De veiling van het openbaar nut

Verbazing overheerste over het astronomische bedrag van 4,5 miljard gulden dat het onbekende Reliant Energy uit Houston vorige maand neertelde voor het in Utrecht gevestigde elektriciteitsbedrijf Una. De verkopende gemeenten en provincies zijn de miljarden al aan het uitgeven, maar heeft het gezonde verstand bij deze eerste privatisering van een echt nutsbedrijf wel gezegevierd?

Bier en wijn vloeien rijkelijk. De stemming in het bomvolle Haarlemse provinciehuis bij de daar verzamelde CDA-aanhang is op woensdagavond 3 maart uitbundig. Volkomen onverwacht blijkt de electoraal veelgeplaagde partij bij de proviciale verkiezingen in Noord-Holland een zetel winst te hebben geboekt. De scheidende gedeputeerde Jan Lagrand kan tevreden zijn. De `Bourgondische' Volendammer laat de partij achter met een flinke opsteker.

Een slordige vijftig kilometer verderop, in een neo-klassieke burcht in Utrecht gelegen aan het Amsterdam-Rijnkanaal, heerst diezelfde avond hoogspanning. Het managementteam van de elektriciteitsproducent Una en de `strategische commissie' van de ondernemingsraad wachten al vanaf zes uur op de komst van directeur Paul Koppen de Neve. De verkoop van het electriciteitsbedrijf bevindt zich in de cruciale fase, en de directeur komt verslag doen. Met een uur vertraging komt Koppen uiteindelijk uit Amsterdam aangereden.

De commissarissen van Una, van wie Jan Lagrand er een is, hebben in deze beslissende week van de privatisering van hun nutsbedrijf vrijwel geen contact met de directie van Una. Alleen president-commissaris Doede Kok (VVD), gedeputeerde in Utrecht krijgt ,,ergens in die week'' een telefoontje van directeur Koppen de Neve met de mededeling welke kant het opgaat. ,,Ik heb me er wel intensiever mee beziggehouden dan normaal, maar het blijft slechts een klein deel van mijn portefeuille'', zegt Kok over de privatisering die enkele dagen later wordt beklonken. ,,Bovendien was het verkiezingstijd.''

De verkoop van Una, die stroom maakt voor klanten in Amsterdam en Utrecht, aan het Amerikaanse Reliant voor het onverwacht hoge bedrag van 4,5 miljard gulden is het begin van een nieuw tijdperk: De eerste privatisering van een traditioneel nutsbedrijf en daarmee de voorbode van de privatiseringsgolf die de Nederlandse sector ,,tot nut van het algemeen'' staat te wachten.

Ook openbaar vervoer, gas en mogelijk water staan op de nominatie om in commerciële handen over te gaan. De voortrekkersrol van Una doet met het oog op de toekomst de vraag rijzen: hoe hebben de politici in de provincies en de gemeenten het publieke belang gewaarborgd bij de verkoop van hun aandelen?

De aanzet tot de verkoop van Una vindt in feite vijf maanden eerder plaats, op 10 september 1998, als de commissarissen van Una bijeenkomen in de grote zaal van het hoofdkantoor met uitzicht op de schoorsteenpijpen van de Pegus-centrale. De Amsterdamse wethouders Guusje ter Horst en Harry Groen, de Noordhollandse gedeputeerden Jan Lagrand en Ada Wildekamp, de Utrechtse wethouder Herman Kernkamp, de werknemerscommissaris Rinus Haks en de Utrechtse gedeputeerde Doede Kok, de president-commissaris. Allen, inclusief de directie, onder het toeziend oog van een reusachtige neushoorn in een veelkleurig bloemenveld op een wandvullend schilderij met de titel `De Laatste Rinoceros'.

Het gezelschap is kenmerkend voor de Nederlandse nutssector. De vijf mannen en twee vrouwen verenigen meerdere rollen in zich: Zij zijn commissarissen, die geacht worden zich te richten naar het belang van de onderneming. Maar zij zijn ook vertegenwoordigers van de aandeelhouders, te weten de provincies Noord-Holland en Utrecht en de gemeenten Amsterdam en Utrecht. Als wethouders en gedeputeerden moeten zij politieke verantwoording afleggen aan de volksvertegenwoordigers. Ook op deze septembermiddag zijn deze gescheiden verantwoordelijkheden voor de buitenwacht niet te onderscheiden.

Directeur Koppen de Neve heeft met hulp van adviesbureau PriceWaterhouseCoopers een business plan in elkaar heeft gezet, waarin wordt geconcludeerd dat een financieel sterke ,,strategische partner'' nodig is om te overleven. Daarmee vraagt Koppen de Neve zijn aandeelhouders in feite toestemming voor de verkoop, terwijl hij zijn commissarissen - dezelfde pesonen - vraagt of het bedrijf er goed aan doet de stap op de vrije markt te wagen.

Noord-Holland en de Utrechtse gemeente en provincie happen snel toe. ,,Onze rol als lokale overheden bij het vaststellen van tarieven en milieubeheer valt weg, dan kun je maar beter verkopen'', vindt Herman Kernkamp (D66), wethouder Economische Zaken in Utrecht. Wethouder Ter Horst (,,Voor mij hoeft die hele liberalisering niet zo'') aarzelt nog, omdat de gemeente Amsterdam voor de kleinverbruiker graag nog wat grip wil houden op de produktie van elektriciteit, maar gaat ook om.

De discussie die volgt gaat meteen al over de criteria waaraan de toekomstige eigenaar van Una moet voldoen: De koper moet beschikken over bewezen expertise in een geliberaliseerde omgeving, een langdurig financieel `commitment' willen aangaan, en een bedrijfscultuur en bedrijfsvoering hebben die niet veel verschilt van die van Una. Na de vruchteloze poging in het verleden om in Nederland tot een fusie tussen stroomproducenten te komen, wordt het zoeklicht verlegd over de grens. Het zijn de commissarissen, zegt Koppen de Neve met nadruk, die aandringen op de inschakeling door de directie van een zakenbank om de verkoop van Una te begeleiden. ,,Pak het echt goed aan en maak het professioneel af,'' zou Harry Groen (VVD) hebben gezegd, de Amsterdamse wethouder van financiën, die in zijn vorige leven als directeur van de NCM van bedrijfsovernames een levenswerk maakte.

Na een beautycontest voor merchant banks onthult Koppen binnen drie weken per brief aan zijn commissarissen de naam van de mooiste: Merrill Lynch, een van de grootste zakenbanken ter wereld met veel ervaring in privatiseringen. Op 10 oktober houdt Dirk Brouwer van het Londense kantoor van de bank al een presentatie voor de commissarissen in Utrecht. De bestuurders van gemeenten en provincies zijn diep onder de indruk van de ,,super-professionele'' en veelvuldig als ,,dure jongens'' aangeduide, goed gebekte bankiers van Merrill Lynch, een naam die door een enkeling wordt verhaspeld tot Merrill French, vrij naar de feministische schrijfster.

Sinterklaas komt vroeg in `98. De Una-directie kan zijn ogen niet geloven als op 4 december de voorlopige biedingen van twaalf gegadigden binnen komen. Studies hebben uitgewezen dat het bedrijf maximaal zo'n 2 miljard gulden waard is, maar aan de non-binding offers is te zien dat de verwachtingen sterk overtroffen zullen worden. Buitenlandse concerns blijken forse premies te willen betalen voor een ingang op de Nederlandse markt. Het Nederlands-Britse Shell besluit zelfs af te zien van een voorlopig bod. ,,Je moet geen kip voor honderd gulden kopen als de eieren op de markt slechts een kwartje opbrengen'', zegt mr. J. Schraven, president-directeur van Shell Nederland: ,,Voor ons is het goedkoper geworden om een nieuwe centrale te bouwen.''

Bladerend door de voorlopige biedingen wordt directeur Koppen de Neve intussen ook nog iets anders duidelijk: een aantal potentiële kopers heeft grootse avontuurlijke plannen met zijn bedrijf in Europa. Dat is een nieuwe carrièrestap voor de technisch natuurkundige met een kandidaatsexamen economie, die in 1990 bij Una zijn eerste schreden in de stroombranche zette. Zijn personeel draagt de goede prater Koppen op handen, omdat hij hen vlak voor de verkoop een sociaal plan heeft voorschoteld. In de wereld van het grote geld, waar zijn doopceel is gelicht, spreekt de sobere liefhebber van roeien en schaatsen op natuurijs minder tot de verbeelding.

De ambitieuze directeur krijgt bij de komende onderhandelingen de vrije hand van de commissarissen, die ,,het volste vertrouwen'' in hem hebben. ,,Dat is standaardbeleid,'' zegt president-commissaris Kok. ,,De directie regelt dat soort dingen. Op cruciale momenten wordt er teruggekoppeld naar de commissarissen.''

De belangen van de verkopende aandeelhouders, voor wie de prijs zeer belangrijk is, zijn echter niet dezelfde als die van de directie, die in de eerste plaats denkt aan de continuïteit van het bedrijf en de eigen zetel. Spanning tussen deze belangen heeft Kok echter ,,geen moment'' gevoeld. Koppen zelf wel: ,,Door de commissarissen is de directie in een positie geplaatst, waarbij mogelijk een belangenconflict zou kunnen optreden. Dit belangenconflict heeft niet plaatsgevonden, want al snel werd duidelijk dat het met de prijs wel goed zat. Toen konden wij ons concentreren op de toekomst van het bedrijf.''

Als het Una-team halverwege december in het vliegtuig stapt om de zes geselecteerde kandidaten te bezoeken, reist er geen enkele commissaris mee. ,,Je kunt niet zelf in Houston gaan kijken'', vindt wethouder Ter Horst. In het bedrijfsleven is dat overigens niet ongebruikelijk. In de ploeg die volgens Koppen in anderhalve week ,,het wereldrecord airmiles'' behaalt, bevinden zich behalve de directeur zelf zijn rechterhand Pieter-Jan Witvliet, twee andere managers en de bankiers van Merrill Lynch.

De ontmoetingen met de toplieden van de grote energieconcerns van Dallas tot Londen en van Houston tot Stockholm betekenen zonder twijfel een streling van het ego van Koppen de Neve: ,,We kwamen dan wel wel uit dat kleine Nederland, maar die bedrijven waren heel erg geïnteresseerd. We hebben ook heel diepgravende discussies gevoerd over de energiemarkt. Dat was een verademing. Het ging ergens over, over de business.''

De reis moet bij de directie toch al de eerste voorkeuren hebben gewekt. ,,Het gaat om een gevoel dat je bij een kandidaat hebt'', zegt president-commissaris Kok uit de tweede hand: ,,Ja, een gevoel, niet bij mij, maar wel bij de directie en zijn adviseurs. Elke transactie is een emotionele gebeurtenis.'' En Kok verhaalt van een Amerikaanse kandidaat waarvan de topman ,,plotseling niet kon''. Edison uit Dallas valt af.

In het nieuwe jaar zijn de rollen omgedraaid en is Una de ontvangende partij. Vijf buitenlandse delegaties passeren op de trappen van het Utrechtse hoofdkantoor het prachtige gebrandschilderde raam met het opschrift `Uit Vuur Electriciteit'. Het zijn vertegenwoordigers van de energieconcerns die vlak voor kerst uitgenodigd zijn om een binding offer uit te brengen op de overheidsaandelen van het nutsbedrijf. Voor deze gelegenheid bezoeken ze centrales, luisteren naar de wensen van de directie en nemen een duik in de financiële boeken. Direct betrokkenen willen er niet over spreken, maar aangenomen kan worden dat het gaat om het Zweedse Vattenfall, de Amerikaanse bedrijven Southern en Reliant, en de Britse National Power en Eastern, waarvan de laatste weer een Amerikaanse grootaandeelhouder heeft.

Commissarissen laten zich niet zien: ,,Onder commissarissen van Una zitten niet van die grote zakenjongens, zoals bij andere bedrijven misschien het geval is'', licht Kok toe. ,,Ik heb nooit zelf door stapels gebladerd. Ik heb, geloof ik, wel op enig moment aan Harry Groen gevraagd wat nadrukkelijker te letten op de financiële positie van de bedrijven. Hij heeft daar immers verstand van.''

Terwijl de vijf mogelijke kopers Una binnenste buiten keren, moet de politieke discussie nog beginnen. De gemeenteraden van Amsterdam en Utrecht en de provinciale staten van Noord-Holland en Utrecht nemen de uiteindelijke beslissing over de verkoop van hun aandelen. Eind januari en begin februari, als de verkoop van Una zijn climax nadert, vragen de bestuurscolleges de volksvertegenwoordigers in de gemeenten en provincies toestemming voor de privatisering van Una.

Dat komt niet als een verrassing, want de volksvertegenwoordigers zijn vanaf november geregeld bijgepraat over de komende privatisering. Toch voelen sommigen zich overvallen. ,,Ik had graag een brede politieke discussie gevoerd over de vraag wat je doet met nutsbedrijven. Is het goed om te privatiseren?'', zegt het Utrechtse statenlid Ada Hofman (PvdA). Als zij dat op 3 februari bij een besloten vergadering met gedeputeerde Kok aan de orde stelt, krijgt deze hulp van zijn partijgenoot van de VVD, de grootste collegepartij: ,,Dit ís de politieke discussie! Als je die wilt voeren, moet je het nu doen''.

In Noord-Holland vindt er vijf dagen later wel een soort van politieke discussie plaats over de privatisering met gedeputeerde Ada Wildekamp (PvdA), commissaris van Una. Statenlid Hans Berkhout (D66) maakt zich zorgen over het milieubeleid: ,,Wat blijft er over van onze doelstelling om tien procent van de energieproductie uit duurzame stroom te laten bestaan?'' De hamvraag is echter in hoeverre Gedeputeerde Staten de vrije hand krijgt bij de onderhandelingen. De VVD vindt dat de statenleden in elk geval nog een besluit moeten kunnen nemen over de verkoop en met name de prijs. Wildekamp dringt echter aan op maximale speelruimte: ,,Daar zijn grote financiële belangen mee gemoeid.''

Zij krijgt haar zin en de provincie Noord-Holland is de enige aandeelhouder, waar de volksvertegenwoordigers niet het laatste woord krijgen. In de provincie Utrecht en de gemeenten Amsterdam en Utrecht gebeurt dat nog wel, maar uiteindelijk kunnen de raden en staten niet veel meer kunnen doen dan `ja' en `amen' zeggen. Er doemt een beeld op van een keten van trapsgewijs doorgeschoven verantwoordelijkheden voor de verkoop: De controlerende raden en staten geven hun colleges begin februari nagenoeg carte blanche, de colleges schuiven die kaarten naar `hun' commissarissen (,,De verkoop is een zaak van commissarissen'', zegt het Utrechtse statenlid Van Lidth de Jeude (D66) onomwonden) en de commissarissen laten de regie over aan de Una-directie.

De volksvertegenwoordigers voelen zich ook niet echt capabel om het publieke belang te bewaken bij de verkoop, ook al omdat de haast van de gedeputeerden en wethouders als een druk wordt ervaren. ,,Het is voor mij ook niet makkelijk: ik ben niet het meest ervaren statenlid en ik moet de verkoop van Una bestuderen naast een voorstel voor het touwmuseum'', bekent het Utrechte statenlid Michiel van Odijk (Groen Links): ,,Het college zegt: `Maak je geen zorgen' en straalt een enorm optimisme uit dat de marktwerking de stroomvoorziening voor alle afnemers zal veilig stellen. Het komt erop neer dat wij gedeputeerde Kok op zijn blauwe ogen moeten geloven.''

President-commissaris Kok en de andere betrokken wethouders en gedeputeerden buigen zich begin februari met hun commissarissen-pet op over het bidbook en de concept-contracten. De discussie spitst zich toe op de garanties voor onder meer de `bakstenen' (gedane investeringen en contracten die op een vrije markt niet zijn terug te verdienen) die de gemeenten en provincies moeten afgeven en de zeggenschap die de overheidscommissarissen behouden als het eerste deel van de aandelen wordt verkocht.

Een ander punt uit de stukken krijgt heel wat minder aandacht, maar zal later van groot belang blijken: de directie eist van de koper de exclusieve rechten voor Europa. Sommige kopers blijken namelijk bereid al hun stroomactiviteiten op het Europese vasteland via Una in Utrecht te willen opzetten. Voor Koppen en zijn team een buitengewoon aantrekkelijke gedachte: Una als bruggenhoofd voor expansie in heel Europa! Kok vindt de wens van de directie vrij logisch, en noemt het de ,,uitwerking van een eerder criterium'' over de armslag van het bedrijf, dat overigens in november zeer globaal is geformuleerd.

De vier definitieve biedingen, die tussen 7 en 22 februari binnenkomen (het Amerikaanse Southern haakt af), bevatten voor de Una-directie een vervelende verrassing. In het Principal Action Plan, waarin de plannen van de koper staan verwoord, ligt de door Koppen zo gevreesde `spagaat' tussen directie en aandeelhouders op de loer. Het in Ipswich neergestreken Eastern wil van de vier het hoogste geldbedrag overmaken, maar kan Una onmogelijk exclusiviteit voor Europa garanderen, omdat het op het Europese vasteland reeds allerlei activiteiten ontplooit. Reliant Energy kan dat wel, want het bedrijf moet in Europa nog beginnen, maar de Texanen komen in hun prijs net iets te kort.

Met enige tegenzin laat de Una-directie Eastern dan ook aanschuiven voor de finale. ,,De nummers een en twee (Reliant en Eastern, red.) lagen wat betreft de prijs beduidend hoger dan de nummers drie en vier. Om het belang van de aandeelhouders te dienen moesten we Eastern wel tot de eindronde toelaten'', zegt een nauw betrokkene over de keuze van de twee beste kandidaten. In de eerste week van maart – verkiezingstijd voor de provincies – vinden de onderhandelingen plaats met het Britse Eastern en het Amerikaanse Reliant.

In Rotterdam zijn de Britten neergestreken op het plaatselijke kantoor van Loeff Claeys Verbeke voor hun laatste onderhandelingen met de advocaten en bankiers van Una; de Amerikanen zijn te vinden op het Amsterdamse kantoor van de dezelfde maatschap. Beide kopers-delegaties bevinden ze zich in een heus prisonners dilemma, omdat ze niet weten welke extra concessie de concurrent nog kan bieden. Eastern is duidelijk gemaakt dat ze iets aan hun exclusiviteitsvoorstel moeten doen, Reliant weet dat de prijs omhoog moet.

Directeur Koppen de Neve en secretaris Witvliet zitten in die cruciale week in de ,,regiekamer'' van het Utrechtse hoofdkantoor, zoals de laatste dat omschrijft: de plek waar alle informatie samenkomt. Voor een deel is dat eigen aan een dergelijke eindronde, die de alwetende verkoper de mogelijk geeft om het proces de gewenste richting in te sturen. Hier is het overdragen van die regierol aan de directie eveneens de uitdrukkelijke keuze van de verkopende gemeentes en provincies, die ook in de laatste dagen op afstand blijven. Ergens in die week belt Koppen president-commissaris Kok met de mededeling ,,welke kant het ongeveer opgaat''. Opmerkelijk, want de resultaten komen pas binnen bij het definitieve eindbod op vrijdag 5 maart om 12 uur 's middags.

De definitieve biedingen moeten een grote opluchting zijn voor Koppen en de zijnen: de spagaat blijkt te zijn rechtgetrokken. Eastern heeft zoals te verwachten geen concessie kunnen doen op het punt van exclusiviteit, terwijl Reliant het bod heeft verhoogd en naar schatting 200 miljoen gulden boven dat van Eastern uit is gekomen. Zowel de belangen van aandeelhouders als de directie lijken het best te zijn gediend met Reliant, waarvoor vrijdagavond dan ook wordt gekozen.

Als Koppen de Neve en Merrill Lynch hun keuze zaterdagmiddag toelichten aan de raad van commissarissen, worden volgens Kok zelf enkel ,,informatieve en toelichtende vragen'' gesteld. Binnen anderhalf uur na de aanvang om 15.00 uur is de zaak bekeken. ,,Ik heb mijn handtekening daarna in het volste bewustzijn gezet'', zegt Utrechts wethouder Kernkamp die met zijn hand een beweging maakt alsof hij daadkrachtig signeert: ,,Andere commissarissen zeggen misschien iets anders, maar de aandeelhouders zitten hier vooral voor de shareholders value. Een deel van de opbrengst is nu al in de voorjaarsnota meegenomen. Dat is honderd miljoen gulden extra voor de publieke zaak. De verkoop is een van de hoogtepunten uit mijn politieke carrière.''

Zondag wordt bij Reliant in de finale besprekingen nog ,,het onderste uit de kan gehaald'' en 's avond belt Koppen de Neve persoonlijk een verbijsterd Eastern af. Ingewijden bezweren dat de Britten nog wel wat geld achter de hand hadden om indien noodzakelijk over te bieden.

Als het grote nieuws op woensdag 10 maart wereldkundig wordt gemaakt, heerst er een feeststemming. De provicies en gemeentes kunnen hun geluk niet op over al het geld dat ineens binnenstroomt. Zelfs de critici in de democratische organen vieren mee. Statenlid Van den Berg (Noord Holland) maalt niet meer om een controle van de gedelegeerde beslissing en is ,,erg tevreden''. Collega Hofman (Utrecht) hangt niet meer aan een principiële discussie over de privatisering: ,,Het is een goede deal, financieel springt de provincie er goed uit.''

Is er echter wel zo veel reden tot vreugde? Het Utrechtse Statenlid Paulus Jansen van de SP, de enige partij die tegen de verkoop heeft gestemd, is somber over de vooruitzichten: ,,De rekensom is eenvoudig: een overnamesom van 4,5 miljard; met een rendement van laten we zeggen 12 procent moet er jaarlijks een winst van 540 miljoen worden gemaakt tegen een winst van 130 miljoen gulden op dit moment. Dat kan alleen als de botte bijl wordt gehanteerd.'' Met alle gevaren voor werkgelegenheid en milieu van dien, zaken die voor commissarissen in hun hoedanigheid als verantwoordelijke politici een zorg zouden moeten zijn.

Jaap Peters, opsteller van een invloedrijk rapport over ondernemingsbestuur, vindt dat de hoge prijs de commissarissen tot diep nadenken had moeten stemmen. ,,Die Texanen zijn niet gek natuurlijk en betalen niet voor niets ver boven de economische waarde. De commissarissen moeten zich zeer afvragen wat die kerels gaan doen om de prijs te rechtvaardigen. Commissarissen moeten zeer goed uitzoeken wat voor vlees je in de kuip hebt – gezien de prijs geldt dat in dit geval des te meer'', zegt oud-Aegon-topman Peters.

En gegeven de hoge prijs die toch al betaald werd, was Eastern uit Ipswich niet een beter alternatief? Zelf vinden ze vanzelfsprekend van wel: Met de Britten zou Una als Europese muis niet zelfstandig de grote markt hoeven te veroveren, maar onderdeel zijn van een grotere familie met ,,toegang tot grote hoeveelheden brandstof'' tegen lage kosten en de elektriciteit kan verkopen aan een bestaand klantenbestand. De aankoopprijs is dus makkelijker terug te verdienen dan Reliant dat niet meer heeft dan Una. Directeur ir. W.K. Wiechers van de PNEM-Mega groep in Nederland die als energiedistributeur zijn productiebedrijf EPZ in handen wil houden, ondersteunt de filosofie van Eastern: ,,Een scherpe positie op de inkoopmarkt zoals Eastern heeft, is goed voor de continuïteit van het bedrijf.'' Ook Schraven van Shell zet na enig aandringen zijn vraagtekens bij de keuze voor Reliant: ,,Reliant lijkt op een parachutist in een onbekende wereld. Ik hoop dat ze weten wat ze kopen. Eastern kent het landschap beter, die kijkt al langer.''

Bovendien is het de vraag of die territoriale garantie voor Una in de praktijk wel iets betekent. ,,Je moet toch wel erg veel fantasie hebben om je te kunnen voorstellen dat Reliant de opstap Una nodig heeft om in Duitsland een overname te kunnen doen'', vindt Peters. Toen Reliant-topman Steve Lettbetter twee weken na de aankoop een persconferentie hield, bleek de zaak toch een stuk genuanceerder te liggen. Op de vraag wat er gebeurt als een nieuwe, nog grotere overnamekandidaat eveneens om exclusiviteit voor Europa zou vragen, zei hij: ,,Dan kijken we wat de meest efficiënte aanpak is,'' hetgeen Koppen de Neve naast hem zichtbaar in verlegenheid bracht. Binnen de OR wordt erkend dat de keuze voor Reliant vooral voor het hogere management leuk is.

Is het alternatief voor Reliant wel echt op tafel geweest? Niet bij de commissarissen, zo lijkt het op basis van de beslissende bijeenkomst op zaterdag 6 maart, toen het voorstel van directie en zakenbank zonder inhoudelijk debat is overgenomen. Professor Glasz, deskundige op de taken van commissarissen in de Nederlandse verhoudingen, vindt het merkwaardig: ,,Een van de belangrijkste taken van de raad van commissarissen is om alternatieven te onderzoeken. Commissarissen en directie moeten dan de keuze samen maken. Beide opties hadden als gelijkwaardig voorgelegd moeten worden.''

Dat roept de vraag op of de gemeenten en provincies niet zelf een adviseur in dearm hadden moeten nemen voor enige contra-expertise naast de adviseur van de directie, waarachter de commissarissen zich nu verschuilen. ,,Als er ook maar enige lucht zit tussen de belangen en de verantwoordelijkheden van de directie en die van de verkopende partij, moet je werken met een aparte adviseur'', meent Peters. ,,Nee'', vindt president-commissaris Kok: ,,Dat zou ik een teken van wantrouwen vinden richting Merril Lynch en ten aanzien van een eigen keuze die je niet vertrouwt.''