De schoen van Carl Lewis

Hij zei vaak dat hij de beste was. Want Carl Lewis was vaak de beste. Hij was vaak de snelste sprinter en de beste verspringer. Hij was zeker de mooiste. Zoals hij zich bewoog, met katachtige en sierlijke sprongen. Zoals hij praatte, met rappe tong en vurige ogen. Zijn hoofd glom, zijn benen glommen, alles glom. Lewis hield van zuivere sport. Hij hield er niet van dat sporters – andere sprinters en springers – zich te buiten gingen aan stimulerende middelen. De Amerikaan gedroeg zich wel eens als een zedenprediker. Sport moet mooi en schoon zijn, zei hij vaak. Toch nam hij ook een stimulerend middel. Het beste medicijn dat hij kende en nam, was het vertrouwen in God. Zonder Hem had hij nooit zo hard gelopen en zo ver gesprongen. Zonder Hem was het niet mogelijk geweest wereldrecords te breken, wereldtitels en gouden olympische medailles te winnen, bekende de Amerikaan als een geloofsprediker aan de leden van de Evangelische Omroep en alle andere geloofsgenoten. Dus riepen ze `amen' als Carl Lewis weer had gewonnen. De eerste keer dat hij aan de Olympische Spelen meedeed, in 1984 in Los Angeles, zag iedereen al dat hier een godenzoon bezig was. Hij veroverde vier gouden medailles: verspringen, 100 meter, 200 meter en 4x100 meter estafette. Er zouden nog vele gouden medailles volgen. Carl Lewis was namelijk heel lang de beste.

Aflevering zestien in een serie over helden van deze eeuw.