaal in 1900, dan was de Ecologische Kapitaal Index twintig procent geweest.

Voor alle ecosystemen samen zijn 550 soorten bestudeerd waaronder planten, zoogdieren, vogels en insecten. Van de ongeveer tien onderscheiden typen natuurgebieden in Nederland zijn alle EKI's ongewogen bij elkaar opgeteld. Zo kwamen de onderzoekers tot de conclusie dat de EKI voor terristrische natuurgebieden nog maar eenderde is van die in 1950. De EKI van watergebieden is ongeveer de helft van die in 1900.

Vervolgens zijn de EKI's voor een tiental verschillende cultuurgebieden (agrarische en stedelijke) gewogen opgeteld bij de EKI's van de natuurgebieden. De EKI's van de cultuurgebieden werden vermenigvuldigd met een tiende (cultuurgebieden bevatten ongeveer een tiende natuur). De totale EKI voor Nederland zou zo nog eenderde zijn van wat deze in 1900 was.

Opvallend is dat het Wereldnatuurfonds onlangs met een zelfde getal kwam. De aarde zou sinds 1970 bijna eenderde van haar natuurlijke rijkdommen zijn verloren. De Living Planet Index (LPI) die het fonds voor dergelijke schattingen heeft ontwikkeld is vergelijkbaar met de EKI. Beide indexen verwerken het areaalverlies van ecosystemen, en de verandering in voorkomen van bepaalde soorten sinds een referentiejaar.