DIENAREN VAN ALLAH

De eerste en enige islamitische universiteit van Nederland staat in Rotterdam. De belangstelling is groot, maar het niveau is onduidelijk. `Islam leren lijkt me nuttiger dan een cursus lassen'

Naast de toegangsdeur van de voormalige middelbare school aan het Afrikaanderplein in Rotterdam prijkt een goudkleurig bord met de tekst: Islamic University of Rotterdam. Daaronder staat dezelfde tekst in sierlijk Arabisch. Het bord is het enige nieuwe aan de universiteit. Binnen is alles oud: de lokalen waar de verf van de muren afbladdert, het zesdehands meubilair en de kale kantine waar de wind door een gebroken bovenraampje blaast. De bibliotheek lijkt het meest op een stoffige zolder van De Slegte. Een groot deel van de boeken zijn een gift van een gepensioneerde hoogleraar die de universiteit een warm hart toedraagt en die ook een paar dagen per week tussen de kartonnen dozen doorschuifelt om alle boeken te sorteren. Er zijn enkele planken met Arabische titels en met encyclopedieën, maar om aan de 30.000 titels te komen die de studiegids belooft, moeten kasten vol boeken van het niveau `Caravan- en Camperjaarboek 1991', `Het Internationale Kookboek' of werkjes als `Nederland, zoo ben je', worden meegeteld.

De financiële situatie is penibel, geeft conrector Süleyman Damra direct toe. Vooral de huur van het pand is een fikse aanslag op het budget. Damra probeert bij islamitische organisaties en particulieren geld los te peuteren, maar dat gaat vooralsnog niet zo goed. Daarom heeft hij een persoonlijke lening van 70.000 gulden bij de Postbank afgesloten. Nu overweegt hij ook zijn auto te verkopen. Gelukkig zijn alle docenten bereid gebleken onbezoldigd les te geven. ``Het zijn waardige dienaren van Allah'', zegt Damra.

De IUR is niet erkend door de overheid, de studenten krijgen geen studiefinanciering en de behaalde titels worden niet erkend. Dit tot teleurstelling van het bestuur, dat verwachtte vrij gemakkelijk erkenning te krijgen. De Islamitische Universiteit Rotterdam (IUR) opende afgelopen september haar deuren. Damra wilde niet langer wachten. Onder de groeiende moslimgemeenschap (zo'n 700.000 mensen) is volgens hem grote behoefte aan een theologische opleiding. Voor zestig plaatsen meldden zich 250 moslims.

De helft van de studenten volgt het propedeusejaar. De rest doet een voorbereidend jaar, omdat zij het Nederlands of het Arabisch onvoldoende beheersen of geen VWO- of vergelijkbaar diploma hebben. De vakken zijn bestudering van de Koran, de islamitisch wetgeving, de geschiedenis van de islam en de Arabische taal. Daarnaast zijn er colleges over de geschiedenis van het moderne Europa en andere religies. In de laatste twee jaar volgt specialisatie tot geestelijk verzorger, imam of `islamdeskundige'.

LIBERALE ISLAM

Afgestudeerden moeten thuis zijn in de islam èn de Nederlandse samenleving goed kennen. Zij zullen een liberale islam voorstaan die binnen de `religieuze kaart van Nederland past', zegt Damra. Niet-moslims zien de islam vaak als een agressieve en intolerante godsdienst. ``Maar onze religie kent vele gezichten. Daarom is het goed dat de liberale stroming in Nederland de islam op een positieve manier kan uitleggen.''

Zullen de geestelijk verzorgers en imams van deze liberale universiteit dus niet het dragen van hoofddoekjes propageren en het alcoholgebruik door Moslims goedkeuren? ``Ach'', zegt Damra, ``Ik vind het dragen van een hoofddoek een goede zaak, het staat in de Koran. Maar mijn zus draagt geen hoofddoek en is daarom geen minder goed moslim. Mensen moeten hun eigen keuze te maken. En een goed mens zonder hoofddoek is te verkiezen boven een slecht mens met hoofddoek.''

De studenten lijken zich niet allemaal bewust van de toekomst die het bestuur voor hen ziet weggelegd. Ze verschillen enorm in achtergrond, leeftijd en motivatie. De meesten zijn van Turkse of Marokkaanse afkomst, maar er is ook een enkele Somaliër en Surinamer. De een is van middelbare leeftijd en werkt - zoals Ibrahim Tahtali, die samen met zijn broer een metselbedrijfje heeft in Breda. Anderen zijn jong en werkloos, zoals Mohammed Özlar (27) die er met zijn wijde broek, glad achterover gekamd zwart haar, sweatshirt met capuchon en verveelde blik bijna als een verdwaalde randgroepjongere uitziet.

Zowel Tahthli als Öslar komen naar de universiteit om zich verdiepen in de islam, niet om later hun brood met de opleiding te verdienen. De islamitisch opgevoede Tahthli zit met allerlei filosofische vragen over het leven, zoals - waarom besta ik? - die hij graag beantwoord zou zien. Hij is vastbesloten de studie vol te houden tot hij de Koran in het Arabisch kan lezen. Öslar heeft vroeger alles gedaan wat door Allah verboden is - Nederlandse vriendinnetjes, naar de disco en bier drinken - en heeft mede daardoor de Mavo niet afgemaakt. Hij denkt dat als hij toen zijn religie beter had gekend, hij nu wellicht arts was geweest in plaats van werkloos. ``Ik zie de universiteit niet als een beroepsopleiding, maar ik wil gewoon meer over de islam leren. Dat lijkt me nuttiger dan een cursus lassen van de sociale dienst.'' Andere studenten zien wel een duidelijke rol voor zichzelf weggelegd in de Nederlandse moslimgemeenschap. Zoals Mesrur Coskun, die op de bloemenveiling in Aalsmeer werkt. Op vrijdag is hij hulp-imam in een Amsterdamse moskee, maar hij wil een volwaardige imam worden. ``Ik leer hier niet voor de bloemen'', verwoordt hij zijn ambities.

Damra heeft nog geen toenadering gezocht met collega-universiteiten, maar dat heeft een reden: ``Je kunt veel van elkaar leren'', erkent hij, ``maar het zijn wel een ander type opleidingen. Op universiteiten wordt de islam als studie-object gedoceerd. Wij leiden mensen op die de islam moeten vertegenwoordigen en uitleggen. Mohammed is onze profeet. Daar twijfelen we niet aan. Dat is een heel ander uitgangspunt.'' De islamoloog Nico Landman, verbonden aan de Universiteit Utrecht (UU), beaamt dat. ``Bij ons wordt de Koran bestudeerd als een willekeurig boek. Zij bestuderen de Koran als de absolute waarheid. De IUR is te vergelijken met de Theologische Universiteit Kampen. ``Daar is niets mis mee, maar als de IUR serieus genomen wil worden, moet ze zorgen voor een academisch niveau'', vindt Landman. Hoewel het studieprogramma overeen komt met een universitair curriculum - 42 studieweken per jaar gedurende vier jaar - is het volgens hem nog onvoldoende uitgewerkt. ``Het lijkt wel of ze gedacht hebben: we beginnen met de propedeuse. Als die in orde is, zien we het volgende studiejaar wel verder.''

NIET OVERTUIGEND

Daarnaast vindt hij het studieprogramma traditioneel en merkt hij weinig van de liberale Nederlandse geest. ``De opleiding lijkt voor tachtig procent een kopie van soortgelijke opleidingen in de islamitische wereld'', zegt Landman. ``Ze hebben er een handvol vakken aan toegevoegd om het op Nederland toe te snijden, maar ik vind dat niet overtuigend. Aan de andere kant is het ook wel begrijpelijk. Ze moeten rekening houden met hun achterban en kunnen ze niet te innovatief zijn. Als ze vooruitstrevende imams zouden afleveren, worden die door de Nederlandse moskeebesturen niet geaccepteerd.''

Ook zijn collega-islamoloog, S. De Groot van de Universiteit Leiden, heeft twijfels over het niveau van de opleiding. Volgens hem is de naam universiteit te hoog gegrepen. ``Ze zouden zich beter hogeschool kunnen noemen.'' Van de `vooraanstaande hoogleraren' die de studiegids belooft, heeft De Groot nooit gehoord. ``En in alle bescheidenheid, ik ben redelijk op de hoogte van de vooraanstaande docenten op universiteiten in islamitische landen.''

Landman vindt het vooral een probleem dat de docenten op één na allemaal uit Arabische landen en Turkije komen: ``Die kunnen onmogelijk die beoogde relatie met de Nederlandse maatschappij hebben. Bovendien doceren deze mensen in het Arabisch, waardoor het voor studenten die deze taal niet machtig zijn, onmogelijk wordt de lessen te volgen. Daarmee is de opleiding eigenlijk ongeschikt voor studenten die in Nederland het VWO hebben afgerond en thuis geen Arabisch hebben geleerd, zoals bijvoorbeeld veel Turkse jongeren.''

Die enige Nederlandse docent aan de IUR is dr. Dick Mulder, emeritus hoogleraar godsdienstwetenschappen en oud-voorzitter van de Raad van Kerken. Hij is aanzienlijk positiever over de universiteit dan Landman en De Groot, al heeft hij geen zicht op de vakinhoud van zijn collega-docenten omdat hij ze niet verstaat. Hij gaat er van uit dat het feit dat hij als christen gevraagd is om te doceren, voldoende getuigt van de progressieve kijk van de IUR. `` En de opleiding is niet alleen voor Turken of alleen voor Marokkanen, iedereen is welkom.''

Landman kent nog een ander initiatief van moslims die een wetenschappelijke opleiding voor onder meer imams en geestelijk verzorgers universiteit willen opzetten in samenwerking met de Universiteit Utrecht. De twee partijen hebben al een intentie-overeenkomst getekend, maar geld ontbreekt. Landman: ``Ik heb die mensen aangeraden toenadering te zoeken tot de IUR. Maar blijkbaar zijn de onderlinge verschillen te groot.'' De IUR krijgt van Landman wel het voordeel van de twijfel. ``Ze wagen de sprong. De opleiding moet eerst uitkristalliseren, voordat je kan zien wat het voorstelt.''

Naar vrouwelijke studenten is het even zoeken. In de pauze zitten ze niet in de kantine die vol zit met rokende en koffiedrinkende mannen. De vrouwen gaan stil bidden in een leeg lokaal of blijven in de klas om de laatste les na te bespreken of de volgende voor te bereiden. Ze zijn gekleed in lange gewaden met hoofddoek. Een groepje jonge vrouwen deelt in de pauze wat fruit en de laatste roddels. Hun uiteindelijke doel is geestelijk verzorger te worden - vrouwen kunnen geen imam worden. ``Maar allereerst wil ik de Koran beter doorgronden'', zegt Özlem Güllü.

Vroeger wist ik niets, zegt Güllü (31), terwijl ze een foto van zichzelf laat zien. Daarop is een moderne, jonge vrouw te zien in spijkerbroek en zonder hoofddoek. Hoe anders is ze nu, in haar mosgroene gewaad met een lichtbeige hoofddoek strak over het voorhoofd. ``Ik ben niet islamitisch opgevoed, dus wist ik eigenlijk niet wat wel en niet mocht van de islam'', verklaart ze de metamorfose. ``In de Koran heb ik gelezen dat een vrouw buitenshuis een hoofddoek moet dragen en kleding waarin haar lichaamsvormen niet te zien zijn.''

De vrouwen zijn tegelijk traditioneel en geëmancipeerd. Terwijl Hawva Kucukcelebi (29) studeert, past haar man thuis op de kinderen. Ze giechelt als ze daaraan denkt. ``In het begin vond hij het vreselijk moeilijk dat ik ging studeren. Op zaterdag ben ik van negen tot drie weg. Maar het is goed voor hem. Dan weet hij ook eens wat het is om voor de kinderen te zorgen. En ik moet zeggen, hij leert het snel.''