De strandstoel van Salazar

Het lijkt wel geen geschiedenis, eerder fictie, en haast een sprookje. Een bejaarde dictator komt aan z'n eind door een nietig, ja zelfs lachwekkend ongeval. Op een mooie zomermiddag, als hij – in het fort waar hij z'n altijd korte vakanties doorbrengt, zittend op een inmiddels versleten strandstoel, die hij, gierig al hij is, nooit heeft laten vervangen – de krant die hijzelf censureert wil gaan lezen, glijdt de stoel van haar te glad geworden gleuven af en komt het achterhoofd van de dictator met een lelijke smak op de stenen grond terecht. Het is augustus 1968, de oude man heet António de Oliveira Salazar, het land Portugal.

Wanneer is een gebeurtenis een gebeurtenis? Eenvoudig: wanneer het ons zo beter uitkomt. Omdat die gebeurtenis herkenbaar is, omdat die het geheel overzichtelijk maakt, omdat die zo leuk is.

Welnu, de val van Salazars stoel is leuk. Omdat het een val is, van hem, en van een strandstoel. Als Salazar in z'n slaap was gestorven (Portugezen zeggen in zo'n geval, als hij dood wakker was geworden), zou het een rechtvaardig eind zijn, heugelijk zelfs, maar niet leuk. Heel moeilijk om er een gebeurtenis van te maken. Niet echt een gebeurtenis dus.

De gevolgen van de val van dictator Salazar waren voorspelbaar, maar onwennig. Op de plotselinge, bescheiden vrijheid die volgde – de ware vrijheid zou pas met de Anjerrevolutie van voorjaar 1974 komen, morgen op de kop af vijfentwintig jaar geleden – was men niet voorbereid.

Slechts een vijfde van de Portugezen had nog enige herinnering aan een tijd zonder dictator. Sinds april 1928, dus al meer dan veertig jaar, was deze professor in de economie de drager der bestemmingen van het Vaderland. Het klinkt houterig, maar in het Portugees luidt het zeer overtuigend. Hij had onmiddellijk de staatskas gesaneerd, men zegt met veel kunst- en vliegwerk, maar ook dat is een verdienste. Z'n vijanden, de oude republikeinen van begin van de eeuw, hadden de grootste moeite de mensen uit te leggen dat een dergelijk saldo slechts gebakken lucht was. Men wilde rust, Salazar had rust beloofd, het geheel zag er nu verdomd rustig uit.

In de dertig daaropvolgende jaren verzamelde Salazar steeds grotere bergen goud in 's lands geheime kluizen. Dat was z'n kleine manie. Men moest nooit geld lenen, zei hij, maar zuinig leven, weinig kopen en cash betalen. En altijd iets achter de hand houden. Net een kleine kruidenier.

En net als een kleine kruidenier, was Salazar door en door onkreukbaar. De meest schaamteloze corruptie tierde welig om hem heen, maar hij stierf met op z'n bankrekening net genoeg geld voor een eenvoudige uitvaart. De taxi betaalde hij altijd uit eigen zak, de groente kwam van de moestuin van z'n ouderlijk huis in de provincie. Hij kreeg wel degelijk een staatsbegrafenis, maar dat was toen zijn zaak niet meer.

En toch had hij een zwakke plek, en daar zijn z'n lieve bergen geld aan opgegaan. Die zwakke plek was de nationale integriteit. Lastig begrip, maar het kwam erop neer dat, temidden van onafhankelijk wordende landen in Afrika, de Portugese koloniën bij Portugal moesten blijven horen. Tot in de eeuwigheid, kostte was het kost, en dat was veel geld.

En als dat geld nou nog voor leuke dingen werd gebruikt. Maar nee, wapens werden er mee gekocht, en ze waren van uitstekende, Europese kwaliteit. De G-3, dat lekker in de vuist liggende automatische geweer, was standaardwapen bij de NAVO. Duizenden Afrikanen werden er mee weggemaaid, met dat wapen in de hand zijn tienduizend onervaren Portugese jongens op de fijn geurende Afrikaanse aarde gesneuveld. Het heeft allemaal niet mogen baten.

Salazar leefde, na de val met de stoel, nog twee jaar als een zombie voort in z'n paleis. En dat is nu het onvergeeflijke, dat hij gestorven is nog zonder er weet van te hebben dat dat overzeese avontuur een grote mislukking was.

De schrijver José Saramago heeft in een van z'n verhalen uit 1978 het vallen van Salazars strandstoel geschetst. Het oorspronkelijke verschijnsel zal wel in duizelingwekkend snel tempo zijn geschied, laten we er twee tienden seconde voor uittrekken, bij Saramago duurt het zes bladzijden, in pocketeditie zelfs langer.

Groot is de literatuur. Wat gaat dat vallen traag, wat een moeizame curve beschrijft de bovenkant van die stoel. Alleen een stilleven is nog stiller te krijgen. Het is een martelende bedoening geworden, dat verhaal, heerlijk maar martelend, en dan vooral heerlijk omdat daarmee het sadisme in jou zo verrukkelijk wordt bevredigd. Als lezer bezorg jij de dictator, jouw dictator, tijdens die onvoorstelbaar vertraagde val, de terechtstelling waarvoor hij nog altijd bij je in het krijt stond. De geschiedenis heeft jou beentje gelicht, de literatuur brengt rechtvaardigheid.

Ja, we weten inmiddels beter. Salazar is niet met een stoel, strandstoel of niet, gevallen. Jammer, echt sneu, maar de geschiedenis neemt hier haar wraak. Niet lang geleden heeft een hoogbejaarde lijfarts van de heerser tegen een journalist uit de school geklapt. Nee, meneer wilde inderdaad z'n krant gaan lezen, het was werkelijk een schitterende zomermiddag, een heuse strandstoel stond op geen meter afstand van hem vandaan, versleten ja wat u zegt, alleen was de hele valpartij een stuk, hoe moet ik het zeggen, een stuk prozaïscher.

Salazar viel dan wel even zielig, maar van iets hoger: vanuit een stáánde positie. De val duurde dus vier, vijf, wie weet hoeveel tienden seconde. Hij heeft zodoende de tijd gehad om een en ander te beseffen en dan nog iets te lijden. Het martelende, niet het leuke, is hier historisch. Groot is de geschiedenis. Maar dát zeiden historici altijd al.